De koelkast
‘Morgen Lies, zag ik het nou goed dat je de koelkast aan de weg hebt staan? Stuk?’
‘Ja, hij koelt niet goed. Johan zijn biertjes zijn lauw.’
‘Oké, maar voor de rest doet ie het nog goed?’, vroeg ik.
‘Ja, de verlichting doet het nog prima. Dus…’
‘Wat bedoel je Lies?’
‘Nou ja, mocht jij interesse hebben dan mag je hem ophalen.’
‘Nee joh, ik heb zelf nog een koelkast op marktplaats staan.’
‘Dat meen je! Ik zou vanmiddag met Johan naar de winkel voor een nieuwe. Is hij nog goed?’, vroeg ze geïnteresseerd.
‘Ja hoor, hij koelt als de beste en de verlichting is uitstekend.’
‘Is hij oud?’, vroeg ze verder.
‘Nee joh, pas nieuw. Ik denk een maandje.’
‘Waarom doe je hem weg dan?’
‘Omdat hij niet praktisch is. Truus heeft er moeite mee.’
‘Moeite? Waarmee dan? Zo moeilijk is een koelkast toch niet?’
‘Nee, dat vind ik ook’, zei ik.
‘Wat kost haar dan moeite?’
‘Nou kijk, bij deze koelkast gaat de deur naar binnen open. Kan ze de spullen niet goed kwijt.’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten