Brinta(2)
Tot mij sprak Annie van den Heuvel, buurtgenote. Ze was gestopt bij onze oprit waar ik net door Truus buiten was gezet om de boel eens goed aan te vegen.
‘Wat bedoel je met “nog last van”?’
‘Je nieuwe gebit. Je hebt toch nieuwe tanden?’
‘Wie? Ik? Nieuwe tanden? Hoe kom je daar nou bij? Ik heb deze al vanaf mijn geboorte. Later is er nog wel een bos haar opgegroeid, maar verder geen probleem hoor.’
‘O, ik hoorde het van Karin Krul. Die had jou bij de Super gesproken.’
‘Hoe komt ze dáár nou weer bij!’
‘Nou ja, je pakte een pak Brinta uit het schap. En je ontkende net als nu dat je nieuwe tanden hebt. En dat is volgens Karin nou juist het teken dat er wel iets aan de hand moet zijn!’
‘Nou ja, om heel eerlijk te zijn, er is natuurlijk wel iets aan de hand’, zei ik terwijl ik het volume van mijn stem wat lager draaide.
‘Wat dan? Klemt het? Heb je een blaar? Mijn vader had altijd een nagelvijltje in zijn zak. Kon hij hem beetje bijvijlen.’
‘Was het maar zo simpel, Annie.’
‘O? Is het zo ernstig dan?’
‘Ja, en je moet echt oppassen want als ik nu boos word…’
‘Boos? Wat dan?’
‘Ik heb nu een gebit, gemaakt van Lama-bot. Als ik echt boos word begin ik enorm van mij af te spugen!’
Bart
Geen opmerkingen:
Een reactie posten