Wrijven
‘Hoi meneer’, riep ze terug. ‘Mooie bloemen hè?’
‘Dat zijn ze zeker. Complimenten’, zei ik terwijl ik mijn duim opstak.
‘Heeft u een speciale voorkeur?’, vroeg ze terwijl ze haar handen samenvouwde en begon te wrijven. Dat valt mij trouwens wel vaker op. Dat mensen met dit beroep hun handen samenvouwen en beginnen te wrijven. Dit meisje was daarin geen uitzondering. Ik vroeg ernaar.
‘Heb je het soms koud?’
‘Koud? Nee hoor. Hoezo?’
‘Omdat je in je handen wrijft. Meestal doen mensen dat als ze het koud hebben.’
‘Ik niet hoor. Het is een gewoonte. Mijn vriendje valt dat ook altijd op.’
‘Kijk, dan ben ik niet de enige.’
‘Klopt.
‘Welke bloemen zoekt u?’
‘O, niks bijzonders. Bosje fresia’s. Zoiets?’ Ik wees op een emmer.
‘Oké, een bosje fresiaatjes.’ Ze trok het uit de aangewezen emmer en liep naar de toonbank.
Even later hield ik het in mijn hand en stond zij weer te handenwrijven. Ik kon het niet laten.
‘Wat zegt je vriend eigenlijk, als je zo staat te wrijven?’
‘O, die roept dan dat hij het gevoel krijgt dat hij door mij is beduveld’, lachte ze.
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten