Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Boek13. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boek13. Alle posts tonen

zondag 4 januari 2026

De viering

De viering 

‘En Bart, vieren jullie nog Sinterklaas dit jaar?’, vroeg een dame die ik herkende als buurtgenote Meijer. Ze stond voor mij in de Super waar ik op dat moment net bezig was mijn karretje met zakjes pepernoten te vullen.

‘Nee, die heb ik vorig jaar in een lekke teil de Noordzee opgeduwd. Opzouten met die vent.’
‘Nou nou nou, meneer Bart toch. Je gaat onze kindervriend toch niet de Noordzee opjagen?’
‘Ik wel. Ben er helemaal klaar mee.’

‘Wil je er over praten?’
‘Nee. Geen behoefte. Ik kreeg namelijk vorig jaar een gedicht waar de honden geen brood van lusten.’

‘O? Was het zó erg?’
‘Ja, het was zó erg zelfs dat ik nóg elke letter op kan dreunen.’
‘Nou? Laat horen dan?’
‘Luister en huiver mevrouw Meijer.’

‘Bard is goed in taal,
Hij schrijft daags een verhaal,
Maar ook verbaal, 
gaat deze Bard met woorden aan de haal. 
De Sint heeft van Bard veel geleerd en hem daarom met dit gedicht geëerd.’ 

‘Nou ja Bart, dat is toch een prachtig gedicht?’
‘Echt niet. De idioot. Hij heeft tot drie keer toe mijn naam verkeerd gespeld.’

Bart

Een kaartje

Een kaartje

‘Gaan we dit jaar nog kerstkaarten versturen?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

Ik schrok me rot, verslikte me en spuugde een deel van de koffie terug in het kopje.

‘Wat doe jij nou raar?’ 
‘Kerstkaartjes! Truus, hoe kom je erbij. Dat is zó negentientachtig vorige eeuw.’
‘We sturen elk jaar kaartjes, dus waarom dit jaar niet?’

‘Dat leg ik je net uit, schat. Ik vind het zo’n onzinnige activiteit. Je koopt een kaartje, pakt een pen en schrijft de geweldige originele tekst: “Wij wensen jullie fijne kerst en alle goeds voor het nieuwe jaar. Bart en Truus.” Ome Wim, de ontvanger, vinkt ons dan af van zijn adreslijst, pakt een kaartje en schrijft de geweldige originele tekst terug: “Wij wensen jullie fijne kerst en alle goeds voor het nieuwe jaar. Wim en Tonnie”. Vervolgens vink jij Wim en Tonnie af van jouw adressenlijst en is de actie rond. En dit herhaalt zich dan een keer of vijftig.’

Ze keek me aan. 

‘Klaar?’
‘Ja. Hoezo?’
‘Ik heb net een eerste kaartje ontvangen. Van ome Wim.’

‘Kijk, Truus, dat bedoel ik. En nu gaan wij een kaartje terugsturen.’
‘Nee, niet wij. Ik. 
Ome Wim zag het waarschijnlijk al aankomen. Je bent als ontvanger geëlimineerd.’ 

Bart




Een vraag

Een vraag

‘Komen er nog kerstkransjes dit jaar?’, vroeg ik uit pure nieuwsgierigheid. Gewoon een vraag. Zoals je wel vaker een vraag stelt. Niks bijzonders. Kerstkransjes. Wat kan er mis mee zijn? Ik stel wel vaker een vraag. 

Zo vraag ik ook wel eens wat we eten. Of, wat we gaan doen om de dag op te vullen.
Er worden in je leven zoveel vragen gesteld, dat deze kerstkransjesvraag moet kunnen, toch?

Alhoewel, ik merk wel vaker dat mijn vragen niet altijd serieus worden genomen. Zo vroeg ik laatst hoe het met haar moeder ging. Mijn schoonmoeder. Ze was bij haar laatste bezoekje wat snifferig geweest. Dus dacht ik bij mijzelf: gewoon even vragen, Bart. Medemenselijkheid tonen. 
Ik weet nog dat ze me met een enorme verbazing aankeek. Heel bijzonder. 

Maar goed, kerstkransjes. Ik stelde deze vraag omdat ik er vorig jaar van werd verdacht de kransjes uit de boom te hebben gestolen. Dat was niet ik maar de hond van onze zoon die een paar daagjes was wezen logeren. De ondeugd. Maar volgens Truus kon Fikkie onmogelijk de boom inklimmen. Dus…

‘Komen er nog kerstkransjes dit jaar?’, herhaalde ik mijn simpele doodnormale vraag. 
Ze keek me met een enorme verbazing aan. Heel bijzonder.

Bart

Ene Karl

Ene Karl

‘Ha Carla, jij bent er al vroeg bij vandaag’, merkte ik op tegen onze buurtgenote die aan onze oprit voorbij kwam trippelen. Ik stond nog in mijn gevechtspak bij de kliko om wat overbodig spul te deponeren.

‘Ja, ik moet opschieten. Karl rijdt met mij mee voor een kerstboom.’
‘Karl?’
‘Ja, die woont hierachter. Dat is dat kleine armetierige mannetje. Maar hij heeft een busje. Een kerstboom in een Porsche werkt namelijk niet’, lachte ze.

‘Nou ja, ligt eraan hoe groot hij is. Heb jij altijd zo’n grote boom dat hij alleen met een vrachtwagen aangeleverd kan worden?’
‘Ik hou van groot en stevig, Bart.’Ze lanceerde een knipoog. 

‘Wie is Karl? Ik ken hem niet. Is dat je vriendje?’
‘O, alsjeblieft niet zeg. Nee, ik sprak hem laatst bij de Super. Hij had daar een kerstboom gekocht voor zijn moeder en laadde hem in zijn bus. En toen zag ik mogelijkheden.’
‘Hij waarschijnlijk ook’, lachte ik.

‘Nou, dat kan hij dan vergeten. Zoals gezegd hou ik van groot en stevig.’

Bart

ophangklus

Ophangklus

Morgen Bart’, hoorde ik de stem van Agnes achter mij. Ik balanceerde bij de voordeur op een keukentrapje voor het ophangen van kerstlampjes.

‘Ik kan even niet omkijken, maar ook goede morgen gewenst, Agnes.’

‘Ga jij gezellige verlichting ophangen bij de voordeur?’
‘Ik ga lampen ophangen. Of het gezellig wordt betwijfel ik. Ben al bijna drie keer van dit trapje gelazerd. Klote lampen!’
‘Waarom hang je ze op dan?’
‘Opdracht van Truus.’

‘En jij doet dat zomaar? Met gevaar voor eigen leven?’
‘Ja, zo ben ik. Gehoorzaam tot op het bot.’
‘Er hangt een lampje los. Is van het spijkertje geschoten.’
‘Kan ik op rijmen. Waar?’
‘Halverwege. Ja, nog iets naar rechts, ja, nog iets!’
‘Deze?’
‘Ja, die.’

‘Of is die stuk?’
‘Ja, haakje ligt eraf. Maar ik laat het maar zitten.’
‘Staat niet netjes, Bart.’

‘Wat staat niet netjes?’, hoorde ik de stem van Truus achter mij die op het kabaal was afgekomen.
‘Er hangt een lampje los. Ik heb het de timmerman net uitgelegd.’
‘O ja, ik zie het. Geen gezicht Bart. Haal de hele ketting er maar af. Dat moet je eerst maken.’

‘Ik haal er niks af!’
‘Dat kan zo niet’, vond ze.
‘Oké, pak even een schaar, dan repareer ik het zo wel.’

Vijf seconden later had ik de schaar en knipte het lampje er tussenuit.

‘Wat doe je nou?’
‘Het moest toch gerepareerd? Wel, nu zit het weer netjes, toch?’
‘Maar nu branden de lampjes niet meer!’  
‘Je kan niet alles hebben Truusje. Maar ze hangen nu wel “gezellig” recht.’

Bart

Spiegeltje

Spiegeltje

‘Neem even het spiegeltje mee’, riep Truus vanuit de kamer. Ik stond in de keuken.
‘Wat wil je weten?’
‘De spiegel!’
‘Ja, die komt eraan maar ik vroeg me af wat je hem wil vragen.’
‘Ik wil gewoon even wat bekijken. Neem hem nou maar mee!!’
‘Wat wil je bekijken dan?’
‘Of ik er nog een beetje leuk uitzie. Nou goed?’
‘Kun je mij ook vragen, toch?’
‘Dan krijg ik een raar antwoord. Ik wil zelf kijken.’
‘Beetje vreemd, Truus. Je bent zoals je bent. Daar kan zo’n spiegel ook niet veel meer aan  veranderen.’
‘Joh, neem je die spiegel nou nog mee of niet!’
‘Waarom word je nou boos?’
‘Ja, omdat je weer zo idioot doet!’
‘In dat geval kan ik de spiegel beter in de keuken laten staan. Als hij jou zo boos ziet, geeft hij vast ook een raar antwoord.’

Bart

Kerstmarkt

Kerstmarkt

‘Misschien straks even over de kerstmarkt lopen?’, hoorde ik Truus voorstellen. ‘Dan nemen we Mama ook mee.’

Ik dacht eerst dat ik het niet helemaal goed had gehoord, maar bij de herhalingsvraag kreeg ik hetzelfde te horen.

‘Wacht even Truus, ik hoor twee dingen. Ten eerste “over een kerstmarkt lopen” en dan nog “nemen we Mama ook mee”.’
‘Ja, is toch gezellig? Glühweintje drinken, bratwurst eten, kortom: leuke dagvulling. Ik zal Mama even bellen.’ 

Ze liep naar het kastje om haar telefoon te pakken.

‘Wacht even, heb ik ook nog wat in te brengen?’
‘Hoezo?’
‘Nou ja, de combinatie staat mij niet aan.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Bratwurst, glühwein, je moeder… Niet echt geweldig.’

‘Oké, dan laten we de glühwein en de Bratwurst toch achterwege.’

Bart

Kerst-eters

Kerst-eters

‘En, krijgen jullie nog eters met kerst?’, vroeg de aan onze oprit passerende Karin Krul (buurtroddelaarster). Ik stond net met mijn achterwerk gebukt naar de straatkant, en zag haar niet aankomen. Ik schrok me dus een geforceerde rugspier en kwam moeizaam, maar vooral ook pisnijdig overeind.

En, altijd als ik pisnijdig overeind kom, ben ik niet te genieten en is een gewoon gesprek tijdelijk niet mogelijk. Zo ook dit keer.

‘Karin, jij beschikt over het fatale talent om altijd op ongelegen momenten je mond open te trekken.’
Ze keek me verbaasd aan.
‘Ik mag toch wel een vraag stellen?’
‘Nee. En waarom zou je willen weten of wij eters krijgen? Om het vanachter de kassa bij de Super te delen met de rest van de buurt?’
‘Hoe kom je daar nou bij, Bart? Wat ben je toch een nare man.’

‘Nee, ik sprak Annie van der Heuvel en die vertelde mij in vertrouwen dat haar zus met kerst overkomt uit Australië. Zij en Joop hebben de reis betaald want die zus ligt in scheiding. Vandaar.’

‘Vandaar? Hoezo “vandaar”?’, reageerde ik nog steeds nijdig.
‘Daarom stelde ik jou die vraag, Bart.’

‘Wat hebben onze kinderen en kleinkinderen in vredesnaam met de gescheiden zus van Annie te maken?’

‘O, kijk, komen je kinderen en kleinkinderen met kerst? Gezellig! O ja, Bart, nu we het er toch over hebben… Ik sprak vorige week je schoonmoeder. Ze wacht ook nog op een uitnodiging.’

Bart




Avondeten

Avondeten

‘Zijn er al plannen rond het voedsel wat wij vandaag tot ons nemen?’, vroeg ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Voedsel?’
‘Ja, wat we eten. Op zijn Hollands: wat krijgen we vanavond op ons bord.’

‘Dat weet ik nog niet. Misschien heb jij een idee?’
‘Hoezo ik? Jij regelt dat toch? Of zijn de rollen zonder overleg omgedraaid en moet IK achter het fornuis.’
‘Laten we dat maar niet doen’, hoorde ik haar reageren. Ik ben weliswaar ingeënt, maar dat geeft geen garantie dat ik jouw brouwsels overleef.’
‘Blij toe, schat. Maar goed, ik heb nog geen antwoord gekregen op de vraag wat er vanavond op tafel staat.’

‘Nou ja, ik heb vandaag weinig tijd dus zal het iets simpels worden.’
‘Hoezo weinig tijd?’
‘Ik ga met Annie naar de stad.’
‘En ons eten dan?’
‘Ik denk dat we vanavond uit de diepvries eten.’

‘Uit de diepvries?’
‘Ja, problemen mee?’
‘Nou ja, moet ik de tuinstoelen weer uit de garage trekken. Niet handig.’
‘Hoezo tuinstoelen?’
‘Omdat ik geen zin heb in een staande receptie. En om de diepvries nou naar de eetkamer te slepen gaat mij echt te ver.’

Bart

Tellen

Tellen

‘Dus als ik het goed begrijp, dan zitten we tijdens het kerstdiner met twaalf personen aan tafel’, concludeerde ik nadat ik het lijstje had afgewerkt en vervolgens de namen had geteld.

Ik maak elk jaar een lijstje om de zaak in goede banen te leiden. Dat doe ik omdat Truus dat niet beheerst. Die is goed in de keuken. Organisatorische zaken liggen meer op mijn vlak.

‘Het zijn er toch dertien, Bart?’
‘Dertien? Hoe kom je nou weer bij dertien?’
‘Let op: twee kinderen, zes kleinkinderen, twee aanhangers, mijn moeder, ik…’
‘Dat bedoel ik’, onderbrak ik haar. ‘Dus twaalf personen.’
‘Hoe kan dat dan?’
‘Dat komt omdat je niet in de organisatie zit. Laat dat nou maar aan mij over en zorg jij maar dat het eten op tafel komt. Dat kun je als geen ander. Mijn Michelin-sterretje’, lachte ik. 

‘Michelins zitten onder je auto. Toch blijf ik bij dertien.’
‘Dag Truusje’, grapte ik terwijl ik haar de keuken induwde. 

‘Zal ik voor jou dan een bord in de keuken zetten?’, vroeg ze wat later. ‘Aan het aanrecht?’
‘Ik? In de keuken? Hoezo ik in de keuken?’

‘Nou ja, je had toch gelijk. Er zitten inderdaad twaalf personen aan tafel.’
‘Ja, en waarom ik dan in de keuken?’
‘Jij hoort bij de organisatie. Die zetten we altijd apart en wordt ook niet meegeteld.’

Bart



Raamstaren

Raamstaren

‘Kun jij straks nieuwe batterijen in de kerstlampjes bij de voordeur prutten?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘Ze branden heel flauw.’

Deze vraag kwam op het moment dat Ik had besloten om een uurtje te gaan raamstaren. Dat doe ik regelmatig. Als man zijnde is dat goed voor je innerlijke rust. Laat ik het zo zeggen: even ontsnappen aan de opdrachten die je daags om de oren vliegen. Ik draai dan mijn stoel een kwartslag in de richting van het raam waarna ik mij afsluit en gedurende een uur naar buiten kijk. Zalig!

‘Batterijen in de kerstverlichting? Het is tien uur in de ochtend, Truus. Dat doe ik vanmiddag wel.’
‘Vanmiddag moeten we naar De Heuvels. Joop is jarig.’
‘Dan doe ik het morgen’, besloot ik.
‘Waarom nu niet? Na de koffie? Je hebt niks te doen, toch?’
‘Jawel, ik ben druk.’

‘Druk? Waarmee dan?’
‘Ik heb zo mijn rust-uurtje.’
‘O, meneer gaat weer een potje zinloos naar buiten zitten staren?’
‘Ja, wat is daar mis mee?’
‘Alles. Je kunt verdorie best even de batterijen vervangen.’

‘Truus, de lampjes branden nog. Batterijen zijn nog niet leeg.’
‘Oké, ga dan bij de voordeur naar de lampjes staren tot ze leeg zijn. Ben je met tien minuten klaar met die onzin en kun je ze uitgerust en wel vervangen.’

Bart









Kerstpakket

Het kerstpakket 

‘Tadá!!!’, riep ik terwijl ik de meegesjouwde doos-met-kerstpakket op tafel plaatste. Truus, in haar rol als het nieuwsgierige Aagje, stond er gelijk bij om het lint te knippen en zich in de inhoud te verdiepen.

‘Ohhh kijk toch eens!’, riep ze enthousiast. Ook ik wierp een blik in de doos volgestouwd met goed bedoelde spullen voor de kringloop.

‘Bart, wat leuk! Ze hebben dit jaar voor een kookthema gekozen. Wat een verrassing!’, riep ze enthousiast toen ze een schort, twee ovenwanten, een pollepel en een elektronische pepermolen uit de doos had getrokken. ‘O, kijk, en een prachtige gietijzeren braadpan!’ 

‘Nou, daar zullen ze best blij mee zijn!’, riep ik quasi enthousiast.
‘Wie is “ze”’, vroeg ze.
‘Bij de kringloop. Kunnen ze een handje kleingeld van maken!’
‘Wat doe je nou negatief! Het is een prachtig pakket! Ben er echt heel blij mee!’

‘Jij blij? Heb je de sticker op de doos eigenlijk wel gelezen? Welke naam erop staat?’
‘Ja, daarom ben ik extra blij.’
‘Dus jij bent blij voor mij omdat ik er niks aan heb? Ik kan niet koken!’

‘Dat klopt, daarom gaat het mij enorm helpen met de keuze voor jouw kerstcadeautje.’

Bart


Nieuwe bewoners

Nieuwe bewoners

‘We hebben weer nieuwe bewoners in de straat’, meldde ik tijdens het tien uur koffiemomentje. 

‘O? Op nummer zestien?’
‘Dat weet ik niet. In ieder geval naast achttien.’
‘Dat is dan toch zestien?’, antwoordde Truus met een stem vol logische lading.
‘“Naast achttien” kan ook twintig zijn’, stelde ik droogjes vast. 
‘Op twintig woont de Rotterdammer, Bart. Dat kan dus niet.’

‘Naast veertien dan. Dat kan dan toch wel?’
‘Joh, alsjeblieft. Hou op. Heb je ze al ontmoet?’
‘Niet ontmoet. Ik hoorde het van Joop Heuvel. Die heeft ze gesproken.’

‘Al een naam bekend?’
‘Het is een alleenstaande vrouw. Joop had het over de Sylvia’s.’
‘De Sylvia’s? En ze was alleenstaand. O, wacht even. Is het weer zo’n dubbele bodem-opmerking van Joop? De Sylvia’s? Een dame met een weelderig voorkomen?’

‘Nee, ze heeft een hondje en die is volgens Joop naar het baasje vernoemd.’

Bart

Kerst

Kerst

Soms vraag je je wel eens af wat kerst, naast alle geloofsuitingen en symbolen, nu eigenlijk betekent. Sommigen bidden zich het snot voor de ogen, eten zich collectief vol, laten de drank rijkelijk vloeien en zitten “gezellig” bij elkaar. In principe is daar natuurlijk niks mis mee. Maar of dat nou iets met een kerst te maken moet hebben? We vertonen hetzelfde gedrag met Pasen, Pinksteren en Carnaval. Alhoewel dat laatste niet algemeen is ingeburgerd. 
Wat is dan specifiek “de kerst”? De Paus mekkert vanuit zijn Roomse gouden stulp iets over armoede in de wereld, over de ellende van oorlog. 
In het Midden Oosten wordt weer volop kerst gevierd en over vrede geschreeuwd terwijl een paar kilometer verderop de puinhopen nog naroken. 
Aan de andere kant van de Oceaan staat een president te pronken met zijn vredesmedaille van de FIFA terwijl hij alles en iedereen aan zijn waanideeën wil onderwerpen.  En dan staat er in het oosten nog iemand met een gummetje in zijn hand om de geschiedenis uit te gummen en te herschrijven. “Oekraïne is de oorlog begonnen”, zoiets. Ik denk dat hij aan één gummetje niet genoeg heeft.
Hoe dan, het is kerst. En blijkbaar hoort er een relatie te bestaan tussen vredige menslievendheid en de kerstelijke periode. Ik denk dat ik de afgelopen jaren iets heb gemist.

Bart

Een gat

Een gat

‘Morgen Bart, wat ben jij dan aan het graven?’, vroeg mevrouw Meijer die even inhield toen ze mij in de voortuin bezig zag. Ik keek op. ‘Ook goede morgen. Ik ben een gat aan het graven maar dat wil niet zo lukken. De vorst zit erin.’
‘De vorst? Ja, die. Niet vorst Willem-Alexander, maar de vrieskou. Van de afgelopen dagen.’
‘O? Maar wat moet je dan met een gat?’
‘Daar gaat straks de kerstboom in. Truus wil hem in de tuin zetten.’
‘In de tuin? Gaat dat wel lukken? Meestal gaan ze dood. Komt door de overgang van warm naar koud.’
‘Ah, u heeft er verstand van.’
‘Ja, het kan in principe wel, maar dan moet hij eerst aan de temperatuur wennen. Misschien eerst een paar nachten in de garage zetten? Kan hij vast aan de kou wennen.
‘Kijk, goed idee. Ik heb dat laatst ook met mijn schoonmoeder gedaan en die is nu winterhard.’
‘Bart toch! Ik heb het over de kerstboom.’
‘Alle gekheid op een kerstboompje, mevrouw Meijer, dat is voor onze boom allemaal niet nodig. Die gaat het vast wel redden.’
‘Denk je? Wat voor een soort is dat dan?’
‘Een boom van het merk Chiu Wah. Made in China.’

Bart


Een plan

Een plan

‘Heb je nog plannen vandaag?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.’
‘Moet ik even over nadenken.’
‘Moet je nadenken of je een plan hebt? Best plan dan.’
‘Ik ben aan het nadenken, Truus. Laat me even.’

‘Wat ben je soms toch een rare vent’, hoorde ik haar opmerken. Ik nam een slok koffie.
‘En je trekt zo’n raar gezicht. Beetje scheef. Kijk zo!’ 

Ze trok een gezicht wat nooit overeen kon komen met mijn nadenk-gezicht. 
‘Je maakt een karikatuur van mijn nadenk-moment.’
‘Je doet gewoon raar. Vandaar.’

‘Lieve schat, ik heb in de loop der jaren zo ontzettend veel in mijn hoofd opgeborgen dat ik even tijd nodig heb om het juiste laatje te vinden en open te trekken.’

‘Misschien tijd voor een opruimactie?’
‘En dan alles weggooien? Dat lijkt me een oneerbaar voorstel.’ Ik vond dat echt. 
‘Hoeft niet in één keer hoor. Kun je ook spreiden.’ Ze lachte.

‘Je lacht nu over je eigen onzin’, zei ik. ‘Hoezo spreiden?’
‘Gooi je alles weg behalve je plan van vandaag. Dat kan dan morgen bij het oud vuil.’

Bart


Knisperen

‘Hoi, verkopen jullie ook strooizout?’, vroeg ik aan de potige verkoopster van de bouwmarkt.

‘Strooizout?’, herhaalde ze mijn vraag.
‘Ja, om te strooien’, verduidelijkte ik.
‘Ja, dat snap ik’, antwoordde ze. ‘Buiten. Buiten strooien!’

‘Juist. Binnen strooien we namelijk niet.’ 
‘Nou ja, op uw eitje misschien?’, lachte ze licht roggelend.
‘O nee, ik strooi beslist geen zout op mijn eitjes.’

‘Dan zijn ze toch niet lekker?’, vond ze.
‘Hoe bedoel je?’
‘Zonder zout.’
‘O, maar ik eet ze wel met zout!’
‘Ik kan het niet helemaal meer volgen meneer.’

‘Ik knisper zout. Ik doe wat tussen mijn vingers en doseer het dan zuinigjes over de eitjes.’
‘Juist. U knispert.’ Ze keek daarbij intens naar haar eigen eeltige vingers. 

‘We hebben zakken van vijf, tien en vijfentwintig kilo. Hoe groot is het oppervlak?’
‘Eh… mijn oprit.. tien bij vijftien, honderdvijftig vierkante meter?’
‘Dan heeft u aan een klein zakje genoeg’, vond ze.

‘Is dat niet te weinig?’, vroeg ik.
‘Nee hoor, tenminste, als u wat zuinig strooit.’
‘Zuinig strooien?’
‘Ja, knisperen meneer. Gewoon blijven knisperen.’

Bart