Hij stond voor onze oprit: Joop van de Heuvel, echtgenoot van buurtgenootje Annie.’
‘Hoi Joop, wat bedoel je met “buitengezet”?’
‘Gewoon, zoals ze vuilnisbakken aan de weg zetten’, lachte hij.
‘Wil je mij vergelijken met een vuilnisbak?’
‘Nou ja, je vult hem daags met je geveeg.’
‘En dan ben ik in jouw beeld een vuilnisbak.’
‘Bart, zo bedoel ik het niet. Natuurlijk ben je geen vuilnisbak. Het was maar een grapje.’
‘Leuk grapje, Joop. Trouwens, waarom loop jij eigenlijk buiten? Hond uitlaten?’
‘Hond uitlaten? Welke hond?’
‘Een hond.’
‘Hoezo een hond?’
‘Je loopt alsof je een hond uitlaat.’
‘Snap ik niet. Hoe loop ik dan?’
‘Je rechterarm steekt een eindje naar voren. De rest van je lichaam volgt alsof je op de rem staat.’
‘Op de rem? Rechterarm? Hond?’
‘Ja, precies! Met je rechterhand hou je de riem vast. Vandaar die arm.’
‘En wat bedoel je met de rem?’
‘Je hond trekt.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten