‘Ik zoek de Stationsstraat’, meldde hij toen hij mij aanhield en de vraag deponeerde. Ik was net onderweg naar de Super.
‘Kunt u lang zoeken’, antwoordde ik.
‘Hoezo lang zoeken?’
‘Stationsstraat bestaat niet.’
‘Bestaat niet?’
‘Nee. En dat is logisch want we hebben hier ook geen station meer.'
‘U vindt dat logisch? Nou, zo logisch is dat helemaal niet.’
‘Niet?’
‘Nee, niet. Waarom zou er in dit door God vergeten dorp geen Stationsstraat mogen zijn?’
‘Dat leg ik net uit. We hebben geen station!’
Hij begon me te irriteren.
‘Onzin meneer. Bij ons in het gehucht kennen we een Schoolstraat terwijl in de kilometers wijde omtrek geen school te bekennen valt. Dus…’
‘Dus wat?’
‘Dus is mijn vraag nog niet zo gek.’
'Het zal', zei ik.
'O, wacht', riep hij op de nadering van een ander persoon.
'Meneer, weet u waar ik hier de Stationsstraat kan vinden?'
'Er is geen Stationsstraat. Wel de Stationweg. Bedoelt u die soms?'
'Stationweg? Ik kan het niet meer volgen', riep hij. Die vent hier beweert dat er geen station te vinden is in dit gat.'
Hij wees naar mij.
'Dat klopt. Daarom heet het tegenwoordig ook geen Stationsstraat meer.'
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten