‘Is goed voor de tuin’, reageerde ik.
‘Hoezo goed voor de tuin? Het is herfst.’
‘Nou ja, ik bedoel dat de grond zo droog is. Dus…’
‘Dus wat, Bart?’
‘Dan wordt ie nu dus nat. En dan is ie niet meer droog.’
‘Dat klopt. En nu je het zo zegt: het heeft wel een groot voordeel.’
‘Voordeel?’
‘Ja, kan je eindelijk schoffelen.’
‘Hoezo “eindelijk”?’
‘Nou ja, ik hoorde je de hele zomer roepen dat je niet kon schoffelen omdat de grond zo droog was. Die vlieger gaat dus nu niet meer op.’
Ze keek triomfantelijk.
‘Bij dit weer gaat er sowieso geen vlieger op’, kaatste ik.
‘Haha. Maar morgen is het droog. Dus…’
‘Dus wat?’
‘Dan kun je schoffelen!!’
‘Waarom zou ik gaan schoffelen?’
‘Dat is goed voor de grond!’
‘Hoezo goed voor de grond? Het is toch herfst?’
Bart

