‘Wat eten we vanavond, Truusje?', vroeg ik toen ik toen Truus in de weer zag met een boodschappenbriefje.
'Mama eet vanavond mee', mompelde ze terwijl ze wat opschreef.
'Ja? En?'
'We eten dan iets wat zij lekker vindt.'
'Ik vermoed iets wat ik niet lekker vind', merkte ik op.
'Hoezo?'
'Omdat je niet direct antwoord geeft. Je begint over je moeder en dat klinkt dan als excuus.'
Ze keek op. 'Excuus? Omdat we spruitjes eten?'
'Kijk, dat bedoel ik dus. Spruiten', riep ik nijdig.
'Bart, we eten nooit spruiten, dus dat moet een keer kunnen.'
'Truus, je mocht ooit met mij trouwen onder de absolute voorwaarde dat je mij nooit, ik herhaal NOOIT, spruiten zou voorschotelen.'
'Zwam niet. Ik kook spruiten en als jij ze niet lekker vindt, eet je ze toch niet?' Ze keek simpel. Zoals alleen vrouwen dat kunnen.
'En ik dan? Wat moet ik dan eten?'
'Spruiten. Of dacht je soms dat ik nóg iets ging koken. Dacht het niet.'
'Je moeder heeft gewoon een rare smaak. Maar goed, dat past ook bij haar.'
'Ik ben klaar met met jouw gezwam. Ik ga mij wassen en aankleden.'
Ze verdween.
'Wel verdorie, heb je mijn briefje aangepast?', riep ze boos nadat ze weer terug was.
'Ja, je moeder belde. Wat we vanavond eten.'
'Ja, en?'
'Ze wilde geen spruiten vanavond', lachte ik.
'Hoezo niet?', riep ze nijdig.
'Ze wilde niet stoken in een gelukkig huwelijk.'
Bart
