Totaal aantal pageviews

zondag 13 september 2026

Verontrust

‘Hé Arnold’, begroette ik een buurtgenoot die ik bij de Super tegen zijn kar liep.

‘Bart, kerel, hoe is het dan met je? Ik hoorde zulke verontrustende berichten over jou!’
‘Over mij?’, lachte ik.
‘Ja, over jou. Lies had er over.’

‘Wat zou er met mij aan de hand moeten zijn?’, vroeg ik toch ietwat ongerust.
‘Dat weet ik dan niet precies, maar het verhaal zingt rond dat het niet zo goed met jou zou gaan.’
‘In wat voor opzicht dan?’
‘Tja, daarvoor zou je de bron moeten raadplegen.’

‘De bron? Lies?’
‘Nee, mijn Lies is niet de bron. Dat is meer een  doorgeefluik.’
‘Doorgeefluik?’
‘Ja, ze hoort wat en schuift het door.’
‘Raar verhaal. Bij HopSing hebben ze een doorgeefluik, maar ik denk dat de Chinees weinig over mij te vertellen heeft.’
‘Ach nee, natuurlijk niet. Ik bedoel dat ze het aan mij heeft doorverteld.’

‘Oké, de bron?’ Ik begon toch wat ongeduldig te worden.
Hij keek mij aan en wees naar de kassa.

Tja, ik had het kunnen weten: Krul, Karin Krul, buurtroddelaarster. 

Binnen twee tellen stond ik bij de kassa.
‘Waarom vertel jij dat het niet goed met mij zou gaan?’
‘Ik?’, riep ze.
‘Ja, jij.’

‘Beste Bart, dat is niet anders dan het trekken van een conclusie.’
‘Conclusie?’
‘Ja, je bent al een week niet meer op je oprit gesignaleerd. Dus..’

Bart

woensdag 9 september 2026

Gehaktdag

‘Goh, u brengt me op een idee', merkte een dame naast mij op. We stonden naast elkaar bij de vleesafdeling van de Appie.
'Hoezo?', vroeg ik na het plaatsen van een gehakt-order.
'Gehakt. Ik denk dat ik dat vanavond ook eet. Tenminste, als u het goed vindt.' Ze keek me verwachtingsvol aan.
'Moet ik toestemming geven?', vroeg ik verbaasd.
'Nou ja, ik neem zomaar uw idee over. Ik kan mij zo voorstellen dat u dat niet leuk vindt.'
'Ik zou zo geen reden kunnen bedenken waarom ik u geen balletje gehakt zou gunnen.'

'Oké. Dan neem ik ook een bakje. Is dit trouwens half-om-half?', vroeg ze wijzend op een bakje.
'Nee, dit is puur rund. De half-om-half ligt links.'
'Kijk, u bent ervaringsdeskundige. U komt hier vaker?'
'Niet heel vaak. Meestal op donderdag. Dan doen we boodschappen.'
'Ah... kijk.'

'Mijn echtgenote loopt hier ook ergens rond. Ik pak altijd het gehakt', zei ik.
'Omdat u weet waar het ligt', lachte ze.
'Precies. En zij weet weer meer van de kaas. Daar weet ik weinig van. En dan praktisch: zo lopen we elkaar niet in de weg.'
'Ja, dat kan ook een reden zijn.'

'Maar was eigenlijk woensdag niet de landelijke gehaktdag?', informeerde ze.
'Eigenlijk wel, maar op woensdag heeft mijn echtgenote geen tijd voor gehakt.'
'Tja, dat kan natuurlijk. Ik heb dat ook wel eens.'
'Wat heeft u wel eens?', vroeg ik nieuwsgierig.
'Dat ik geen tijd heb om te koken. Een mens kan zo druk zijn tegenwoordig!'
'Nou dat valt wel mee, mevrouw. Zo druk zijn wij niet hoor.' Ik glimlachte. 'Hoezo zouden wij druk zijn?'
'Nou ja, u zegt net dat uw vrouw op woensdag geen tijd heeft voor gehakt.'

'Dat heeft ze ook niet. Ze is dan druk met het braden van de karbonades.'

Bart

Copyright Brompot columns en korte verhalen maart 2021

dinsdag 8 september 2026

Buurtganzen

'Heb je dat ook al gezien? Die twee ganzen die hier de laatste tijd regelmatig voorbij waggelen?', vroeg mijn echtgenote. Ze keek uit het keukenraam.
'Je bedoelt Jaap van Annie en Takkie?'
'Waar heb jij het nu weer over?', vroeg ze. 'En wie is Takkie?'
'Dat is dat Takkewijf van veertien.'

'Ik zeg dus net dat er twee ganzen voorbij waggelen.'
'Waar zie jij ganzen?', ik liep naar de keuken. Ze wees.
'Geen idee wat die daar moeten. Moet ik ze wegjagen?', stelde ik voor.
'Waarom nou weer wegjagen? Die beesten doen toch niks?'
'Jawel, ze zorgen voor onrust in de buurt.' 
'Hoezo onrust? Wat zwam je nou?' 
'Nou ja, ik zit rustig mijn krantje te vreten, begin jij over die ganzen.'
'Hallo, ik heb niet gevraagd of je wil komen kijken hoor. Dat doet jouw mannelijke nieuwschierigheidsknobbel.'
'Ach ja, het ligt zoals gebruikelijk weer aan mij', mopperde ik en liep terug naar mijn krantje.

'Zou het een paartje zijn?', vroeg de keuken.
'Zijn ze geringd?', vroeg ik.
'Flauw. Ik maak een foto. Ben benieuwd wat voor een soort het is.'
'Het zijn vast Gijs en Guusje Gans uit Duckstad.'

'Ik ga ze even googelen', zei ze terwijl ze haar tablet pakte.
'Pas op want ze zijn bedreigd', deed ik leuk.
'Ah... kijk, hier heb ik ze.' 
'Waar heb je ze?', vroeg ik.
'Op de site van de vogelclub. Het zijn een paar Rotganzen', riep ze enthousiast.'
Ik slaakte een diepe zucht. 'Precies zoals ik al zei: Jaap van Annie en Takkie.'

Bart 

Copyright Brompot columns en korte verhalen juni 2021


Een keuze

‘Bart, mevrouw de Wit komt vanmiddag. Ben jij dan thuis?’
‘Wie is mevrouw de Wit?’
‘Vrouw van schilder de Wit.’
‘Dat zal. Laat ik het dan zo vragen: wat komt ze doen?’
‘O, niks bijzonders. Gewoon even op visite.’

‘Kul, Truus. Er moet een aanleiding zijn.’
‘Een aanleiding?’
‘Ja, ze komt vast niet voor niks.’
‘Heb jij nog plannen vanmiddag’, vroeg ze.
‘Nee. Maar wil je me weg hebben?’
‘Nou ja, je hoeft niet persé weg…’

‘Ik ruik iets van een voorwaarde.’
‘Wat bedoel je?’
‘Nou ja, zoiets van “je mag wel blijven maar…”’
‘Klopt. Ik wil namelijk ongestoord met haar kunnen praten, Bart.’
‘Oooo, ik snap hem. Ik mag me er niet mee bemoeien.’
‘Juist. En anders heb ik liever dat je gaat vegen of zoiets.’

‘Ha die mevrouw de Wit’, begroette ik haar die middag toen ik de oprit aan het vegen was.
‘Middag Bart. Aan het vegen?’
‘Ja, tenminste die indruk probeer ik te wekken.’

‘Kom jij er ook bijzitten?’, vroeg ze.
‘Waarbij?’
‘O, heeft Truus het niet verteld?’
‘Neu, ik hoef natuurlijk ook niet alles te horen’, lachte ik.
‘Oké, nou ja, ze heeft smaak genoeg, denk ik.’
‘Smaak?’
‘Ja, om een kleur muurverf uit te kiezen die jij erop gaat smeren.’

Bart

zaterdag 5 september 2026

Vegetarisch

‘Morgen buurman Bart', hoorde ik een stem achter mij. Ik stond bij de slager mij te vergapen aan uitdagend kijkende biefstukjes. Ik wist overigens precies wie mij in mijn nek liep te hijgen. Mevrouw Peters van 16A. Een vervelend stuk vreten met ongeleide bevliegingen. 

'Morgen mevrouw Peters. Ook aan het slageren?'
'Ja, voor mijn André. Hij wil vanavond graag een vers lapje op bord.'
'O, niet voor uzelf?', vroeg ik.
'Nee, ik ben sinds kort vegetarisch. Ik hoef dat niet meer.'

'En bevalt dat?'
'Uitstekend. Ik merk echt verschil. Ik voel mij fitter en zelfs mijn huid is soepeler geworden.' Ze tikte ter ondersteuning met haar hand tegen haar wang.

'En u loopt nu ook op plastic schoenen?', vroeg ik gekscherend.
'Ach nee', lachte ze. 'Dat gaat me te ver hoor.'

'En wat eet u nu als alternatief?'
'O, er is van alles te koop. Groenteburgers, groentelapjes, echt van alles.'
'Maar André doet niet mee? Geen behoefte aan een elastische huidje?'

'Mijn André is een eigenwijze drol. Hij moet en zal vlees eten. Maar ik heb hem gewaarschuwd.'
'Voor een algemene lichamelijke instorting?'
'Nee, dit is de laatste keer. Hij mag het voortaan zelf kopen en braden.'

'Daar zal hij niet blij van worden', veronderstelde ik. 
'Nee, dat klopt. Maar dat is zijn probleem.'
'Toch zou ik zelf lekker door blijven vegetariëen', adviseerde ik. 'Daar wordt André op den duur vast ook blij van.'
'Denkt u?'

'Jazeker, als u er soepeler van wordt...'

Bart



woensdag 2 september 2026

Tante Joke

‘Goh, wat kijk je toch somber vanochtend’, constateerde Truus toen ze mij tijdens het tien uur koffiemomentje aankeek. 
‘Is er iets?’

‘Ik heb vannacht gedroomd.’
‘Nachtmerrie?’
‘Nee, van mijn tante Joke. Je weet wel.’
‘Nee, weet ik niet. Wat dan?’
‘Je kent tante Joke toch wel?’
‘Nauwelijks.’
‘Kom op, Truus. Het is die griezel die van het spookeiland is ontsnapt.’
‘O, die. Ik vond haar altijd wel grappig.’

‘En over haar heb je gedroomd?’
‘Ja, ze dreigde mij te onterven als ik haar nog één keer spook zou noemen.’
‘Toe maar, onterven. Dat is nogal een stap.’
‘Stap? Dat is het helemáál niet, Truus. Ik zou zelfs blij zijn want wat moet ik met een spookeiland.’

‘Maar zo aan je gezicht te zien was het toch een nare droom.’
‘Klopt, ik wilde de onterving namelijk definitief regelen maar ik heb de hele nacht tevergeefs naar haar telefoonnummer gezocht.’ 

Bart

dinsdag 1 september 2026

Ene Alie

‘Zie ik het nou goed? Ben jij het, Bart?’, hoorde ik een stem achter mij. Ik liep bij de Super voor de aanschaf van een afwasborsteltje. Volgens Truus was de oude versleten en werd het tijd voor een nieuwe. Vandaar. 

Ik draaide mij om en keek in het gezicht van een dame van ongeveer mijn leeftijd. ‘Jij bent toch Bart?’, vroeg ze, blijkbaar op zoek naar een bevestiging.

‘Klopt, ik ben één van de vele Barten die op aarde rondlopen. En wie bent u?’
‘Ach, gekkie, ken je mij echt niet meer? Alie, Alie van de Sluis. Ik zat op school naast je in de bank.’

‘Kakschooltje?’, vroeg ik ontwijkend terwijl ik dondersgoed wist wie ze was. Ze had op de lagere school naast mij gezeten. Een aandachtsgeil tiep waar ik ooit een pesthekel aan had en nu op mijn gevoel afgaand, nog steeds. 

‘Kakschooltje? Lagere school bedoel je. Klas twee tot en met vier. Daarna hebben onze wegen zich gescheiden. Ik ben verhuisd en jij bent blijven zitten, toch? Hoe is het met je?’

Kijk, dat was zo’n vraag waar ik qua ontsnappingspoging wel iets mee kon. 

‘Slecht’, zei ik streng.
‘Ach, gekkie. Meen je dat nou? Wat is er aan het handje?’
‘Onze afwasborstel is vanochtend overleden. En ik moet enorm opschieten want de begrafenisondernemer kan elk moment thuis arriveren om de crematie te regelen.’

Opgelucht verliet ik twee minuten later de winkel.

Bart

maandag 31 augustus 2026

Spiegeltje

‘Ik bekeek mijzelf vanochtend in de spiegel en dat was toch wel even schrikken hoor’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Kan ik mij alles bij voorstellen’, reageerde de overkant van de tafel met een kleine afsluitende glimlach.

‘Wat kun je je erbij voorstellen?’
‘Dat je schrok.’ 
Weer dat irritante glimlachje.
‘En waarom denkt mevrouw dat ik schrok?’
‘Nou ja Bart, laten we eerlijk zijn: de tand des tijds is behoorlijk bezig.’
‘En wie is volgens jou dan wel die zogenaamde “tand des tijds”?’
‘Ja, huhuh, de sloophamer. Wat dacht je dan?’
‘Goh Truus, wat ben je toch weer sensitief. De sloophamer.’

‘Ja schat, de waarheid is hard, keihard.’
‘Oké, dan is dit onderwerp klaar’, besloot ik.
‘Hoezo? Wilde je er nog wat over kwijt?’
‘Nou ja, jij vult voor mij in dat ik vanwege de sloophamer schrok.’
‘Ja, of wilde je zeggen van niet?’
‘Inderdaad. Ik wilde iets anders zeggen maar dat is nu niet meer van belang. Ik lig al met mijn gezicht plat op het beton.’

‘Nou ja zeg, nu stel je je wel heel erg aan. Zielig tiep. Vooruit, waarom schrok je nou zó erg dat je er hier zo’n enorm punt van maakt?’
‘Kun je het wel aan?’, vroeg ik.
‘Nou ja, ga je het nou nog vertellen? Anders ga ik soppen.’ Ze maakte aanstalten om op te staan.

‘Carla-van-de-Porsche vond vorige week dat ik er voor mijn leeftijd nog enorm goed uitzie. Toen ik vanmorgen in de spiegel keek schrok ik me dus rot: ze heeft namelijk hartstikke gelijk.’

Bart

zondag 30 augustus 2026

tuinmeubels

‘Ik hoorde vanmorgen van Ans dat Henny en Sjon overwegen om hun tuinmeubels te verkopen. Misschien iets voor ons?’, vroeg Truus.
Ik kon het niet helemaal plaatsen en zei het.
‘Ik kan je verhaal niet snappen. Ik sta blijkbaar nog niet goed aan. Wie zijn Ans, Jenny en wie is Sjon?’, vroeg ik.
‘Ook goedemorgen. Ans woont begin van de straat. Ze rijdt op zo’n elektrische scooter. En die Henny en Sjon zijn dat stel van de feestjes. Waar jij vanwege de herrie om klaagt.’

‘Oké, en die Ans verkoopt tuinmeubels?’
‘Nee, Henny en Sjon. Ans vertelde het mij. Vandaar.’
‘En hoe weet die Ans dat dan?’
‘Van Henny.’
‘En wat was de rol van Sjon? Die komt ook in je verhaal voor.’
‘Sjon is de man van Henny. Dat leg ik net uit, Bart. Gaat beetje moeizaam vandaag, hè?’

‘Maar wat is nu de bedoeling?’, wilde ik weten.
‘Volgens Ans is het een mooi setje. Zo goed als nieuw.’
‘En waarom koopt Ans die dan zelf niet?’
‘Omdat ze al een oogje op een andere set heeft.’
‘Welke dan? Ook hier in de buurt?’
‘Ja, klopt. Ook in de buurt.’

‘En waarom kopen wij die dan niet? Die Ans op het oog heeft’, wilde ik weten.
‘Omdat we er niks mee opschieten.’
‘Hoe weet jij dat dan? Zei die Henny dat?’
‘Nee, ikzelf.’
‘En mag ik daar ook wat van vinden?’, vroeg ik.
‘Jazeker mag dat. Kijk maar in de tuin.’

Bart

zaterdag 29 augustus 2026

Nieuwe bewoner

‘De woning naast Karin Krul is nu eindelijk bewoond’, vertelde Truus toen ze na een rondje boodschappen de keuken binnenkwam. Ik was net bezig met het op en neer halen van een zakje theeblaadjes in een kopje water.

‘Hebben ze eindelijk iemand aangewezen?’, vroeg ik. 
‘Aangewezen?’
‘Ja, daar gaat niemand vrijwillig naast wonen.’

‘Ik hoorde anders dat ze inmiddels de deur bij elkaar platlopen.’
‘Mooi, dan heb ik er ook geen last van.’

‘Hoe heet ze trouwens?’
‘Roos Gerritsen en ze komt uit Arnhem.’
‘Getrouwd?’
‘Nee, niet meer. Gescheiden.’
‘En hoe oud?’
‘Zesenvijftig.’
‘Werkt ze nog?’
‘Ja, ook bij de Super.’
‘Toevallig ook een hond?’
‘Ja, een boxer.’
‘Kijk, dan heb ik ze al ontmoet’, zei ik. 
‘Jij?’
‘Ja, ik liep gisteren namelijk een gescheiden zesenvijftig jarige Arnhemse vrouw met boxer bij de Super tegen het lijf.’

Bart

Huishouden

‘Morgen dames’, wenste ik twee buurtgenootjes die ik onderweg naar de Super passeerde.
Het waren de dames Meijer en Vruggink die blijkbaar in een diep gesprek verwikkeld waren want ze reageerden niet. Ik overwoog nog iets van het bij de dames opwekken van een kunstmatige schrikreactie, maar liet dat vanwege mijn haast achterwege. Truus zat namelijk op het boodschapje te wachten.

Toen ik een tijdje later terug kwam lopen stonden ze nóg te kletsen. Ik kon het niet laten.
‘Hebben wij niks anders te doen, dames?’
Pardon?’, reageerde Rietje Vruggink.
‘Jullie staan hier inmiddels een half uur kostbare tijd te verkletsen.’

‘Waar bemoei je je mee, Bart!’, vroeg mevrouw Meijer.’
‘Moeten jullie niet aan het huishouden? Bedden verschonen, stoffen, kortom druk zijn?’
‘Man, man, man, moet jij niet vegen?’, vroeg mevrouw Meijer.
‘Nee, ik ben vrijgesteld van veegdienst. Ik moest namelijk voor Truus een boodschapje doen. Maar ik heb haast want ze staat te wachten.’

‘Wat moest je halen dan?’, wilde Rietje weten.
‘Stofzuigerzakken. Ze moet mijn kantoortje zuigen maar de zakken waren op.’

Bart




woensdag 26 augustus 2026

Een nieuwtje

‘Wist jij dat de moeder van Carla hier bij ons in de straat woont? Maar dan aan de andere kant?’, vroeg ik Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Heb je haar gesproken?’
‘Ach ja, ze kwam langslopen en stopte voor een kletspraatje.’
‘Kletspraatje? Jij met Carla van die Porsche?’
‘Ja, een andere Carla woont hier niet. Wel een Karin, maar die heet geen Carla, rijdt met een koelkast en met haar praat ik niet.’

‘Koelkast?’
‘Ja, er staat  “ignis” op de achterklep van haar auto. Dat is een koelkastmerk. Eén of ander Japans dingetje.’
‘Dus de moeder van Carla woont ook hier in de straat. Dat wist ik niet.’
‘Mooi dat ik jou ook eens een nieuwtje kan vertellen’, zei ik met een gevoel van tevredenheid.

‘Nou ja, nieuwtje. Onder een “nieuwtje” versta ik toch iets anders, Bart.’
‘O, is dat zo? Je wist het toch niet? Dan is het toch een nieuwtje?’
‘Jawel, maar het is niet erg spectaculair.’

‘Moet het spectaculair zijn, dan?’
‘Ja, dit was niet meer dan een mededeling.’
‘Wat had jij dan verwacht?’
‘Nou ja, dat ze misschien een verhouding heeft met één van de mannelijke bewoners hier in de straat?’
‘O, dat. Maar dan heb ik ook nog een spectaculair nieuwtje voor je: ik ben de enige mannelijke bewoner hier in de straat waarbij ze bot vangt.’

Bart

dinsdag 25 augustus 2026

Te laat

‘Goedemorgen Bart’, riep buurvrouw Agnes terwijl ze naar haar auto rende. Ik keek instinctief op mijn horloge en wist genoeg.
‘Zeker om negen uur beginnen!’, riep ik terwijl ik overdreven op mijn horloge keek.
‘Ja, klopt, dus ik moet opschieten.’

‘Ach, bij de gemeente kijken ze niet zo nauw hoor. Dus doe vooral rustig aan’, lachte ik.
‘Dat is een misverstand Bart. Ook bij ons op het gemeentehuis houden ze de boel goed in de gaten. Dat moet ook, anders wordt het een zootje.’

‘Het is al een zootje. Dus wat dat betreft…’
‘Hoezo?’
‘Nou, ik moest een nieuw rijbewijs. Oude verliep. Ik ben verdorie drie keer weggestuurd.’
‘Drie keer? Hoe dat zo?’
‘De eerste keer deugde de pasfoto niet, de tweede keer was ik te laat. Blijkbaar werken jullie tot twaalf uur en de derde keer waren jullie vanwege een vergadering helemaal gesloten.’

‘O? Wanneer was dat?’
‘Vorige maand, half Juli.’
‘Oja, dat klopt. Dat was die vergadering.’

‘Die vergadering?’
‘Ja, toen hebben we afgesproken dat we voortaan strak op tijd zouden beginnen. Op straffe van een salarisinhouding.’
Ik keek op mijn horloge.

‘Ik denk Agnes, dat je inmiddels je eerste tientje kwijt bent.’

Bart

zondag 23 augustus 2026

Vrouw met het rode haar

‘Weet je wie ik al lange tijd niet heb gezien?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Hoeveel letters? Bedoel je soms je moeder?’ 
‘Die heb ik gisteren nog gezien, gekkie.’
‘Dat is voor jouw al “lange tijd”.’

‘Ik bedoel die vrouw met dat rode haar.’
‘Carry Tefsen?’
‘Carry Tefsen? Hoe kom je daar nou bij?’
‘Die heeft rood haar en heb je vast al lange tijd niet meer gezien.’ 
‘Hier in de straat bedoel ik. Kom, hoe heet ze toch?’

‘We hebben een Carla, een Agnes, een Boerstoel, een Rietje, een Anita, een Annie, een… ‘ 
‘Stop nou maar, hier schiet ik niks mee op.’
‘Meer vrouwen hebben we niet in de straat, Truus.’
‘Ach jawel, rood haar, kom eh… goh, het hangt op mijn lippen.’
‘Ik zie niks hangen.’
‘Aan jou heb ik ook niks.’

‘Klopt schat maar ik denk dat ik het al weet.’
‘Hij weet het weer. Zus van Carry Tefsen?’
‘Heeft die ook een zus? Maar die woont hier niet in de straat.’
‘Wie bedoel je dan?’
‘Ik denk dat je Carla-van-de-Porsche bedoelt.’
Ze schudde haar hoofd
‘Dat kan niet want die is blond.’

‘Dat klopt, maar vorig jaar was ze rood en zoals je zelf zegt: je hebt haar al lange tijd niet meer gezien.’

Bart





Bartiaans

‘Meneer, kunt u even aan de kant?’, vroeg een dame die met haar boodschappenkar al een paar keer tegen mijn achterkant had geduwd. En dan niet stevig doorduwen, nee van die korte nerveuze duwtjes. Waarschijnlijk om mijn aandacht te trekken. 

Dat ik hier niet blij van werd, moge duidelijk zijn. Sterker nog, ik heb er een ongelofelijke pesthekel aan. Dus reageerde Bartiaans.

‘Hoezo moet ik aan de kant, mevrouw?’
‘Omdat ik er bij moet en u er voor staat.’
‘Waar moet u bij?’
‘Bij de melk.’
‘Is dat even toevallig? Ik ook.’
‘Maar als u opschuift, dan kunnen we er allebei bij.’

‘Dat kan niet.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik dat niet wil.’
‘Gaan we hier nou moeilijk staan doen?’, vroeg ze nijdig.
‘Ik niet.’
‘Ik ook niet, dus..’
‘Dus wat?’
‘Dus vraag ik het nog één keer: kunt u even aan de kant.’

Op dat moment naderde er een tegenligger die pal voor mijn kar inhield.

‘Meneer, mag ik er even bij’, vroeg ze vriendelijk. ‘Ik hoef alleen maar een pak melk.’
‘Natuurlijk mevrouw.’ Toen naar mijn tegenstander: ‘Wilt u met uw kar een stukje terugrijden? Dan kan ik ook iets naar achteren en kan deze dame hier bij de melk.’

Ik wachtte haar reactie niet af, gaf met mijn achterbumper een flinke ram tegen haar kar. Ze heeft het vast begrepen, of zij nog een pak melk heeft gescoord is mij niet duidelijk geworden. Ik in ieder geval wel.

Bart



Konijnen

Mijn echtgenote Truus en ik zijn kampeerders. Bij Truus is het er ooit met een paplepel ingegoten. Ik kreeg tijdens het gepap wat spetters mee. Niet veel, maar genoeg om het ook leuk te kunnen vinden. 
Soms echter word ik wel eens wat moe van gewoontes zoals bijvoorbeeld het ochtendritueel. 

Afgelopen tijd stonden we namelijk achteraan op een veldje. Mooie plek maar wel met het nadeel dat de “natte groep” helemaal vooraan was gesitueerd. Gevolg: het maken van heel veel meters waarbij je steeds langs de rij overige kampeerplaatsen moest tijgeren om bij het loosstation te arriveren. Zo ook ‘s ochtends vanwege de eerste lozing…

Van de eerste tot de twaalfde plek herhaalde ik steeds dezelfde beleefdheidsgroet: ‘goede morgen, goede morgen, ook goede morgen, goede morgen, smakelijk ontbijt, goede morgen, Moggûh….’ Behalve dat je er doodmoe van wordt, loop je het risico iemand te hebben overgeslagen en dat kan natuurlijk niet.

Tijdens één van mijn ochtendwandelingen richting riool meende ik er bij aankomst één te zijn vergeten. Geen punt, bedacht ik mij. Op de terugtocht kon ik het nog goedmaken. Toch twijfelde. Ter hoogte van plek twaalf zag ik ze zitten. Die was ik volgens mij echt vergeten.

‘Moggûh, ik twijfel of ik u al heb gehad’, lachte ik naar een oudere bep met papillotten in het haar. Haar man keek op. ‘Beste man, ik weet niet uit welk konijnenhok je vanmorgen bent ontsnapt, maar dit soort specifieke klussen doe ik toch echt liever zelf.’

Bart



Hordeur

‘Eigenlijk is zo’n hordeur een raar geval’, concludeerde ik nadat ik een tien minuten durende studie van het ding had afgesloten.

‘Wat is er raar aan de hordeur?’, vroeg Truus.
Ik moest even nadenken over hoe ik het moest uitleggen aan een a-technische partner die net op dat moment een beschuitje at.

‘Hij hort wat vreemd.’
‘Wat doet ie?’
Kijk, daar had je het al. A-technisch.

‘Hij hort vreemd. Hordeur, vreemd!’, herhaalde ik. 
Ze nam als antwoord een hapje beschuit.

‘Ik snap niet helemaal wat je bedoelt, Bart.’
‘Je kruimelt. Kijk eens naar die vliegen.’
‘Welke vliegen?’
‘Die zodadelijk op jouw beschuitkruimels-met-jam afkomen.’

‘Wat is daarmee aan de hand?’
‘Alles. De hordeur houdt ze niet goed tegen. Ze hadden buiten moeten blijven. Daarvoor hebben we dat ding aangeschaft.’

‘Jij maakt ook van elke vlieg een olifant!’
‘Wie? Ik?’
‘Ja, jij.’
‘Truus, er vliegen meer vliegen hier binnen dan buiten.’

‘Hm, dan heb je waarschijnlijk de deur verkeerd getimmerd.’
‘De deur verkeerd getimmerd?’ 
‘Ja, ik denk dat je hem om moet draaien.’

Bart


woensdag 19 augustus 2026

Kledingprobleem



‘Waarom trek je geen sandalen aan? Staan in de kast op de overloop’, hoorde ik Truus vanuit de hal naar boven vragen. Ze klonk met een zekere, bijna dwingende stem. 

‘Ik trek mijn sneakers aan. Die groene!’, reageerde ik ietwat geïrriteerd.

‘Waarom? Het is warm en sandalen zijn lekker luchtig.’
‘Truus ik ga beslist niet op saharaschuifelaars naar de stad.’
‘En waarom niet? Die sneakers zijn oud, versleten en veel te warm.’
‘Nee, sandalen zijn fijn.’

‘Ik zou niet weten waarom ze niet fijn zijn. Ze staan bovendien zó leuk onder je groene korte broek!’

‘Ik heb die rode broek aangetrokken.’
‘Die rode? Die is helemaal verschoten.’
‘Valt reuze mee. Er heeft wat gebruiks-sporen maar die mogen gezien worden.’

‘Waarom trek in hemelsnaam die rode aan terwijl die groene zo mooi is!’, riep ze boos.
‘Die groene past niet!’
‘Past niet? Hij is net nieuw!’

‘Qua kleur. Hij past namelijk niet bij mijn groene sneakers.’

Bart

Nepnieuws

‘Ha die Bart’, hoorde ik een bekende stem achter mij. Een stem waarbij ik doorgaans naar binnen vlucht, de deur achter mij dichtgooi en de gordijnen dichttrek: Karin Krul, buurtroddelaarster. 

Dit keer niet. Niet, omdat Truus en ik een strategie hebben bepaald hoe om te gaan met dit tweebenige rampenplan: het in haar richting verspreiden van nepnieuws oftewel het bekende koekje van eigen shit.

‘Goh, Karin, wat vervelend voor je’, begon ik.
‘Vervelend? Hoe bedoel je?’
‘Je baantje als caissière.’
‘Wat is er met mijn baantje als caissière?’
‘Nou ja, ik hoorde dat de Super op termijn gaat sluiten.’
‘Op termijn sluiten? Hoe bedoel je dat?’
‘Ik hoorde dat hij dicht gaat. Vervelend voor je.’

Ik kon hier zo van genieten. Dat smoelwerk, zoals ze me aankeek.

‘Oooo, ik weet al wat je bedoelt. Hij gaat een weekje dicht in verband met een verbouwing. De kassa’s gaan eruit en er komt een zelfscan. En voor wat betreft mijn baantje: ik zit dan niet meer achter de kassa maar mag de controles bij de zelfscan doen. Kan ik nog beter zien wat jullie allemaal kopen.’

Bart


maandag 17 augustus 2026

Een vraagje

‘Bent u meneer Bart?’, vroeg een voor mij onbekende dame toen ze bij onze oprit van haar fiets stapte en het ding op de standaard trapte.
‘Vanwaar deze vraag, mevrouw?’
‘Ik wil eerst zeker weten dat u meneer Bart bent.’
‘En ik eerst waarom u dat wil weten.’

Ze keek nu langs mij heen naar onze voordeur.

‘Waar kijkt u naar?’, vroeg ik.
‘Ik probeer een naambordje te ontdekken. Meeste mensen hebben daar hun voor en achternaam op vermeld staan.’
‘Staat er bij ons niet op’, zei ik. ‘Wij houden van onze privacy. Maar nu even om het echie: wat wilt u van mij?’
‘Ik wil graag uw naam.’
‘Krijgt u niet voordat u heeft uitgelegd waarom u die vraag stelt.’
‘Oké, dan gaat het feest niet door.’

Ze pakte haar fiets, stapte op en met een chagrijnige blik verdween ze uit zicht.

Ik had net weer het veegritme te pakken toen Truus arriveerde. Ik zag meteen dat er iets aan de hand was want ze was gehaast en keek enorm blij.

‘Waar is het?’, vroeg ze.
‘Wat bedoel je?’
‘Is ze nog niet geweest dan?’
‘Wie bedoel je?’
‘De voorzitter van de winkeliersvereniging. Volgens mevrouw Boerstoel hebben wij de hoofdprijs gewonnen van de zomerloterij. En die zouden ze vanmiddag komen brengen.’

Bart