‘Bart, loop jij even naar de voordeur. De vrouw van Hans Vruggink staat voor de deur.’
‘Rietje?’
‘Nee, Moeder Theresa. Doe even open!’
‘Ik ga al’, riep ik vanuit de gang.
‘Rietje Vruggink, wat kan ik doen om jouw leven mooier te maken dan het al is’, begroette ik haar.’
‘Hoi Bart, jij bent precies degene die ik moet hebben.’
‘O? Eh… ik ben onschuldig’, grapte ik terwijl ik mijn armen hoog stak.
‘Heb jij gisteren toevallig mijn Hans bij Carla naar binnen zien glippen?’, vroeg ze.
‘Hoezo ik?’
‘Omdat jij hele dagen vanaf jullie oprit de buurtbewegingen in de gaten houdt. Dus bestaat er een grote kans dat jij mijn vraag positief kan beantwoorden.’
‘Rietje, ik heb echt geen idee. Niks gezien. Ben je Hans kwijt?’
‘Nee, was dat maar waar. Nee, onze hond.’
‘Hond?’
‘Ja, Hans zou hem in de gaten houden, want er rent volgens hem een loops teefje door de buurt.’
‘En vanwaar dan jouw vraag?’
‘Nou ik verdenk hem ervan dat hij niet naar onze hond heeft gezocht, maar naar het loopse teefje.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten