Tot mij sprak mevrouw Boerstoel. Ze was haar hondje aan het uitknijpen en zat, eh, liep om een praatje verlegen. Wel, dat kwam goed uit want mijn pols protesteerde tegen de zijwaartse beweging die vegen met zich meebrengt en kon ik hem even wat rust gunnen.
‘Klopt mevrouw Boerstoel, het is inderdaad herfst. Ze verwachten vanaf morgen storm en regen. Dus nu nog even snel vegen.’
‘O ja, morgen wordt het kouder en natter.’
‘Juist, en zoals een bekend spreekwoord zegt: Valt er regen, dan stopt het vegen.’
Ze keek me verbaasd aan.
‘Die heb ik nog nooit gehoord. Dus zo bekend is dat spreekwoorde niet, Bart.’
‘Hm, hij is al heel oud. Mijn schoonmoeder gebruikt hem vaak. Zo is er nóg één: Regen is een zegen”. ‘Ze is van boeren komaf’, legde ik uit toen ze mij verbaasd aankeek.
‘Kijk, dat verklaard een hoop.’
‘MijnTruus is met hetzelfde boerensop overgoten, dus ik leer nog wel eens wat.’
‘Interessant Bart, maar goed, vanaf morgen zit je veegwerk er voorlopig op.’
‘Ja, dan krijgen we een periode van groeizaam weer.’
‘Groeizaam weer? In de winter? Ook een uitspraak van je schoonmoeder?’
‘Nee, van mijn achterwerk. Die groeit enorm van het vele zitwerk.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten