Totaal aantal pageviews

donderdag 29 februari 2024

Inzending

Inzending

‘Ik hoorde dat we dit jaar een Rapper naar Zweden sturen’, meldde Truus vanachter de krant.

‘Moesten ze die kwijt?’, vroeg ik terwijl ik een broodje in mijn mond stak.

‘Een Rapper, naar het songfestival’, probeerde ze te verduidelijken.

‘Wat gaat ie daar doen? Handje van onze inzending vasthouden? Wie gaat er trouwens? Is er al iemand gevonden die over voldoende geld beschikt om de keuze-commissie te plezieren’

‘Bart, die Rapper is onze inzending. Ene Joost Klein.’
‘En wat gaat ie doen? Rapdansen?’
‘Bart, hij gaat rappen. Dat schijnt hij goed te kunnen.’

‘Truus, rappen is dé plaag van de eenentwintigste eeuw. Moest verboden worden. Het is ziekmakend.’

‘Man, zwam niet zo, weet je wel wat een rapper is?’
‘Truus, bij een rapper is de communicatie tussen de linker en de rechter hersenhelft gestoord. Daarom brallen ze van die onzinnige teksten.’ 
Ik vond dat echt en nam een slokje koffie.

‘Het liedje is nog niet gekozen’, ging ze verder. ‘Dat gaan ze nog doen.’
‘Liedje? Tekstje bedoel je. Hij gaat toch iets voorlezen?’ Wat een gezwam.

‘Hoe dan ook, hij gaat volgens Cornald Maas, dat is een autoriteit op dit gebied, hoge ogen gooien.’
‘Niet te hopen’, vond ik.
‘Hoezo niet? Dat is toch leuk.’
‘Dat is het niet. Als hij zes gooit mag hij nóg een keer. Moet er toch niet aan denken.’

Bart



De opdracht

De opdracht

‘Hé Bart, ook aan de boodschap?’, hoorde ik mevrouw Meijer vragen. Ze liep net als ik achter een karretje door de winkel te struinen.

‘Jazeker, ik heb een aantal opdrachten gekregen en die moet ik vandaag uitvoeren.’
‘Opdrachten?’, lachte ze.
‘Ja, Truus vond dat ik toch niks te doen had en dus ook ingezet kon worden.’

‘Ingezet?’
‘Ja, als hulpkerstman.’

‘Kijk, hier heb ik zo’n opdracht. Nummer vierendertig: “loop door gang twee, stop bij het beschuit en pak twee rollen”

‘Nou, dat kan niet missen, Bart. Dat heeft ze keurig omschreven.’

‘Opdracht vijfendertig: ”draai je om, buk en pak een doosje eieren. Controleer de inhoud”.’

‘Goh, het werkt wel. Geweldig dit.’ 
Ze keek in mijn kar. ‘Je hebt al heel wat opdrachten uitgevoerd.’
‘Ja, ik moet er nog vijf.’ Ik keek naar mijn lijstje.
‘O kijk, ik ben nu verkeerd bezig. Sorry mevrouw Meijer.’

‘Verkeerd bezig?’, vroeg ze verbaasd.
‘Ja, ik heb één opdracht gemist: “Ehhh als je tijdens het uitvoeren van een opdracht een buurtgenoot tegenkomt, loop je snel een andere gang in en ga je alvast verder met de volgende opdracht.’

Bart



Een toespraak

Een toespraak 

‘Wat ben je aan het doen, schat?’, vroeg Truus die tegenover mij aan tafel zat.
‘O, ik probeer wat op papier te zetten’, bromde ik terwijl ik mijn nek brak over de spelling. D, T of DT. 
‘Wat dan?’
‘Niks bijzonders. Ga maar gewoon door met je ding’, adviseerde ik.

‘Ding? Hoe bedoel je dat?’ Ik moest ervan zuchten. 
‘Ik bedoel dat je me even mijn ding moet laten doen.’

‘Wat heb jij toch met “dingen” vanochtend?’
‘Truus, ik ben bezig. Laat me nou.’

‘Ik vraag gewoon wat je aan het doen bent. Is toch niet moeilijk een antwoord te geven?’
‘Oké, zeur, ik ben een toespraak aan het schrijven voor het kerstdiner.’

‘Een toespraak? Voor het kerstdiner?’
‘Ja, leuk toch? Of vind je het niet leuk?’
‘Ligt eraan waarover het gaat. Gaat het ook over mij?’, vroeg ze.
‘Ja natuurlijk gaat het ook over jou.’

‘En waarover dan?’, zeurde ze door.
Ik zuchtte opnieuw. 
‘Kan ik nog niet precies zeggen. Ik moet het stukje over “nieuwsgierigheid” nu weer helemaal opnieuw schrijven.’

Bart


Engeltjes

Engeltjes

‘Hoi Bart, nog de laatste kerstinkopen doen voor Truus?’, vroeg mevrouw Boerstoel toen ik haar tegenkwam bij de Super.’

‘Nee, ben hier voor mijzelf. Ik zoek poets.’
‘Poets?’, vroeg ze.
‘Ja, ik heb ooit van mijn moeder een engeltje gekregen voor in de boom. En daar moet een poetslap overheen. Ze is wat dof.’

‘O wat leuk, een engeltje’, riep ze vrolijk.
‘Ja, ze hangt met een haakje tussen haar achtervleugeltjes aan de boom.’
‘Achtervleugeltjes?’
‘Ja, dat was toen nog.’

‘Toen? Hoe oud is ze dan?’
‘Kan wel zestig jaar zijn. Een leuk antiek engeltje. Zo grappig!’

‘Achtervleugeltjes’, mijmerde ze. ‘Ze hebben toch allemaal vleugels op de rug?’

‘Nee, bij de moderne engeltjes zitten ze aan de voorkant. Kunnen ze beter manoeuvreren. Daar hangen er trouwens ook twee van in de boom.’
‘Nou, dan heb je flink wat poets nodig’, lachte ze.

‘Nee hoor ik mag alleen die met die rugvleugels poetsen. Dat is veilig. Die anderen mag ik niet aanraken. Die zijn nog maagdelijk. En dat wil Truus graag zo houden.’

Bart


Kerststal

Kerststal

‘Hebben we nog iets op de planning staan vandaag?’, vroeg Truus tijdens het ontbijt.

‘Het is de dag voor kerst, schat. Ik moet mij geestelijk voorbereiden op de komende dagen’, zei ik terwijl ik een stukje brood in mijn mond duwde.

‘Geestelijk voorbereiden? Wou je soms naar de kerk vanavond?’
‘Nee joh, ik heb een stadionverbod.’ Ik nam nu een slokje koffie.
‘Dan weet ik niet waar je op doelt’, zuchtte ze.

‘Ze komt morgen’, mompelde ik.
‘Wat bedoel je?’
‘Je moeder. Je moeder komt morgen.’
‘Ja en?’
‘Dat betekent altijd weer discussies over de kerststal.’
‘Hoe kom je daar nou weer bij. Mama vindt dat leuk’
‘Oja, zó leuk dat ze altijd de figuurtjes verplaatst.’
‘Ja, logisch, jij zet steevast de Wijzen met hun voorhoofd tegen de achterkant.’
‘Ja, anders vallen ze om’, zei ik.
Ze keek naar de kerststal.

‘Ik mis Jozef. Waar is die gebleven? Stuk? Jij gooit ook altijd zo met het spul. Het is zo teer!’
Ik zuchtte. ‘Je hebt je oordeel ook altijd meteen klaar’, mopperde ik.

‘Vind je het gek? Wat is er gebeurd?’
‘Niks schat, hij is even naar de Gamma om een nieuw slot te halen voor op de kerststaldeur. 
Kan je moeder er niet meer in.’

Bart


Zalige kerst

Zalige kerst

‘Morgen Bart, nog een zalige kerst gewenst’, riep mevrouw van Vliet vanuit haar stilstaande auto met opengeknopt portierraam. Ik was net in een innige discussie verwikkeld met onze kliko’s, of een restantje kerst nu in de groene of in de restbak moest. Ik was het even kwijt. 

‘Het zalige gedeelte hebben we achter de rug, Loes. Vandaag hangen we aan de kliekjes.’

‘Ik bedoelde dat ik jullie een fijn kerstfeest toewens’, verduidelijkte ze.
‘O, kijk. Nou, om nou van een feest te spreken: mijn schoonmoeder was er ook.’
‘O, wat leuk!’
‘Ik hoor het al: je kent haar niet.’

‘Toch leuk dat jullie haar dan ook uitnodigen’, vond ze.
‘Ach ja, het is Truus haar moeder. Van mij hoeft dat niet’, lachte ik terwijl ik een knipoog lanceerde.

‘Ik snap dat nooit zo goed. Wat hebben mannen toch tegen schoonmoeders.’
‘Weet je Loes als er drank in wordt gegoten word ze vervelend. Gisteren ook weer. Heb ik voor de vijftigste keer moeten horen dat ik ooit alle kerstkransjes uit haar boom heb gekaand.’
‘Het is je aan te zien’, lachte ze. 

‘Is ook blijven slapen?’
‘God nee. Ze is lekker naar huis gegaan.’
‘Moest je haar brengen?’, vroeg ze belangstellend. ‘Het was zo koud.’

‘Nee joh, dat was geen probleem. Ik heb haar mijn das geleend. En dan nog, het is uiteindelijk maar acht kilometer lopen.’

Bart




Slim

Slim

Onlangs was ik getuige van een aflevering van de “Slimste mens”. Een quiz waarbij men binnen het cirkeltje van BN-ers op zoek gaat naar een verborgen spoor van intelligentie. 

Nu vind ik de benoeming van “Slimste” altijd een wat beladen onderwerp want je creëert een bepaald verwachtingspatroon. En die vallen in de praktijk altijd tegen.

Nu wil ik niet zeggen dat ik met mijn uit 1972 stammende Mulootje-vier-met-wiskunde diploma slimmer ben dan de gemiddelde “slimste” kandidaat, maar ik kom met algemene basiskennis en interesses wel een heel eind. 

Wij deden namelijk nog examen in een klein dozijn vakken. En dan zowel mondeling als schriftelijk. Overigens viel ik met één mondeling examen in de onvoldoendes. Maar daar kon ik niks aan doen. De twee examinatoren bij mij aan tafel zaten benedendeks voetje te vrijen. Zij, een mooie blonde dame, nam per abuis de verkeerde afslag en begon met mijn toen nog goddelijke benen te foemelen. Tja, dan raak je als puber al snel van de leg…

Terug naar de slimste. Ooit hoorde ik iemand roepen dat slimme kandidaten “op” zijn. “We hebben niemand meer en moeten ze nu noodgedwongen uit een moddervijver vissen”.

Toen ik gisteravond een vraag hoorde over onze Eric van der Burg, de nog immer gepassioneerde demissionaire staatssecretaris van asielzaken, en niemand deze man blijkbaar kende kon ik de modderstelling volledig onderschrijven. Ze horen weliswaar dagelijks ergens een digitale klok luiden, maar van een klepel hebben ze echt nog nooit gehoord. 

Bart


Een foto

Een foto

‘Mag ik kussen?’, vroeg een uitgelaten Agnes mij terwijl ze met een glas champagne in haar hand haar gezicht alvast in stelling bracht. We stonden buiten vanwege de jaarwisseling.

‘Ja hoor, jij wel.’ Ik kreeg er vervolgens drie waarna het de beurt aan Truus was.

‘Goh, mogen we kussen?’, hoorde ik vanuit de verte de stem van Karin Krul, buurtroddelaarster. Ze naderde met rasse schreden met in haar kielzog haar man.

‘De beste wensen hè!’, blèrde ze enthousiast waarna mijn gezicht met twee handen werd vastgepakt en ik werd overladen door een serie natte kussen. 

‘Is er iets gebeurd? Loterij gewonnen of zoiets?’, vroeg ik.
‘Hoezo? Ik ben gewoon vrolijk vanwege het nieuwe jaar. En aangezien ik normaal gesproken geen kans krijg om je te kussen, pak ik hem nu. Heb je er nou een foto van gemaakt?, vroeg ze haar man.
‘Jazeker, kijk maar.’

‘Wacht even Karin. Hoezo een foto?’, wilde ik weten.
‘O, voor op de folder van de buurtvereniging. Ledenwerfactie.’ 
Haar man showde ondertussen de foto.

‘Moet deze foto de buurt door?’, lachte Truus.
‘Ja, leuk toch?’, riep Karin enthousiast. 
‘Ik denk dat je hem beter in de kelder kunt hangen’, vond de meeglurende Agnes.

‘Kelder?’, vroeg Karin.
‘Jazeker, helpt tegen de muizen!’

Bart










De duik

De duik

‘Hoi, mag ik jou iets vragen?’, vroeg ik aan het winkelmeisje. Ze keek me vriendelijk en met een enorme frisheid aan. Ik vermoedde dat ze vanwege het nieuwe jaar een nieuwjaarsduik in zee had genomen. In gedachten zag ik haar in een door Unox gesponsorde bakpakje het ijskoude noordzeewater inspringen. Ook hoorde haar ‘heerlijk’ roepen tegen haar vriendje die met een badjas klaar stond om haar liefdevol op te vangen en warm te wrijven.

‘Jazeker mag dat’, zei ze.
‘Fijn. Verkopen jullie ook echte mandarijntjes?’
‘Ja hoor’, riep ze vrolijk. ‘We hebben ze zelfs in de bonus.’

‘In de bonus? Je bedoelt één netje halen, twee betalen?’
‘Ja, klopt.’
‘Die vinden wij niet zo lekker’, zei ik.
‘O? Dat kan natuurlijk. Mijn moeder vindt ze heerlijk’, vertrouwde ze mij toe. ‘Kwestie van smaak.’ Ze keek nu heel vriendelijk.

‘Ja, maar ik heb altijd het idee dat bij deze aanbieding goede en slechte mandarijntjes worden gemixed.’
‘O? Dat kan ik mij niet voorstellen hoor!’, geitte ze. 

‘Maar er zijn ook andere mandarijntjes.’ Ze pakte een netje.
‘Deze zijn niet doorgefokt?’, vroeg ik.
‘Hahaha, nee hoor. Trouwens u zei het verkeerd. Het is tweede gratis. Niet “één halen twee betalen”. Dat zei u.’

‘Kijk, jij bent wakker!’, riep ik.
‘Kan ook niet anders’, lachte ze. ‘Ik heb gisteren mee gedaan aan de nieuwjaarsduik in de Noordzee.’

Bart

Een fiets

Een fiets

‘Er staat al een paar dagen een fiets tegen de lantarenpaal’, meldde Truus bij thuiskomst. Ze had boodschappen gedaan.

‘Klopt, heeft een lekke band’, wist ik.
‘Van wie is die dan?’
‘Van de eigenaar. Die had een lekke band, had geen zin om te duwen en heeft hem daar neergezet.

‘Hoe weet je dat?’, vroeg ze.
‘Waarom zou hij er anders staan?’ 
Vrouwen….

‘Hij kan ook gestolen zijn’, opperde ze.
‘Lijkt mij niet, Truus.’
‘Hoezo niet? Kan toch?’
‘Dan zou hij daar niet staan.’ Ik slaakte een zucht.

‘De dief kan hem daar toch hebben neergezet?’
‘Onder de lantarenpaal? Zou jij daar in het volle licht een gestolen fiets neerzetten?’
‘Ik niet, ik steel geen fiets.’

‘Nou ja, nu je het erover hebt: Er rijdt net een auto weg.’
‘Bij de fiets?’, vroeg ze.
‘Nee, bij de lantarenpaal.’
‘Maar daar staat toch die fiets?’
‘Nu niet meer.’
‘Hoezo nu niet meer?’
‘Ik denk dat ze hem zojuist met de auto hebben opgehaald.’

Bart


Dieet

Dieet

‘Goh Bart, ik zie iets aan je maar kan het niet thuisbrengen’, klonk de conclusie van mevrouw Boerstoel. Ik liep haar bij de Super tegen het lijf.

‘Dat hoeft ook niet, dat thuis brengen doe ik zelf’, lachte ik.
‘Nee, zonder dollen, ik zie echt iets aan je. Nieuw gebit?’
‘Nee hoor, en ik heb mijn lippen ook niet op laten spuiten.’

‘Ben je soms afgevallen?’, gokte ze
‘Misschien een paar honderd gram, maar dan houdt het wel op hoor!’
‘Ah… kijk, dus ik zag toch wat. Meteen met het nieuwe jaar gestart?’
‘Ach ja, goede voornemens hè!’, lachte ik.

‘Ja, die heb ik ook. Elk jaar weer. Sjaak zei nog: gaan we weer over op rauw?’
‘En lukt het een beetje?’, vroeg ik terwijl ik het antwoord wel wist.

‘Ach weet je, ik ben vijftien Januari jarig. De periode vanaf nieuwjaar is dan te kort.’
‘Ga je de zestiende toch verder?’, zei ik.
‘Ach nee, probeer het volgend jaar weer opnieuw.’
‘Dat kan natuurlijk ook.’

‘Maar jij bent dus op dieet. En met resultaat!’, stelde ze vast.
‘Ach ja, je moet iets’, blaatte ik.
‘En wat voor een dieet volgen jullie dan?’, vroeg ze nieuwsgierig.
‘Wij volgen het tomatendieet. Heel effectief!’
‘Tomatendieet? Wat is dat dan precies?’

‘Het is echt een geweldig dieet. Je mag dan alles eten, behalve tomaat. En laat ik die nou ook nog niet lusten ook!’

Bart

Vlaai

Vlaai

‘Ik hoorde op het nieuws, ja, luister goed Truus, ik hoorde op het nieuws dat de Limburgse vlaaien voortaan alleen Limburgse vlaai mogen heten als ze echt uit Limburg komen.’

‘Ja, en? Dat is toch prima? Zo garanderen ze de kwaliteit.’

‘Gezwam. Kwaliteit heeft niks te maken met het feit of ze in Limburg zijn gebakken of niet.’
‘Maak je druk man’, mompelde Truus.
‘Ja, ik maak me druk want het is echt protectionistisch gezwam.’

‘Ik lees net dat Akwasi is uitgenodigd bij de Koning’, meldde ze vanachter de tablet.

‘Wat denken die Limburgers wel niet!’
‘Akwasi komt niet uit Limburg, toch?’
‘Daar heb ik het niet over. Ik heb het over die vlaaien!’

‘Man, wij eten nooit vlaai. Je lust ze niet eens.’
‘Schat, waarom zouden ze op Vlieland geen vlaai kunnen bakken?’
‘Omdat ze daar geen honger in hebben. Bart, hou nou toch op met dat gezeur. Laat ze toch.’

‘Zou je nog tegen deze beslissing beroep aan kunnen tekenen?’
‘Ik geef hier geen antwoord meer op.’
‘Nou ik wel. De eerste de beste Limburger die het nog waagt om een Haags Hopje in zijn miegel te duwen, doe ik een proces aan.’

Bart


De fiets(2)

De fiets (2)

‘Ik heb afgelopen week enig speurwerk gedaan en weet nu van wie die fiets was’, meldde ik niet zonder trots.
‘Welke fiets?’, vroeg Truus.
‘Die van de week met een lekke band tegen de lantaarnpaal stond en waarvan jij suggereerde dat hij gestolen kon zijn.’
‘O, die fiets’, antwoordde ze ongeïnteresseerd. Ze was aan het ramen zemen.
‘Ja, die. Hij bleek van Ria te zijn. Dat is de dochter van Robert uit de Kerkstraat.’
‘En wie is Robert?’
‘Oude schoolvriend. Ach, die ken je wel. Zijn vader deed in zaad. Van dat grote gezin. Er zit trouwens nog een vlek op het raam.’
‘Heb je ook al de relatie onderzocht tussen dat zaad en het grote gezin?’ Ze zeemde de vlek weg en mikte de zeem in de emmer.
‘Je spettert!’, riep ik toen er water op mijn broek spetterde.
‘Ze had een lekke band en heeft hem tegen de lantaarnpaal geparkeerd. Haar man heeft hem paar dagen later met de auto opgehaald.’
‘Fijn dat het nu is opgelost. Je lag er vast van wakker.’
‘Nou ja, ik vond het wel een dingetje’, bekende ik eerlijk.
‘Dat vond die Ria waarschijnlijk ook’, suggereerde ze.
‘Hoezo?’
‘Anders had hij er nu nog gestaan.’

Bart


Boeiend

Boeiend

‘Morgen Bart’, riep Agnes. Ze liep haar oprit af naar haar auto.

‘Morgen Agnes’, groette ik terug. ‘Leuk weekend gehad?’ Ze hield haar pas in.

‘Ja, heerlijk. Herman was het weekend bij me. Was gezellig.’
‘Leuke dingen gedaan?’, vroeg ik.
‘Ja, we hebben lekker TV gekeken, Herman heeft gekookt, hij is kok, en lekker gekletst. Het is zo’n leuke gozer! Weet je Bart, ik ben helemaal verliefd!’

‘Nou, het is je van harte gegund hoor. Alleen is ook maar alleen, toch?’
‘Ja, zo is het. Ik hoop dat we elkaar kunnen blijven boeien. Net zoals jullie.’ 

‘Morgen Agnes’, hoorde ik Truus achter mij. ‘Wat hoorde ik, boeien wij elkaar?’, vroeg ze quasi verbaasd.
‘Ja toch?, tenminste die indruk wekken jullie wel.’
‘Nou ja, jij boeit mij wel hoor Truusje’, zei ik met enige nuchterheid in mijn stem. Ik lanceerde een luchtkus. 

‘O, toch wel?’, vroeg ze. 
‘Ja, waarom niet, schatje?’
‘Nou ja, die discussie van gisterenavond.’

‘Hahaha’, lachte Agnes. ‘Hebben jullie ook wel eens discussies?’
‘O ja hoor. Ging gisteren zelfs over jou.’
‘Dat meen je niet!’, riep Agnes.
‘Jawel, vanwege de foto van mijn moeder die tegen jouw slaapkamermuur hangt. Die rammelde gisteren uit de lijst. Bart wil hem nu in de kelder hangen. Zo boeiend die man!’

Bart




Een Porsche

Een Porsche

‘Hoi Carla, hoe gaat het?’, vroeg ik onze buurtgenote die als Carla-van-de-Porsche door het leven gaat en die ik bij de Super tegen het lijf liep. ‘Ik zie je de laatste tijd niet veel meer in je bolide rondrijden!’

‘Klopt Bart, hij is een beetje stuk.’
‘Beetje stuk? Een Porsche?’
‘Ja, hij loopt niet fijn. Volgens Hans Vruggink loopt hij op vijf poten.’

‘Op vijf poten?’ 
‘Ja, dat is een technische term. Hij heeft zes cylinders, en één van die zes doet het niet goed. Dus loopt hij nog op vijf. Hans noemt dat vijf poten.’ Ze keek logisch.

‘Ja, dat klinkt vervelend. Kan Hans hem niet maken?’
‘Nee joh, nee hij moet naar de garage. Ik heb al een afspraak gemaakt maar dat duurt nog twee weken.’

‘Goh, en is het een dure grap?’
‘Ligt eraan. Volgens Hans heeft hij een stevige beurt nodig. De auto’, voegde ze er haastig aan toe.

‘Maakt niet uit, Carla. Als je met de auto alleen al bij de garage door de straat rijdt, ben je al een bak geld kwijt’, wist ik.

‘Klopt, en bij mijn garage helemaal. Die draaien je echt een poot uit.’
‘Dat is niet te hopen’, lachte ik.
‘Inderdaad Bart, dat is niet te hopen.’
‘Nee want dan loopt hij nog op vier poten, en wordt de reparatie alleen maar duurder.’

Bart

Melkkoetjes

Melkkoetjes 

‘Ik zag net mevrouw Meijer voorbij wandelen. Heeft ze soms een nieuwe hond?’, vroeg ik vanuit de keuken.

‘Is dat zo’n klein hondje?’, vroeg Truus.
‘Kan ik niet beoordelen. Ik weet niet wat jij onder een kleintje verstaat.’
‘Moet ik jou dat uitleggen?’, lachte ze.

‘Zijn buik hangt een vijftien centimeter boven de klinkers.’
‘O, ja, dan is dat snuffeltje. Die hebben ze pas.’

‘Oké, en wat is de bedoeling?’
‘Bedoeling? Hoe bedoel je?’
‘Nou ja, wat voor een functie gaat Snuffeltje vervullen?’
‘Man, wat zwam je nou weer?’

‘Hoezo zwammen? Er lopen hier in de buurt al een politiehond, een hulphond, een klikohond, dan is er nog een waakhond, een ballenopraaphond, een Sierse Etter, snap je?’
‘Sierse Etter?’
‘Ierse Setter. Ook zo’n fijn portret. En dan nu ook nog een Snuffeltje.’

‘Is toch leuk? Zo heb jij ‘s morgens, als je staat te vegen nog een beetje aanspraak. Anders voel je je zo eenzaam.’

‘Hou toch op Truus, het zijn er veel te veel. Ik zal het er eens met Agnes over hebben. Misschien dat zij intern bij de gemeente wat kan bereiken.’

‘Dat gaat de gemeente nooit doen, Bart’, riep ze zelfverzekerd.
‘Hoezo niet?’
‘Het gaat hier over melkkoetjes.’
‘Nu weer melkkoetjes. Het gaat over honden’, Truus.

Ze begon te lachen. ‘Welkom in het gemeentelijke belastingparadijs.’

Bart


Eieren

Eieren

‘Zijn er nog eieren?’, vroeg ik aan een medewerkster van de Appie.

Ik was kort daarvoor door Truus van de driezits geplukt, vervolgens mijn portemonnee in mijn handen geduwd gekregen, gevolgd door een briefje en met een afsluitende ‘succeswens’ op de fiets gezet. Eieren dus.

‘Hoeveel wilt u er?’, vroeg ze lachend.
‘Eén doos XL, niet van die duiveneitjes.’

‘Liggen er geen doosjes meer op het schapje dan?’, vroeg ze.
‘Geen idee, want ik weet namelijk niet waar ik jullie schapje kan vinden.’
‘In de laatste gang. Dus stukje rechtuit, linksaf en dan meteen rechts. Op ooghoogte. Ze wees met haar arm in de richting van de mogelijke vindplaats.

‘Dat moet lukken’, zei ik.
‘Dat dacht ik ook. Zo moeilijk is het niet, toch?’
‘Nee, eigenlijk niet. Het gaat om kennis. Jij werkt hier dus jij hebt die kennis.’
‘Klopt, en eh.. u werkt hier niet. Dus..’
‘Dus vraag ik het jou. Omdat jij hier werkt’, lachte ik.

Ik volgde de aangewezen route naar het laatste gangpad, en sloeg linksaf…

In het aangewezen pad, pal vóór het schap, ontdekte ik een karretje en een man. Op het schap één doos eieren. 

‘Mag ik er even bij?’, vroeg ik. Ik rekte me uit.
‘Moment’, zei hij en griste het doosje van het schap. 

‘O, maar die was voor mij bestemd!!’, riep ik nijdig.
‘Hoezo?’, vroeg de man. 
‘Ik heb die nét gereserveerd. Laat eens kijken?’ 
Hij gaf mij het doosje.
‘Ja hoor, dat is hem. Dit is het gereserveerde doosje. Sorry.’

‘Heeft u de eieren gevonden?’, hoorde ik de stem van de medewerkster achter mij. Ze was voor de zekerheid achter mij aangelopen.

‘Ja, deze toch? Ik hield het hoog.
‘Klopt, O? Ik zie dat het de laatste was? Dan heeft u geluk gehad. Achter ligt niks meer.’ 
Toen tegen de verbaasd kijkende man: ‘eind van de middag krijgen we nieuwe voorraad.’

Tevreden rekende ik af en fietste opgewekt naar huis.

Bart







Lekke band

Lekke band

‘Ik ben vandaag niet vooruit te branden’, klaagde mijn schoonmoeder terwijl ze met een zware bejaardenzucht bij ons in de driezits plofte.
‘Zal ik het eens proberen?’, stelde ik voor.
‘Eerlijk Bart, ik ben moe.’

‘Wat heb je dan gedaan dat je zo moe bent?’, vroeg ik.
‘Kilometers gelopen’, zuchtte ze.
‘Hoezo? Was er ergens een aanbieding?’
‘Nee, ik had een lekke band met de fiets.’
‘O, een lekke band? En waarom heb je geen hulp gevraagd? Je kunt mij onderweg toch bellen?’
‘Had geen telefoon bij me. Dus bleef er niks anders over dan lopen.’

‘En niemand die je een lift wilde geven?’, vroeg Truus.
Kan ik me wel iets bij voorstellen, bedacht ik mij.
‘Wie wil er nou zo’n oude tang in de auto?’, klaagde ze.
‘Dat bedoel ik, ma’, grapte ik. ‘En staat hij nu bij de fietsenmaker?’
‘Nee, nog niet. Dat lijkt me een klusje voor jou’, zuchtte ze. 

‘Wat bedoel je precies? Moet ík de band plakken of de fiets naar de fietsenmaker brengen?’

‘Wat denk je zelf?’, vroeg ze.

‘Eh… naar de fietsenmaker?’, probeerde ik voorzichtig.
‘Honderd punten Bart, anders zit ik hier morgen weer bekaf te wezen.

Bart





de Ontwerper

De ontwerper

Goede morgen Mevrouw Meijer, alles goed met u?’, vroeg ik toen ze met haar hondje voorbij liep.
‘Morgen meneer Bart, ja hoor het gaat prima. Zo vroeg al aan het vegen?’
‘Ja, Truus riep vanmorgen iets van “pluk de dag” en tja, dan gehoorzaam je als man zijnde.’ Ik gaf haar een knipoog.
‘Dus je bent nu aan het plukken?’
‘Ja, zoiets. Ik heb net wat paardebloemen tussen de keien weggeplukt.’
‘Het ziet er bij jullie altijd top uit. Als je bij ons kijkt, het gras groeit overal tussen de tegels.’
‘Veegt je man nooit?’, vroeg ik.
‘Mijn man? Nee, die is hele dagen druk. Die heeft alleen tijd voor anderen.’ 
‘Goh, werk hij nog? Ik dacht dat hij ook met pensioen was.’
‘Ja, al jaren. Maar hij klust nog wat bij. Voor de lol. Hij was in zijn vorige leven namelijk ontwerper.’
‘O? En wat ontwerpt hij? Huishoudelijk gereedschap?’
‘Nee, bezems voor de gemeentelijke plantsoenendienst.’

Bart

De val

De val

‘Gaat het, mevrouw Hendriksen?’, vroeg toen ik haar op krukken aan zag komen strompelen. Ze hield in bij onze oprit en trok haar pijnlijke been iets op. 

‘Ja hoor, het gaat wel weer een beetje’, zei ze.
‘Een “beetje”? Of gaat het eigenlijk niet?’, vroeg ik.
‘Meneer Bart, ik ben niet van de klaag. Ik ben weer in beweging en dat valt onder de categorie “beetje”’, lachte ze.

‘Fijn, ik hoorde van mevrouw Boerstoel dat u over een houten tafeltje bent gestruikeld?’
‘Ja, het antieke melkkrukje van mijn opa. Die staat altijd naast de bank.’
‘O?, en toch over gestruikeld?’

‘Ja, mijn hulpje had hem aan de kant gezet om te zuigen en vergeten terug te zetten’
‘En toen bent u gestruikeld’, concludeerde ik.
‘Juiste conclusie. Been gebroken.’

‘En hoe lang moet u nog?’
‘Nou, ik ben van plan honderd te worden dus moet ik er nog een kleine twintig.’
‘Ik bedoelde het gips!’
‘O, dat. Nog twee weken en dan mag het eraf.’

‘Goh, Echt vervelend voor u.’
‘Nou voor mij valt het nog mee.’
‘O? Nog meer slachtoffers gevallen?’
‘Ja, het antieke melkkrukje. Dat is overleden.’

Bart



Een plan

Een plan

‘Wil jij straks nog even stofzuigen?’, vroeg Truus terwijl ze met haar jas aan klaarstond voor vertrek naar haar moeder.

‘Kon je dat niet eerder vragen?’, reageerde ik.
‘Hoezo eerder?’
‘Dan hadden we op ons gemak een uitvoeringsplan kunnen opstellen. Daar is nu geen ruimte meer voor.’

‘Een plan? Hoezo plan? Ik vraag je om te zuigen. Niks meer en niks minder. Pfff een plan!’

‘Schat, zuigen is een verantwoordelijke klus. Daar hoort een zekere mate van overleg bij.’
‘Zwam toch niet zo, Bart. Gewoon stofzuiger pakken en zuigen. Wat is daar nou zo moeilijk aan?’

‘Nou ja, bijvoorbeeld de route. Welke route kan ik het beste volgen, waar liggen het begin en eindpunt? Hoever moet de zuigbuis-schuif open en nóg belangrijker: de borstel aan de zuigmond. Op welk moment en waar precies moet ik die in stelling brengen? Jij bent er altijd heel precies mee om beschadiging van het pakket te voorkomen. Dus…’

 Ik keek haar diepvragend aan. Zij mij alsof ik van een andere planeet kwam.

‘Weet je Bart, laat maar. Ik doe het zelf wel.’
‘Oké’, riep ik opgelucht.
‘Maar als je dan wel even wilt afwassen, toilet schoon wil maken en de was uit de wasmachine op wil hangen. Dat kan namelijk wél zonder uitgebreid uitvoeringsplan.’

Bart




Het Appje

Het Appje

‘Ik heb wel zin in macaroni’, antwoordde ik op de klassieke vraag “wat eten we vandaag?”. 
Deze vraag werd gesteld vanuit het zenuwcentrum van onze woning oftewel de keuken. Chef-Kok Truus stond met haar telefoon bij de voorraadkast om de boodschappen in een speciaal daarvoor ontwikkeld appje te timmeren. 
Vroeger schreven we dat op een papieren lijstje, maar dat blijkt na vijfhonderd jaar niet meer te kunnen.

‘Weet je hoe je macaroni moet spellen?’, grapte ik. 
‘Ik hoef maar twee letters in te toetsen. De rest doet Appie vanzelf. Zo handig, bespaart veel tijd’, voegde ze eraan toe.

‘Hoeveel tijd kostte het vroeger?’, vroeg ik. 
‘Wat bedoel je?’
‘Om het met een potloodje op een papier te schrijven?’
‘Zwam niet. Denk even mee. Hebben we nog beschuit nodig? Kijk even in de kelder.’

‘Geeft  Appie dat niet aan in de App?’
‘Wat bedoel je?’
‘Onze voorraad? Ze weten alles, dus waarschijnlijk ook de stand van het beschuit. En natuurlijk het aantal toiletrollen bij een dagelijks gebruik van vier velletjes per persoon.’

‘Bart, het is gewoon een handig Appje.’
‘Dat zal, maar het bemoeit zich veel te veel met onze privacy.’
‘Wat een ouderwetse opvatting, je moet meegaan met de tijd, schat. Dat zeggen de kinderen ook altijd.’

‘We kunnen tegenwoordig niks meer zonder. Er zijn zelfs appjes die uitrekenen hoe vaak je in een jaar seks hebt gehad’, mopperde ik.
‘Daar heb ik geen appje voor nodig’, lachte ze.
‘Hoe bedoel je?’ 
‘Het jaar is net pas begonnen.’

Bart



De tuin

De tuin

‘We moeten binnenkort in de tuin aan de gang’, meldde Truus aan het ontbijt.
Ik schrok en verslikte me spontaan in een stukje beschuit.

‘Wat doe je nou?’, vroeg ze bezorgd.
‘Ik schrok me rot, Truus, wil je me voortaan voorzichtig voorbereiden?’ 
‘Man, stel je niet aan. Je zal toch echt aan de bak moeten want ik doe het niet alleen.’

‘Schat, ik heb er echt geen verstand van. Ik ben van de plantenbakken op een Haags balkonnetje, drie hoog achter.’
‘Je moet jezelf er wat meer in verdiepen. Dan ga je het vanzelf zien en leuk vinden.’
‘Oké Truus, ik zal mijn best doen’, hoorde ik mijzelf beloven.

‘Ik zag trouwens vanmorgen dat de krokussen al uit de grond komen’, ging ze verder.
‘Zo, die waren er dan al vroeg bij’, zei ik in een poging een positieve opmerking te maken. Ik nam een slok koffie, trok er een tuintechnisch gezicht bij en wachtte vol verwachting op een reactie.

‘Toch redelijk normaal om deze tijd hoor’, vond ze. 
‘Hoe laat is het dan?’ 
Ze keek op de klok. ‘Negen uur, hoezo?’
‘Hmm, dat vind ik zelfs voor krokussen toch behoorlijk aan de vroege kant.’

Bart

Martin

Martin

‘Dus hij heet Martin?’, hoorde ik Truus aan de telefoon tot een conclusie komen.

De andere kant plaatste waarschijnlijk nog een afsluitende opmerking want Truus wenste hem/haar nog een fijne dag en drukte de phone uit.
Ik keek haar nieuwsgierig aan.

‘Wat kijk je?’
‘Wat denk je?’
‘Wat ik denk?’
‘Truus, wie had je aan de telefoon?’
‘Annie van der Heuvel.’
‘En wat had die dan?’
‘Niks bijzonders. Koffie?’
‘Wie is dan die Martin?’
‘Geen idee.’
‘Geen idee? Hoezo? Je had het met Annie over Martin. Dat hij zo heet. Moeilijk hè, een gesprek met je man voeren.’
‘Zeur niet. Ik heb geen idee wie hij is of wat hij doet.'

'Waarom noemde je zijn naam dan?' Ik kon hier zo pissig over worden.
'Omdat Annie dat zei.'
'En waarom dan? Waarom zei ze dat?'
'Weet ik toch ook niet?'

Ik slaakte een diepe zucht. Ik kon nu ophouden en accepteren zoals het nu eenmaal zo was, of nog een keer vol in de aanval gaan. Ik besloot tot het laatste.

'Maar waarom noemde ze hem Martin?'
'je blijft wel doorzetten hè?', riep ze geïrriteerd. 
'Ja, logisch toch?', riep ik.
'Hoezo logisch? Ze noemt hem zo omdat hij zo heet. Als hij Jan....'

Ik heb gecapituleerd.

Bart




Slecht geslapen

Slecht geslapen

‘Ik hoorde van Carla dat Hans Vruggink een andere auto heeft gekocht’, meldde ik tijdens ons dagelijks ochtend-koffiemomentje. Truus reageerde niet.

‘Ik zei wat.’ 
Ze keek op. ‘Ik hoorde het. Je kwam luid en duidelijk over.’
‘Waarom reageer je dan niet?’
‘Waarom zou ik moeten reageren?’
‘Omdat ik informatie met je deelde.’
‘Oké, dit heet informatie? Wat moet ik ermee? Naar die sukkel lopen en hem feliciteren met zijn aankoop?’

‘Ik hoor het al. Slecht geslapen’, zuchtte ik.
‘Ik heb prima geslapen.’
‘O, kijk, toch iets positiefs’, lachte ik.
‘Je doet raar, Bart.’
‘Jaja, dus omdat Hans een nieuwe auto heeft gekocht doe ik raar.’

‘Nee, je doet net of de vrachtauto van de postcodeloterij de straat in is komen rijden en we elk moment die kale neet aan de voordeur kunnen verwachten.’

Ik zuchtte maar weer eens. Vervolgens zette ik de radio wat harder.
‘Moet dat zo hard?’, vroeg ze chagrijnig.

‘Ja joh, een lied met een zeer toepasselijke tekst van André Hazes!’

“Zeg maar niets meer” galmde door de kamer.
Lachend stak ze haar tong uit. 

Bart



Gebonk

Gebonk

‘Heb jij vannacht dat gebonk ook gehoord?’, vroeg Truus nadat ze op moeder aarde was teruggekeerd.

‘Nee, Agnes weer bezig geweest?’
‘Agnes?’, vroeg ze slaperig.
‘Ja, misschien nieuw vriendje?’
‘Het was buiten.’
‘Hm, misschien lagen ze op de tegels. Je weet maar nooit!’

‘Het was net alsof er in de tuin iets naar beneden viel.’
‘Hm, tegels liggen muurvast.’
‘Misschien de hangpot aan de pergola?’
‘Die is hufterproof verankerd. Daar heb ik een bout ingeschroefd. Nee Truus, dat bestaat niet!’

‘Met dezelfde soort bout als waarmee je vorig jaar die inmiddels gesneuvelde lamp had vastgezet?’
‘Dat kwam door de kat van de achterburen.’
‘Jaja, de kat van de achterburen. Weet je Bart, de kat van de achterburen is al jaren dood.’

‘Het wordt licht, schat. Misschien even het gordijn aan de kant en naar buiten kijken?’

Ze nam het advies over, jumpte uit bed en keek naar buiten.

‘Niks te zien.’
‘En de hangpot doet het nog?’, vroeg ik.
‘Ja, dus ik snap niet waar dat gebonk vandaan is gekomen’, zuchtte ze.
‘Hm, misschien was het dan toch Agnes.’

Bart



Inschatting

Inschatting

‘Wie is er aan de beurt?’, vroeg de dame achter de tap.
‘Ja, ik’, antwoordde ik. ‘Ik wil graag een witte wijn en een cola.’
‘Welke wijn wilt u?’, vroeg ze met een beroepsmatig automatisme.
‘Doorzichtig’, grapte ik. Het werd niet opgepakt.
‘Chardonnay of Pinot?’ 
‘Geen idee. Ik heb opdracht gekregen. Ik drink zelf niet.’
Ze keek me met de handen in de zij ietwat vermoeid aan.
‘Ik heb echt geen idee!’, herhaalde ik.
‘Zoet of droog?’
‘Eh droog?’
‘Ja, dat is minder zoet.’
‘Dan doe dat maar. Droog.’
‘Chardonnay?’
‘Nee, die andere.’
Ze slaakte een zucht, draaide een dop van een fles, pakte een glas en schonk een afgemeten hoeveelheid vocht.
‘Cola? Welke cola?’, vroeg ze terwijl een glas pakte.
‘Hoezo welke?’
‘We hebben gewone en zero.’
‘Zero?’
‘Ja, dat is zonder calorieën’, zei ze terwijl ze overdreven naar mijn buik keek.
‘Ik probeer uw antwoord in te schatten’, lachte ze.
‘Hoezo?’, vroeg ik naar de bekende weg.
‘Dan maar Zero doen?’
Ze wachtte het antwoord niet af en vulde het glas. 
‘Ik kan goed inschatten hè?’, lachte ze opnieuw.
‘Pinnen of contant?’
‘Contant’, zei ik terwijl ik mijn portemonnee trok, er een briefje van vijf pakte en op de take legde. Ik pakte vervolgens de versnaperingen en wilde weglopen.
‘Hoho, hoe komt u erbij dat het maar vijf euro kost?’, riep ze boos. Ik draaide mij om. ‘U bent blijkbaar niet de enige die slecht kan inschatten.’

Bart





donderdag 30 december 2021

De weg kwijt

 
‘Hé, weet jij waar hier de Hema is?', hoorde ik een stem achter mij. Ik draaide mij instinctief om en keek in het gezicht van een dame van naar schatting vijfenveertig ijskoude winters. 
Het woord "dame" geeft overigens alleen maar aan dat ze van het vrouwelijk geslacht was. Verder viel er weinig "damesachtigs" te bespeuren. Ze had wel wat weg van de vrouw van Winnetou, de bekende indiaan. 

Op haar hoofd ontdekte ik namelijk een samengebonden haarbos waarin een adelaar een flink nest zou kunnen bouwen. Daaronder: Dikke zwarte lijnen boven haar ogen en een gekrakeluurde laag schmink op haar gezicht. Onder haar gekrompen rokje met sierlijke franjes, ik herkende het als vliegengordijn, staken twee vleesbenen die elk eindigden in een paar hoge knielaarzen.

Het zei mij genoeg: Dit prairie-exemplaar kon zo meedoen aan een wedstrijdje line-dance voor gevorderden en zou er ongetwijfeld met de hoofdprijs vandoor gaan.

'Wat vroeg u?', vroeg ik. Ze kauwde een plakkerige kauwgum. 
'Of jij weet waar ik de Hema kan vinden.'
'De Hema, tja...' 
Ze keek me met een verwachtingsvolle ordinaire blik aan.
'De Hema, de Hema, waar zit hier de Hema', mijmerde ik. 

'HENK!! HIJ HIER WEET HET OOK NIET!', gilde ze ongeduldig naar de overkant van de winkelstraat. Ze wees naar "hij hier". 
De Henk stak over. 

'Hoezo weet jij dat niet?', vroeg hij agressief.
'Ik moet er gewoon even over nadenken', zei ik. 'U overviel me.'
'Nou ja, zo moeilijk kan het toch niet zijn?', vond ze.
'Blijkbaar wel', antwoordde ik.
'Hoezo wel?' De kauwgum gleed nu naar de andere kaakkant. 

'U weet het toch ook niet?'

Bart






maandag 20 januari 2020

Stroomstoring...

‘Ik heb geen stroom', riep mijn echtgenote vanuit de caravan.
'Ik ook niet', antwoordde ik vanuit de stoel. Ik was net met de krant begonnen.
'Hoezo jij niet? Je hebt daar helemaal geen stroom!'
'Klopt. Dat zei ik toch!'
'Wil je even kijken dan? Ik denk dat de stop eruit ligt.'
'Je bedoelt de zekering? Een stop zit thuis in het bad.'
'Weet ik veel hoe dat kloteding heet. Ik heb geen stroom. En opschieten want de koelkast ontdooit.'

Ik liep met grote passen naar de kast waar ik de blauwe eurostekker in had gestoken en controleerde de zekering.
'Is niks mis mee. Hij moet het doen.'
'Hij doet het niet.'
'Ik zal de kabel wel even nalopen. Misschien zit er een kink in?'
'Een kink? Lijkt mij sterk. Die kabel ligt al een week stilletjes te liggen. Of hij moet kramp hebben gekregen.'
'Moet je nou stroom of niet?', vroeg ik ietwat gepikeerd.
'Nou, zoek die kink dan op.' 

Ik pakte de kabel en volgde hem tot aan de caravan.
'Geen kink. Hij moet het doen.'

'Bart, hij doet het niet! Een kink!! Man....' Ze drukte overdeven op de buitenlampschakelaar. 
'Dood. Helemaal niks. Loop anders naar de receptie. Of, misschien nóg beter: vraag de buren.'
'Dat is een Pool', zei ik. 
'Nou en? Die gebruiken ook stroom.'
'Hoe leg ik dat uit?'
'Simpel: Morgen buurman, heb jij wel stroom?' 
'Dat begrijpt hij vast niet.' 

'Nou en?', riep ze. 'Jij toch ook niet?'

Bart


 

woensdag 18 september 2013

Troonrede: the day after

We hebben het weer gehad: de jaarlijkse voorleeswedstrijd. Helaas was er maar één kandidaat: onze nieuwe koning. En wat mij betreft heeft hij de wedstrijd glansrijk verloren. Het verhaal was slap, de voorlezer een ramp en de entourage bagger. Kortom: voel me bestolen. Los wat we van het hele circus vinden: Zowel Wilhelmina, Juliana als Beatrix hadden het. Statig, majestueus en respect afdwingend. Er stond iets, er zat iets en er werd iets voorgedragen. En daarmee ontstond dan een plaatje van iets plechtigs. iets traditiewaardigs. Ook al was de boodschap nog zo slecht, de verpakking maakte veel goed...

Het begon dit keer al met de kleding: een billentikker voor hem en een jurkje voor haar. En wat dat laatste betreft: niet bepaald gesponsord door de voedselbank. Dacht even dat de gouden koets herself naar binnen kwam huppen. En dan de manier waarop onze koninklijke puntmuts de ridderzaal in kwam stampen. Hij kreeg daarbij ondersteuning van Anouschka van Miltenburg. Dat is de baas van de commissie van in en uitgeleide. De club die zorgt dat de Koning niet over de loper struikelt en dat eventuele Oosteuropese zakkenrollers geen kans krijgen toe te slaan. Alhoewel, Wilders zat ook in de zaal. Het deed Alex allemaal niks. Had nog net niet zijn handen in zijn zakken, maar de neiging was er wel. Meneer kwam even een klusje doen. Hij knikte zo hier en daar wat in het rond en plofte toen op de troon.

Hij had het verhaaltje al wel een paar keer geoefend. Waarschijnlijk bij het naar bed brengen van de dochters A,A & A. Als voorleesvoer. En Max had hem daarin bijgestaan. Maar helaas snapt die ook niet goed hoe je Hollandse emotie in een slecht verhaal moet duwen. Heeft ook geen inburgering gedaan. Kun je haar ook niet kwalijk nemen. Maar goed, hij ratelde het inmiddels uitgelekte stuk af, nam een driewerf hoera in ontvangst, en ging toen naarstig op zoek naar een WC. Hij moest er ongetwijfeld vreselijk van op de pot... Nadat zowel hij als Max waren uitgelekt en Mama voor een feedbackje was gebeld, werd Anouschka weer voor gerangeerd en vertrok de hele stoet in omgekeerde richting. Naar buiten.

Wat mij betreft is er met het aftreden van Beatrix ook een eind gekomen aan de monarchie. Het is klaar. Het is over en het is uit. Het is niks meer. Alex kan maar het beste opstappen. Want zoals een bekend spreekwoord zegt: “Je moet altijd op je hoogtepunt stoppen”. En dat heeft hij gisteren wel bereikt.

Brompot

donderdag 1 januari 1970

Oorlog

‘Ik hoorde net van mevrouw Meijer dat de Brouwers ook weer terug zijn’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘O, die waren toch naar Trumpië? Naar haar ouders?’, herinnerde ik mij hardop.
‘Trumpië? Amerika bedoel je.’
‘O? Heet dat nog steeds zo?’
‘Ze zijn gisteren terug gekomen. Ze zouden een half jaar weg blijven maar zijn nu al terug. Vanwege de spanningen.’

‘O? Had Rob ruzie met zijn schoonmoeder?’, lachte ik. ‘Heel herkenbaar.’
‘Nee drol, vanwege de spanningen in de wereld. Ze zijn bang dat er iets gaat gebeuren. En dan zijn ze toch liever thuis.’

‘Wat gaat er gebeuren dan?’
‘Nou ja, je kan niet weten, toch? Al die oorlogen.’
‘Rustig aan Truusje, komt vast wel goed.’
‘Nou ja, de ouders van Sofie overwegen zelf ook om Amerika te verlaten en weer hier te gaan wonen. Nederland is toch een stuk veiliger.’

‘Zal Rob blij mee zijn’, grinnikte ik.
‘Nou ja, Rob heeft het hun geadviseerd. Hij is best gek op zijn schoonouders. Trouwens, ik denk dat ik hetzelfde met mijn moeder zou hebben gedaan.’

‘Nou Truusje, dat dacht ik toch niet. Oorlogen moet je afstand houden.’ 

Bart

Het stemmen

‘En, hoe laat wil je gaan stemmen?', vroeg Truus tijdens ons kalender-van-de-dag overlegje. Dat vindt 's morgens altijd plaats zo tussen het laatste slokje ontbijtthee en het eerste koffiemoment. 

'De piano?', vroeg ik flauw zoals ik op dat moment van de dag kan zijn.
'Flauw', zei ze. 
'Geen idee. Tot hoe laat kan het?'
'Tot negen uur vanavond. Trouwens, wil je ook voor mij stemmen? Dan vul ik de volmacht in. Scheelt bij het stembureau.'

'Nu je het er toch over hebt: Waar is het stembureau?', vroeg ik.
'In de sporthal. Bij de super.'
'Ah, kijk. Dan kunnen de stembureau-ambtenaren tussentijds een broodje halen en daarna nog wat gymnastieken', lachte ik.
'Weer flauw, Bart. Die mensen zitten er voor ons.'
'Dat betwijfel ik, schat. Ze krijgen er dik voor betaald.'

'Weet je, ik schrijf mijn keus op een briefje. Anders vergeet je het toch weer. Je vergeet de laatste tijd alles', vond ze.
'Onzin. Ik krijg teveel prikkels van jou. Mijn hoofd kan dat niet aan.'

'En? Gelukt?', vroeg ze toen ik een poosje later terugkeerde.
'Jazeker. Twijfelde je eraan?'
'Met jou weet je het nooit', grinnikte ze. 'En mijn stem ook volgens afspraak uitgebracht?'
'Jazeker, en ik heb jouw stemkeuze volledig geheim gehouden en uitgebracht.'
'Mooi, en hoe bedoel je volledig geheim gehouden?', vroeg ze.

'Ik heb jouw briefje ongeopend in de stembus gemikt.'

Bart

Te vroeg

‘Het moet toch niet gekker worden,Truus. Het is half maart en het kerstbrood ligt nu al bij de Super in het schap’, meldde ik bij terugkeer van een inspannende boodschappenronde.

‘Dat is paasbrood. Het is binnenkort Pasen.’
‘Binnenkort? Als ik de pepernotenformule volg dan duurt dat minimaal nog drie maand.’
‘Pepernotenformule?’, vroeg ze met een vragende blik.
‘Ja, drie maanden te vroeg. Pepernoten liggen toch ook in Augustus al in het schap?’

‘Bart, begin April is het Pasen. Dus ik snap de timing van de winkel wel. Ik denk dat je jouw pepernotenformule in dit geval een tikkeltje naar beneden moet bijstellen. Naar drie weken in plaats van drie maand.’
Ik zag een knipoog.

‘Waarom zou ik?’
‘Nou ja, dat past beter bij jou zelf.’
‘Bij mijzelf? De pepernootformule?’
‘Ja, jij was bij je geboorte ook drie weken te vroeg.’

Bart