Tellen
Ik maak elk jaar een lijstje om de zaak in goede banen te leiden. Dat doe ik omdat Truus dat niet beheerst. Die is goed in de keuken. Organisatorische zaken liggen meer op mijn vlak.
‘Het zijn er toch dertien, Bart?’
‘Dertien? Hoe kom je nou weer bij dertien?’
‘Let op: twee kinderen, zes kleinkinderen, twee aanhangers, mijn moeder, ik…’
‘Dat bedoel ik’, onderbrak ik haar. ‘Dus twaalf personen.’
‘Hoe kan dat dan?’
‘Dat komt omdat je niet in de organisatie zit. Laat dat nou maar aan mij over en zorg jij maar dat het eten op tafel komt. Dat kun je als geen ander. Mijn Michelin-sterretje’, lachte ik.
‘Michelins zitten onder je auto. Toch blijf ik bij dertien.’
‘Dag Truusje’, grapte ik terwijl ik haar de keuken induwde.
‘Zal ik voor jou dan een bord in de keuken zetten?’, vroeg ze wat later. ‘Aan het aanrecht?’
‘Ik? In de keuken? Hoezo ik in de keuken?’
‘Nou ja, je had toch gelijk. Er zitten inderdaad twaalf personen aan tafel.’
‘Ja, en waarom ik dan in de keuken?’
‘Jij hoort bij de organisatie. Die zetten we altijd apart en wordt ook niet meegeteld.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten