We besloten die ochtend naar de IKEA te gaan. Argumenten: slecht weer, een groeiend wensenlijstje van Truus, en, zeker niet in de laatste plaats: we hadden even niks anders te doen.
Wat mij altijd weer opvalt is dat je bij de start mede-ikeaers ontdekt die je gedurende de hele kruistocht blijft volgen. En dan vaak tot aan de finish.
Zo ontdekte ik bij de start een gezinnetje met blèrend kind in een wandelwagen, een zwangere dame die daar vast wat van vond en naast haar een aanstaande vader met een enorme tattoo in de vorm van een landkaart op zijn kuit. Hij slenterde pal voor mij.
‘Kijk Truus, de platte grond van de IKEA’, lachte ik terwijl ik op de kuit wees. Ze hoorde het niet, ze was druk met haar lijstje. Ik scoorde intussen een gele tas voor het opbergen van de spöllen.
Ondertussen blèrde het kind door, liep de zwangere dame zich zichtbaar te ergeren en liep Tatto-Johny met zijn handen in de zakken van zijn afgeknipte pyamabroek mij steeds in de weg. Geweldige dag.
‘Wat kijk jij toch steeds naar de benen van die vent voor ons?’
‘O, niks bijzonders hoor.’
‘Niks bijzonders? Ik word er bijna jaloers van. Je kijkt meer naar hem dan naar mij.’
‘Dat klopt, maar op jouw kuiten kan ik niet zien waar we zijn en waar de uitgang is.’
Bart

Geen opmerkingen:
Een reactie posten