‘Bart, kijk jij straks eens naar een citruspers’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.‘Citruspers? Waar heb je die staan dan?’
Had ik weer, heb je een dagje rust moet je weer iets.
‘Hoe bedoel je waar die staat?’
‘Zoal ik het zeg. Ik wist niet dat we er één hadden. Wat mankeert er eigenlijk aan?’
‘Je snapt ook niks, hè? Ik vroeg of je naar een citruspers wil kijken. Op internet. Omdat we er geen een hebben en ik er één wil. Snap je het nou?’
‘Vanwaar die vraag?’
‘Omdat je weer eens kijkt alsof elk moment een zwarte Piet door de schoorsteen naar beneden dondert.’
‘We hebben geen schoorsteen.’
‘Kun je nagaan hoe je kijkt.’
‘Wat moeten we in Godsnaam met een citruspers?’
‘Sinaasappels persen.’
‘Waar is dat goed voor?’ Ik zag nog geen nut.
‘Vers sap is gezond. Ook voor jou, Bart.’
‘Heb ik niet nodig. Ik red het al ruim zeventig jaar zonder, dus…’
‘Dan kijk ik zelf wel.’
‘Truus, ga jij elke ochtend dat ding uit de kast trekken, sinaasappels snijden, glazen pakken en op zo’n ding duwen? Dat lijkt mij toch niet.’
‘Nee, dat is dan voortaan jouw klus!’
‘Mijn klus?’
‘Ja. Snap je? En waarom kijk je nou weer zo raar?’
‘Ik? Raar kijken? Ik kijk naar de kamer. Of we toch niet beter een schoorsteen kunnen laten bouwen.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten