Totaal aantal pageviews

zondag 18 januari 2026

Kritisch


‘leuk jurkje’, complimenteerde ik Truus toen ze  langs mij heen liep richting keuken. Ze stopte, 
keek me ietwat verbaasd aan, trok iets aan beide zijden van het stofje en zwierde toen wat rond. 

‘Vind je hem echt leuk?’
‘Dat zeg ik toch?’
‘Goh, wat lief dat je dat zegt’, zei ze.
‘Vind je?’
‘Ja, ben ik niet van je gewend. Meestal ben je kritisch.’

‘Vind je de kleur ook passen?’
‘Ja hoor, dat kan best.’ 
Ik had meteen al spijt van mijn opmerking…

‘Dus niet!’, reageerde ze fel. ‘Wees eens eerlijk? Je zei dat het “best kon”. Dus eigenlijk niet.’

‘Truusje, zo bedoelde ik het niet. Die kleur is echt fantastisch. Prachtig!’
‘Maar je vindt hem te fel. Zeg maar eerlijk hoor.’
‘Nee hoor, dat rood combineert mooi bij je haar.’

‘Hoe bedoel je?’
‘Precies zoals ik het zeg. Dat rood met dat gr…’

‘Ik ben niet grijs’, onderbrak ze me.
‘Schat, er zitten toch grijze lokjes..’
‘Lokjes, ja, maar niet helemaal grijs!’
‘Het staat leuk zo’, herhaalde ik met een zucht.

‘Je zucht’, zei ze. ‘Waarom zucht je?’
‘Gewoon, dat heb je wel eens.’
‘Hoe bedoel je “dat heb je wel eens”?’
Ze stak haar handen in haar zij en keek me met enige strengheid aan.

‘Dat heb je wel eens als je vrouw een rood jurkje combineert met grijze lokjes’, antwoordde ik voorzichtig.

‘Gelukkig, zo ken ik je weer, Bart. Ik trek snel iets anders aan.’

Bart







zaterdag 17 januari 2026

Een vleugelmoer

 
‘Wat ben jij nou aan het doen?’, hoorde ik Truus achter mij vragen.
‘Ik heb wat roest ontdekt op deze vleugelmoer.’ Ik stak hem als bewijs onder haar neus.

‘Is dat een vleugelmoer?’
‘Ja, het is een moer met twee vleugels. En dit exemplaar is historisch.’

‘Waarom gooi je hem niet weg?’, vroeg ze.
‘Weggooien? Doe even normaal Ja?’ 
‘Ho, rustig maar.’

‘Wat heeft hij meegemaakt dan?’
‘Deze vleugelmoer zat vroeger aan de tafelpoot van een Chinees restaurant.’
‘En die heb jij gekregen? Omdat je vaste klant was?’, lachte ze.

‘Deze vleugelmoer heb ik tijdens een dinertje met mijn ouders er persoonlijk vanaf gedraaid.’
‘Van een tafelpoot?’
‘Ja, ik speelde samen met mijn broer onder de tafel. Dat mocht omdat het zo lang duurde en wij toen nog geen geduld hadden.’

‘En wat speelden jullie dan? Indiaantje?’, lachte ze.
‘Nee, smederijtje. Ik was de monteur en mijn broer de smid.’

‘En zat die tafelpoot maar met één zo’n dingetje vast?’
‘Nee, met twee.’
‘O, gelukkig, dus er is verder niks gebeurd?’

‘Jawel, de hele tafel kantelde en toen waren wij snel thuis.’
‘Hoe kan dat dan? Hij zat toch nog vast?’

‘Nee hoor, mijn broer heeft namelijk ook een vleugelmoer in de schuur.’

Bart


vrijdag 16 januari 2026

De box

 
‘Bart, wil jij zo even naar de Appie fietsen en een zak van drie kilo aardappels halen? Ze zitten in de box.’
‘Oké, vanmiddag vroeg genoeg?’
‘Nee nu. Ze vliegen de winkel uit.’
‘Tjonge jonge, wat een haast. Maar goed, opdracht is opdracht.’

Ik heb in de loop der jaren geleerd dat je in zo’n winkel het beste een hulplijn kunt pakken voordat je aan het zoeken komt. Dus klampte ik de eerste de beste Appieër aan.
‘Hoi, weet jij waar de kisten staan?’ Ik vertaal Engelse woorden altijd eigenwijs-standaard naar onze eigen taal. Want die ken ik.

Hij keek alsof ik van Mars kwam.
‘Kisten?’
‘Ja, er moet hier ergens een kist staan met daarin een zak met drie kilo aardappels.’

‘Ik heb geen idee, meneer.’
‘Wil je het alsjeblieft reven navragen?’, vroeg ik. Ik ken dat, kom je zonder aardappels thuis en dan zijn in plaats van de aardappels, de rapen gaar. En aangezien ik niet van rapen hou…

‘Er zal een kist staan met daarop de naam van Truus. T.r.u.u.s.’

Hij verdween om korte tijd daarna weer terug te keren. 

‘We snappen het niet want er staat geen kist.’
‘Dat moet. Maar goed, heb je nog drie kilo aardappels op voorraad?’
‘Jazeker, in het vak. En u heeft geluk, ze zijn in de bonus.’
‘Het zal’, antwoordde ik. Geen idee.

‘Ah, je hebt ze’, riep Truus enthousiast toen ik de zak piepers op het aanrecht kwakte.

‘Ja, was wel weer gedoe. Ze hebben met drie man naar jouw persoonlijke kist gezocht maar niks gevonden. Als troost hebben ze maar korting gegeven.’

Bart


donderdag 15 januari 2026

Flauw

‘Morgen Agnes, alles goed?’ Ik stond net het blikgedeelte van mijn stoffer-en-blik boven de kliko leeg te storten toen ik haar naar buiten zag vliegen.’

‘Morgen Bart. Nee, ik had één fout.’
‘Bah wat flauw’, antwoordde ik.
‘Vind ik ook. Ik had hem trouwens van jou. Met jou wel alles goed?’
‘Redelijk.’

‘Ik vraag mij af wanneer jouw werkgever, de gemeente, nu eindelijk hier in de straat met de aanleg van de beloofde verkeersdrempels begint.’
‘Geen idee. Ik ben niet van de drempels. Ik ben van maatschappelijk werk.’
‘Dat ligt in mijn optiek niet ver van elkaar af, toch?’
‘Dat is een hele andere afdeling, Bart.’

‘Maar jullie gaan wel elke ochtend door dezelfde deur naar binnen?’
‘Ja, en we drinken ook dezelfde koffie.’
‘Kijk, dan kun je er tijdens het koffie-uurtje toch ook gewoon naar informeren?’

‘Koffie-uurtje. Dat staat bij ons hoog in het vaandel.’
‘Precies, buuf, precies. Daarom schiet het gewoon niet op.’
‘Koffie klaar, weg ambtenaar’, lachte ze. ‘Ik weet het Bart, het is erg flauw maar eh.. ook deze heb ik van jou.’

Bart

woensdag 14 januari 2026

De knieën

   
‘Dus je bent naar de pedicure geweest’, vatte Truus samen na het onsamenhangende geklaag van buurvrouw Annie van de Heuvel die mijn tien uur koffiemomentje kwam verstieren.

‘Ja. Ik heb nu eenmaal kalknagels en ik kan er zelf niet goed bij. En Joop kan niet goed op de knieën. Die zijn versleten.’

‘Vind je het gek?’, mompelde ik.
‘Wat bedoel je Bart?’
‘Nou ja, als hij elke keer voor jou op de knieën moet…’
‘Voor mij hoeft hij nooit op de knieën.’

‘Behalve die ene keer dan. Dat hij je ten huwelijk vroeg’, lachte ik.
‘Zelfs toen niet.’
‘O? Vertel?’, nodigde ik haar al slurpend uit. 
‘Joop had geen keus.’

‘Wat vertel je me nou? Moesten jullie trouwen?’, vroeg Truus.
‘Ja, maar dat was niet vanwege zijn versleten knieën. Ik was gewoon zwanger.’ 

Bart

dinsdag 13 januari 2026

Tellen

‘Bart, kan de radio niet wat zachter?’, vroeg Truus. Ze zat te handwerken. ‘Ik moet tellen en dan leidt het geluid af.’

‘Moet ik helpen tellen?’, bood ik aan. Ik kan goed tellen.
‘Nee, dat tellen is niet het probleem. Het gaat om die herrie.’

‘Schat, Simon en Garfunkel maken geen herrie, die maken muziek.’
‘Bart, ik moet nu tellen.’
Ik zette de radio zachter.

‘Zo goed?’, vroeg ik. Geen antwoord.
‘Hallo Aarde, hier Bart met een vraag: Is het zo stil genoeg?’
Ik meende iets van een knor te horen.

‘Ben je nu soms aan het tellen?’, informeerde ik. Ze knikte.
‘Waarom geef je geen antwoord? Vrouwen kunnen toch twee dingen tegelijkertijd? Dus in jouw geval tellen en antwoord geven op de door je man gestelde vraag.’

Ze zuchtte en legde het handwerkje op schoot.

‘Zijn die Simon en Garfunkel inmiddels uitgezongen?’, vroeg ze.
‘Nee, vast niet. Het is een lang nummer. Ben je uitgeteld?’
‘Nee, nog niet dus zet ze maar snel weer aan.’

Bart




Lege accu

 
‘Morgen Bart, nog de beste wensen hè’, wenste blonde Carla van de Porsche mij toen ik haar in de Super ontmoette. ‘Ik kus niet hoor’, vulde ze aan. ‘Krul zit achter de kassa en dan weet je het wel.’

‘Ook nog de beste wensen, Carla. Inderdaad, dan heb je geen hoge temperatuur nodig om de sneeuw te laten smelten. Dan neemt zo’n geladen rennend vuurtje die taak wel over.’

‘Gelukkig is de kou weer grotendeels verdwenen’, zuchtte ze.
‘Ja, is goed voor de gasmeter.’
‘Ja, en voor mijn auto. Hij weigerde te starten.’
‘O? De Porsche?’
‘Ja, andere auto heb ik niet. De accu was leeg.’
‘Was die stuk?’
‘Nee, ik heb blijkbaar een oplaaddingetje aan laten staan. En dan loopt ie leeg.’

‘De ANWB erbij gehaald?’
‘Nee, Hans Vruggink heeft mij geholpen.’
‘En die heeft het dingetje ontdekt?’
‘Ja, klopt. Toen heeft hij mijn auto gestart. Met van die snoeren met een knijper.’

‘Startkabels?’
‘Nee joh. Nee, die deden het ook niet. Snap trouwens niet waarom ze die dingen zo noemen.’
‘Startkabels?’
‘Ja, Hans had zijn eigen auto ook nog nodig. Anders startte hij echt niet.’

Bart

maandag 12 januari 2026

Riek

 
‘Riek komt vanmiddag’, kondigde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje aan. Ze komt een breipatroon halen.

‘En wie is Riek? En moet ik dan vluchten of zo?’
‘Riek is van de club en misschien is het inderdaad beter dat je jezelf een poosje elders gaat vermaken. Ze is heel intelligent en verbaal enorm sterk.’

‘En daar moet ik bang van worden?’
‘Nee, ik wil alleen voorkomen dat ik hier getuige ga worden van een middagje verbaal armpje drukken. Ik ken jou namelijk.’
‘Blijkbaar ken je die Riek ook.’
‘Dat klopt, anders zou ik jou niet vragen op te hoepelen.’

‘Dus ik word uit mijn huis gejaagd vanwege de komst van de één of andere trui die hier een breipatroon komt scoren?’
‘Nee, omdat Riek ook nog doorgeslagen  veganiste is en jij dan ongetwijfeld gaat discussiëren over het nut van haar plastic teenslippers.’

Bart

zondag 11 januari 2026

struikelen

   
‘Heb jij nog iets van mevrouw Meijer gehoord? Hoe het met haar hondje is afgelopen?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Wat was er met haar hondje?’
‘Hans Vruggink is er over gestruikeld.’
‘Kun je beter vragen hoe het met Hans is’, vond ik. 
Fout.

‘Met die lompe zak? Nou, dat interesseert me nou net geen ene moer. Befje, daar gaat het om. Ze hebben hem naar de dierenarts gebracht. Maar jij hebt dus niks gehoord?’
‘Nee, heb zowel mevrouw Meijer als Vruggink niet gesproken.’

‘Hm, dan loop ik er straks wel even heen. Beetje belangstelling tonen.’

‘Ik vind het trouwens een heel vervelend hondje. Hij bemoeit zich overal mee en loopt steeds voor je voeten. Ik kan me voorstellen dat Hans er over is gestruikeld.’

‘Hans moet beter uit zijn doppen kijken.’
‘Befje moet zich aan de regels houden.’

‘Regels? Hoezo regels?’
‘Hij moet luisteren’, vond ik.
‘Hij luistert juist heel goed. Beter dan jij!’

‘Oké, dan ligt het aan de baas, mevrouw Meijer.’
‘Hoezo aan mevrouw Meijer?’
‘Dan heeft zij hem het “loop in de weg” commando gegeven.’

Bart

De foto

 
‘Zeg schat, zou jij vandaag je oma op willen hangen?’, vroeg Truus toen ze de kamer binnenkwam
‘’Het liefst onder de trap in de gang’, vulde ze aan.

‘Als ze nog geleefd had, had ik het met plezier gedaan’, grinnikte ik. 
‘Ik bedoel haar foto in die antieke lijst die ik gisteren op zolder heb gevonden.’

‘Truus, ik had zo’n ongelooflijke hekel aan dat mens dat ik haar het liefst met lijst en al naar de kringloop breng. Laat een ander maar met dat spook in huis leven.’

‘Het gaat hier wel over je oma!’
‘Klopt. Maar eigenlijk wilde ze liever geen oma van mij zijn.’
‘Omdat je bij de geboorte een jongetje was?’ 
‘Juist. Ze wilde me de eerste maanden na mijn geboorte niet eens zien.’

‘Kan ik mij iets bij voorstellen. Volgens je moeder was je een lelijke baby.’
‘Nee jij trok een volle schouwburg’, schamperde ik. 

‘Nee, tussen mij en mijn oma is het nooit meer goed gekomen. Als ik met mijn ouders bij haar op visite moest, werd ik op een krukje aan tafel gedrukt en mocht vooral nergens aankomen. Kreeg zelfs nog geen snoepje. Echt een oervervelend mens.’

‘Dat zal, maar de lijst is prachtig. Echt antiek. Die staat echt mooi aan de muur.’

‘De lijst is inderdaad mooi’, beaamde ik.
‘Weet je Bart, ik voel met je mee en denk er nog even over na.’ 
Ze streek bij het voorbijgaan nog even liefdevol door mijn haar.

Wat later kwam ze wederom de kamer ingelopen. Nu omgeven door een enorme blijheid. 

‘Ik heb een oplossing Bart, je kunt de lijst aan de muur timmeren. 
‘Heb je de foto omgedraaid?’, vroeg ik.
‘Nee, nog beter! Ik er een foto van mijn moeder ingedaan!’

Bart

Een kus

   
‘Hé Bart, heb ik jou al gehad?’, hoorde ik een bekende stem achter mij galmen. Ik stond net wat sneeuw van de oprit te scheppen en was door de zware klus niet op mijn hoede. Daar stond dus ene Karin Krul (buurtroddelaarster) in vol ornaat voor mij. Ze had haar armen al gespreid en was klaar voor de aanval.

‘Wat gehad?’, vroeg ik vanuit de verdediging.
‘Gelukkig nieuwjaar wensen. Jullie waren niet thuis, dus, kom hier!!’ 

Ze greep me met beide handen bij mijn hoofd en voordat ik mijn tanden kon laten zien had ik hem te pakken: een dikke natte kus midden op mijn voorhoofd.

‘Daar heb ik nou een jaar op moeten wachten’, lachte ze.
‘Waarop?’, blaatte ik terwijl ik het antwoord al wel kon raden.
‘Om jou te kunnen kussen!’
‘Nou, dan heb je geluk. Ik ben normaal gesproken niet kusbaar. Alleen intimi hebben een sleutel’, riep ik ontzet terwijl ik met mijn handschoen de getroffen plek wat gladstreek.

‘Hahaha, dat zal, blijkbaar heb ik dus ook een sleutel.’ Ze klonk enorm triomfantelijk.
‘Nee hoor, die heb jij helemaal niet’, riep ik zelfverzekerd. ‘Ik heb Truus vanmorgen gekust en ben vergeten de boel voor ongewenste intimiteiten af te sluiten.’

Bart

zaterdag 10 januari 2026

Een training

 
‘Agnes is ook weer terug’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Nou ja, tien uur, het was al half elf. 

Dat half uur vertraging kon ik volledig op het konto van Truus schrijven. Ze had namelijk het onzinnige idee opgepakt om een vlek op de tafel weg te halen. Dat deed ze met een flesje met speciale koffietafelpoets. Nadat het vlekje (minuscuul) was behandeld bleek de vlek te zijn verdwenen maar daarvoor in de plaats verscheen een “schone” plek die dermate in het oog sprong dat de rest van de tafel ook aan de koffietafelpoets moest. En daar stond ik dan klokslag tien met twee koppen koffie in de hand bij een tafel met een gebruiksverbod en een Truus die al wrijvend de boel weer aan het opleuken was. 

‘Agnes weer terug? Waarvan terug?’ Ik had onze buuf niet gemist en ik hou de boel toch redelijk in de gaten.

‘Van de training.’
‘Loopt ze hard? Wist ik niet.’ 
‘Nee sul, van een training sociale vaardigheid.’
‘O, is dat op een skippybal door het bos huppen?’
‘Nee, ze heeft een training gehad hoe ze als maatschappelijk werkster om moet gaan met lastige klanten.’

‘O, en was het succesvol?’
‘Ja, volgens haar een geweldige training. En voordat je weer een rare opmerking maakt: ik heb mijzelf ook opgegeven.’

Bart


vrijdag 9 januari 2026

Verrekking

   
‘Wat loop je scheef? Is er wat aan de hand?’, vroeg Truus tijdens onze wekelijkse boodschappenklus. 

‘Pakezels lopen altijd scheef’, gaf ik als verklaring in de hoop dat het gesprek daarmee beëindigd was. Ik ken mijn Truusje. Voordat je het als echtgenoot in de gaten hebt heeft ze zich al in een verpleegsterspakje gehesen en worden er strippen met mollen en een glas wegspoelvloeistof op tafel gezet.

‘Je loopt alsof je een drol in je broek hebt hangen.’
‘Die ligt dan ergens centraal in het midden. Daar loop je niet scheef van.’
‘Neem die tas dan in je andere hand!’, klonk het advies. 
‘Dat helpt niet. Dan loop ik nog scheef. Maar dan aan de andere kant.’

‘Ik zei nog, laten we een karretje nemen.’
‘Voor die paar boodschappen?’ Ik heb een hekel aan die dingen.
‘Dan moet je ook niet zeuren.’
‘Wie zeurt er nou!’, riep ik boos.
‘Jij, jij loopt scheef!’

Pffft, het bleef maar doorgaan.

‘Heb je je soms verrekt?’
Ik slaakte een diepe zucht. Ik zag mijzelf al op de onderzoekstafel liggen met een trechter op mijn mond waar om de vijf minuten een pil in werd gemikt en met een bak water weggespoeld.

‘Geen idee, Truus. Ik zal het straks aan de ezel vragen.’

Bart

donderdag 8 januari 2026

Een sneeuwpak

   
‘Wat een sneeuw hè’, merkte mevrouw Boerstoel op toen ik haar bij de Super tegen het lijf liep. Nou ja, niet letterlijk natuurlijk. Overigens had ze dat vast niet gemerkt want ze was gehuld in een soort van isolatiepak wat het bekende Michelinmannetje (of vrouwtje) niet had misstaan.
‘U bent er in ieder geval goed op gekleed’, stelde ik vast.

Ze keek even naar haar outfit en streek er lichtbuigend met haar behandschoende hand overheen.

‘Ja, mijn man zei nog: trek maar iets warms aan. En toen kwam hij met dit pak.’
‘O? Is het van uw man. Hij heeft dezelfde maat?’
‘Nou ja, niet helemaal natuurlijk. Bij hem mist de borstpartij maar met een beetje gezamenlijk proppen is dat prima gelukt.’
‘Kijk, met wat creativiteit kom je een heel eind.’
‘Ja Bart. Zo is dat.’

‘Maar jij ook aan de boodschap?’
‘Jazeker, ik kreeg vanochtend een lijstje in mijn handen gedrukt en met een kusje in mijn nek de sneeuw ingejaagd.’

‘Maar heb jij het niet erg koud met dat dunne jack?’
‘Nee hoor, ik ben er één van Johan de Witt’, lachte ik. ‘En dan: ik wil niet het risico lopen dat Truus uitglijdt en iets breekt.’
‘Dat vond mijn man ook. Hij heeft me flink gewaarschuwd om goed op te letten.’

‘Maar hij kon het boodschappenklusje niet van u overnemen?’
‘Nee, dat ging niet. Met geen mogelijkheid. Hij heeft namelijk maar één zo’n pak.’

Bart

woensdag 7 januari 2026

Nieuwe bewoner

 
‘Ik zag net de nieuwe bewoner van tweeënzeventig voorbij lopen. Heeft hij nog zulke jonge kinderen?’, vroeg ik Truus die doorgaans goed op de hoogte is van de ontwikkelingen in de straat.

‘Liepen die er ook?’, vroeg ze.
‘Nee, hij hield een bord boven zijn hoofd met de mededeling dat hij twee kleine kinderen heeft. Wat denk je nou zelf Truus.’ 

Vrouwen kunnen altijd van die overbodige vragen stellen.

‘O, hebben we weer zo’n bui?’
‘Wat voor een bui?’
‘Dat je op elke slak zout gooit!’
‘Ik heb het niet over slakken. Ik heb het over Tattoo-johny die net met twee plurken voorbij liep.’

‘Hoezo tattoos? Zie je die dan?’
‘Nee, het staat ook op dat bord boven zijn hoofd.’
‘Bah, ik kan met jou geen fatsoenlijk gesprek voeren.’
‘Stel dan ook niet van die rare vragen!’, kaatste ik terug. 

‘De tattoos groeien vanuit zijn overhemd richting zijn nek!’
‘Dat is modern Bart. Wen er maar aan!’
‘Daar wen ik nooit aan. Maar gelukkig is het niet erfelijk.’
‘Niet erfelijk?’
‘Nee, zijn kinderen waren “schoon”.’

Bart


dinsdag 6 januari 2026

De zus van

   
‘De treinen rijden niet’, hoorde ik Truus vanuit de kamer opmerken. Ik stond met twee kopjes koffie in mijn hand klaar op de startbaan om ze vanuit de keuken naar de kamer te transporteren. 

‘Is de machinist ziek? En dan, waarom is dat het vermelden waard?’
‘Annie van der Heuvel kan dan niet naar haar jarige zus in Amsterdam.’
‘Ze kunnen toch met de auto?’
‘Nee, Joop is een gevaar op de weg. Daar stapt Annie niet bij in.’

‘Dan gaat ze toch niet?’
‘Nou ja, haar zus wordt zeventig. Is toch iets speciaals.’
‘Ik werd vorig jaar zeventig. Zo speciaal is dat niet.’
‘Nee, in jouw geval niet. Maar die zus heeft veel meegemaakt.’
‘Ik heb ook veel meegemaakt.’

‘Bart, de zus van Annie is twee keer gescheiden en vorige maand heeft ze haar hondje in moeten laten slapen.’
‘Nou nou, wat een drama zeg.’
‘Nou ja, ik vind het nogal wat. Wat dat betreft valt jouw meemaak-geschiedenis wel mee.’

‘O ja? Even voor jouw informatie: Ik heb inmiddels al ruim vijftig jaar te maken met een irritante schoonmoeder.’

Bart

maandag 5 januari 2026

Sneeuw

 
 ‘Het sneeuwt!’, riep Truus enthousiast toen ze tijdens ons tien uur koffiemomentje uit het raam keek.

‘Ik bespeur een overdreven enthousiasme in je stem.’
‘O, is het weer niet goed? Kijk dan hoe leuk!’ 
Ze stond op en liep naar het raam.
‘En het blijft nog liggen ook!’
‘Geweldig hoor.’
De pijlen werden nu in mijn richting afgevuurd.

‘Jij vindt er dus niks aan’, concludeerde ze.
‘Nee, inderdaad. Het is als met zoveel dingen: Zolang het maagdelijk is, is het mooi. Maar wij van de mensheid kunnen er dan weer niet van afblijven.’

‘Klets niet. “Wij van de mensheid”.’ 
‘Ja Truus, zo is dat. Wij moeten dan weer van alles. Sneeuwpoppen maken, sneeuwballen gooien, de wegen strooien. Kortom, we maken er meteen weer een zootje van.’

‘Is toch leuk! Heb jij vroeger nooit sneeuwpoppen gemaakt of met sneeuwballen gegooid?’
‘Nee, ik niet. Had ik geen tijd voor.’
‘Hoezo geen tijd? Bleef je in bed liggen?’
‘Nee, ik kreeg dan les van mijn vader.’
‘Jij les van je vader?’
‘Ja, hoe je de oprit moest ontmaagden.’

Bart

zondag 4 januari 2026

Goedmakertje

   
Altijd leuk om op de zaterdagmiddag een bezoekje aan de IKEA te brengen. En dan niet direct het kopen van prullaria, nee, het leukgehalte wordt vooral bepaald door het collega-koopvolk wat gericht op zoek is. 

Zo slenterden we door de beddenafdeling waar een koppel ruzie stond te maken over de kwaliteit van het aangeboden bed. Volgens mij hadden ze tijdens hun huwelijkse periode al de nodige kilometers gemaakt en waren voldoende ervaren.

‘De lattenbodem is te slap’, constateerde de vrouw in kwestie.
‘Die kun je stellen’, wist de bedgenoot.
‘Die kun je niet stellen, Albert.’
‘Waarom zou je hem willen stellen?’
‘Omdat jij zwaar bent.’
‘Ik lig toch aan de andere kant?’
‘Dat maakt toch niet uit?’
‘Waarom maakt dat niet uit?’
‘Omdat je dan nog net zo zwaar bent.’
‘Ik ben helemaal niet zwaar.’
‘Man, lul niet. Je bent boven de honderd kilo.’
‘Nee, hoor wie het zegt.’
‘Ik ben er helemaal klaar mee!’
‘Jij bent altijd overal klaar mee’, schreeuwde hij.

‘Zullen we doorlopen?’, stelde Truus voor. Ze ergerde zich.
‘Even wachten, ze gaan zo de lattenbodem testen.’
‘Testen?’
‘Ja, ik herken dat wel: ze staan op het punt om de ruzie bij te leggen.’ 

Bart


Taxi

   
‘Schat, wil jij Mama even ophalen?’
‘Kan niet. Ik heb geen zitje achterop de fiets. Wat moet ze dan?’
‘Met de auto, Bart. Ophalen met de auto. Het regent en ik ga samen met haar boodschappen doen. Sociaal doen. Snap je?’

‘Waarom haal jij haar dan niet op en rij je meteen door?’
‘Omdat ik nog druk ben. En ze staat over tien minuten klaar. Dus..’
‘Word ze soms buiten gezet?’
‘Joh, doe nou gewoon wat ik vraag. Stap in de auto en haal haar op.’

‘Wat een onzin. Ik snap die haast niet.’
‘Soms moet je opdrachten gewoon uitvoeren. Zonder commentaar.’
‘Je kunt het mij toch gewoon uitleggen?’
‘Nee, dit valt niet uit te leggen.’
‘Kijk, dat bedoel ik dus.’

‘En waarom valt het niet uit te leggen?’
‘Omdat ik het ook niet weet.’

Bart

De viering

De viering 

‘En Bart, vieren jullie nog Sinterklaas dit jaar?’, vroeg een dame die ik herkende als buurtgenote Meijer. Ze stond voor mij in de Super waar ik op dat moment net bezig was mijn karretje met zakjes pepernoten te vullen.

‘Nee, die heb ik vorig jaar in een lekke teil de Noordzee opgeduwd. Opzouten met die vent.’
‘Nou nou nou, meneer Bart toch. Je gaat onze kindervriend toch niet de Noordzee opjagen?’
‘Ik wel. Ben er helemaal klaar mee.’

‘Wil je er over praten?’
‘Nee. Geen behoefte. Ik kreeg namelijk vorig jaar een gedicht waar de honden geen brood van lusten.’

‘O? Was het zó erg?’
‘Ja, het was zó erg zelfs dat ik nóg elke letter op kan dreunen.’
‘Nou? Laat horen dan?’
‘Luister en huiver mevrouw Meijer.’

‘Bard is goed in taal,
Hij schrijft daags een verhaal,
Maar ook verbaal, 
gaat deze Bard met woorden aan de haal. 
De Sint heeft van Bard veel geleerd en hem daarom met dit gedicht geëerd.’ 

‘Nou ja Bart, dat is toch een prachtig gedicht?’
‘Echt niet. De idioot. Hij heeft tot drie keer toe mijn naam verkeerd gespeld.’

Bart

Een kaartje

Een kaartje

‘Gaan we dit jaar nog kerstkaarten versturen?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

Ik schrok me rot, verslikte me en spuugde een deel van de koffie terug in het kopje.

‘Wat doe jij nou raar?’ 
‘Kerstkaartjes! Truus, hoe kom je erbij. Dat is zó negentientachtig vorige eeuw.’
‘We sturen elk jaar kaartjes, dus waarom dit jaar niet?’

‘Dat leg ik je net uit, schat. Ik vind het zo’n onzinnige activiteit. Je koopt een kaartje, pakt een pen en schrijft de geweldige originele tekst: “Wij wensen jullie fijne kerst en alle goeds voor het nieuwe jaar. Bart en Truus.” Ome Wim, de ontvanger, vinkt ons dan af van zijn adreslijst, pakt een kaartje en schrijft de geweldige originele tekst terug: “Wij wensen jullie fijne kerst en alle goeds voor het nieuwe jaar. Wim en Tonnie”. Vervolgens vink jij Wim en Tonnie af van jouw adressenlijst en is de actie rond. En dit herhaalt zich dan een keer of vijftig.’

Ze keek me aan. 

‘Klaar?’
‘Ja. Hoezo?’
‘Ik heb net een eerste kaartje ontvangen. Van ome Wim.’

‘Kijk, Truus, dat bedoel ik. En nu gaan wij een kaartje terugsturen.’
‘Nee, niet wij. Ik. 
Ome Wim zag het waarschijnlijk al aankomen. Je bent als ontvanger geëlimineerd.’ 

Bart




Een vraag

Een vraag

‘Komen er nog kerstkransjes dit jaar?’, vroeg ik uit pure nieuwsgierigheid. Gewoon een vraag. Zoals je wel vaker een vraag stelt. Niks bijzonders. Kerstkransjes. Wat kan er mis mee zijn? Ik stel wel vaker een vraag. 

Zo vraag ik ook wel eens wat we eten. Of, wat we gaan doen om de dag op te vullen.
Er worden in je leven zoveel vragen gesteld, dat deze kerstkransjesvraag moet kunnen, toch?

Alhoewel, ik merk wel vaker dat mijn vragen niet altijd serieus worden genomen. Zo vroeg ik laatst hoe het met haar moeder ging. Mijn schoonmoeder. Ze was bij haar laatste bezoekje wat snifferig geweest. Dus dacht ik bij mijzelf: gewoon even vragen, Bart. Medemenselijkheid tonen. 
Ik weet nog dat ze me met een enorme verbazing aankeek. Heel bijzonder. 

Maar goed, kerstkransjes. Ik stelde deze vraag omdat ik er vorig jaar van werd verdacht de kransjes uit de boom te hebben gestolen. Dat was niet ik maar de hond van onze zoon die een paar daagjes was wezen logeren. De ondeugd. Maar volgens Truus kon Fikkie onmogelijk de boom inklimmen. Dus…

‘Komen er nog kerstkransjes dit jaar?’, herhaalde ik mijn simpele doodnormale vraag. 
Ze keek me met een enorme verbazing aan. Heel bijzonder.

Bart

Ene Karl

Ene Karl

‘Ha Carla, jij bent er al vroeg bij vandaag’, merkte ik op tegen onze buurtgenote die aan onze oprit voorbij kwam trippelen. Ik stond nog in mijn gevechtspak bij de kliko om wat overbodig spul te deponeren.

‘Ja, ik moet opschieten. Karl rijdt met mij mee voor een kerstboom.’
‘Karl?’
‘Ja, die woont hierachter. Dat is dat kleine armetierige mannetje. Maar hij heeft een busje. Een kerstboom in een Porsche werkt namelijk niet’, lachte ze.

‘Nou ja, ligt eraan hoe groot hij is. Heb jij altijd zo’n grote boom dat hij alleen met een vrachtwagen aangeleverd kan worden?’
‘Ik hou van groot en stevig, Bart.’Ze lanceerde een knipoog. 

‘Wie is Karl? Ik ken hem niet. Is dat je vriendje?’
‘O, alsjeblieft niet zeg. Nee, ik sprak hem laatst bij de Super. Hij had daar een kerstboom gekocht voor zijn moeder en laadde hem in zijn bus. En toen zag ik mogelijkheden.’
‘Hij waarschijnlijk ook’, lachte ik.

‘Nou, dat kan hij dan vergeten. Zoals gezegd hou ik van groot en stevig.’

Bart

ophangklus

Ophangklus

Morgen Bart’, hoorde ik de stem van Agnes achter mij. Ik balanceerde bij de voordeur op een keukentrapje voor het ophangen van kerstlampjes.

‘Ik kan even niet omkijken, maar ook goede morgen gewenst, Agnes.’

‘Ga jij gezellige verlichting ophangen bij de voordeur?’
‘Ik ga lampen ophangen. Of het gezellig wordt betwijfel ik. Ben al bijna drie keer van dit trapje gelazerd. Klote lampen!’
‘Waarom hang je ze op dan?’
‘Opdracht van Truus.’

‘En jij doet dat zomaar? Met gevaar voor eigen leven?’
‘Ja, zo ben ik. Gehoorzaam tot op het bot.’
‘Er hangt een lampje los. Is van het spijkertje geschoten.’
‘Kan ik op rijmen. Waar?’
‘Halverwege. Ja, nog iets naar rechts, ja, nog iets!’
‘Deze?’
‘Ja, die.’

‘Of is die stuk?’
‘Ja, haakje ligt eraf. Maar ik laat het maar zitten.’
‘Staat niet netjes, Bart.’

‘Wat staat niet netjes?’, hoorde ik de stem van Truus achter mij die op het kabaal was afgekomen.
‘Er hangt een lampje los. Ik heb het de timmerman net uitgelegd.’
‘O ja, ik zie het. Geen gezicht Bart. Haal de hele ketting er maar af. Dat moet je eerst maken.’

‘Ik haal er niks af!’
‘Dat kan zo niet’, vond ze.
‘Oké, pak even een schaar, dan repareer ik het zo wel.’

Vijf seconden later had ik de schaar en knipte het lampje er tussenuit.

‘Wat doe je nou?’
‘Het moest toch gerepareerd? Wel, nu zit het weer netjes, toch?’
‘Maar nu branden de lampjes niet meer!’  
‘Je kan niet alles hebben Truusje. Maar ze hangen nu wel “gezellig” recht.’

Bart

Spiegeltje

Spiegeltje

‘Neem even het spiegeltje mee’, riep Truus vanuit de kamer. Ik stond in de keuken.
‘Wat wil je weten?’
‘De spiegel!’
‘Ja, die komt eraan maar ik vroeg me af wat je hem wil vragen.’
‘Ik wil gewoon even wat bekijken. Neem hem nou maar mee!!’
‘Wat wil je bekijken dan?’
‘Of ik er nog een beetje leuk uitzie. Nou goed?’
‘Kun je mij ook vragen, toch?’
‘Dan krijg ik een raar antwoord. Ik wil zelf kijken.’
‘Beetje vreemd, Truus. Je bent zoals je bent. Daar kan zo’n spiegel ook niet veel meer aan  veranderen.’
‘Joh, neem je die spiegel nou nog mee of niet!’
‘Waarom word je nou boos?’
‘Ja, omdat je weer zo idioot doet!’
‘In dat geval kan ik de spiegel beter in de keuken laten staan. Als hij jou zo boos ziet, geeft hij vast ook een raar antwoord.’

Bart

Kerstmarkt

Kerstmarkt

‘Misschien straks even over de kerstmarkt lopen?’, hoorde ik Truus voorstellen. ‘Dan nemen we Mama ook mee.’

Ik dacht eerst dat ik het niet helemaal goed had gehoord, maar bij de herhalingsvraag kreeg ik hetzelfde te horen.

‘Wacht even Truus, ik hoor twee dingen. Ten eerste “over een kerstmarkt lopen” en dan nog “nemen we Mama ook mee”.’
‘Ja, is toch gezellig? Glühweintje drinken, bratwurst eten, kortom: leuke dagvulling. Ik zal Mama even bellen.’ 

Ze liep naar het kastje om haar telefoon te pakken.

‘Wacht even, heb ik ook nog wat in te brengen?’
‘Hoezo?’
‘Nou ja, de combinatie staat mij niet aan.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Bratwurst, glühwein, je moeder… Niet echt geweldig.’

‘Oké, dan laten we de glühwein en de Bratwurst toch achterwege.’

Bart

Kerst-eters

Kerst-eters

‘En, krijgen jullie nog eters met kerst?’, vroeg de aan onze oprit passerende Karin Krul (buurtroddelaarster). Ik stond net met mijn achterwerk gebukt naar de straatkant, en zag haar niet aankomen. Ik schrok me dus een geforceerde rugspier en kwam moeizaam, maar vooral ook pisnijdig overeind.

En, altijd als ik pisnijdig overeind kom, ben ik niet te genieten en is een gewoon gesprek tijdelijk niet mogelijk. Zo ook dit keer.

‘Karin, jij beschikt over het fatale talent om altijd op ongelegen momenten je mond open te trekken.’
Ze keek me verbaasd aan.
‘Ik mag toch wel een vraag stellen?’
‘Nee. En waarom zou je willen weten of wij eters krijgen? Om het vanachter de kassa bij de Super te delen met de rest van de buurt?’
‘Hoe kom je daar nou bij, Bart? Wat ben je toch een nare man.’

‘Nee, ik sprak Annie van der Heuvel en die vertelde mij in vertrouwen dat haar zus met kerst overkomt uit Australië. Zij en Joop hebben de reis betaald want die zus ligt in scheiding. Vandaar.’

‘Vandaar? Hoezo “vandaar”?’, reageerde ik nog steeds nijdig.
‘Daarom stelde ik jou die vraag, Bart.’

‘Wat hebben onze kinderen en kleinkinderen in vredesnaam met de gescheiden zus van Annie te maken?’

‘O, kijk, komen je kinderen en kleinkinderen met kerst? Gezellig! O ja, Bart, nu we het er toch over hebben… Ik sprak vorige week je schoonmoeder. Ze wacht ook nog op een uitnodiging.’

Bart




Avondeten

Avondeten

‘Zijn er al plannen rond het voedsel wat wij vandaag tot ons nemen?’, vroeg ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Voedsel?’
‘Ja, wat we eten. Op zijn Hollands: wat krijgen we vanavond op ons bord.’

‘Dat weet ik nog niet. Misschien heb jij een idee?’
‘Hoezo ik? Jij regelt dat toch? Of zijn de rollen zonder overleg omgedraaid en moet IK achter het fornuis.’
‘Laten we dat maar niet doen’, hoorde ik haar reageren. Ik ben weliswaar ingeënt, maar dat geeft geen garantie dat ik jouw brouwsels overleef.’
‘Blij toe, schat. Maar goed, ik heb nog geen antwoord gekregen op de vraag wat er vanavond op tafel staat.’

‘Nou ja, ik heb vandaag weinig tijd dus zal het iets simpels worden.’
‘Hoezo weinig tijd?’
‘Ik ga met Annie naar de stad.’
‘En ons eten dan?’
‘Ik denk dat we vanavond uit de diepvries eten.’

‘Uit de diepvries?’
‘Ja, problemen mee?’
‘Nou ja, moet ik de tuinstoelen weer uit de garage trekken. Niet handig.’
‘Hoezo tuinstoelen?’
‘Omdat ik geen zin heb in een staande receptie. En om de diepvries nou naar de eetkamer te slepen gaat mij echt te ver.’

Bart

Tellen

Tellen

‘Dus als ik het goed begrijp, dan zitten we tijdens het kerstdiner met twaalf personen aan tafel’, concludeerde ik nadat ik het lijstje had afgewerkt en vervolgens de namen had geteld.

Ik maak elk jaar een lijstje om de zaak in goede banen te leiden. Dat doe ik omdat Truus dat niet beheerst. Die is goed in de keuken. Organisatorische zaken liggen meer op mijn vlak.

‘Het zijn er toch dertien, Bart?’
‘Dertien? Hoe kom je nou weer bij dertien?’
‘Let op: twee kinderen, zes kleinkinderen, twee aanhangers, mijn moeder, ik…’
‘Dat bedoel ik’, onderbrak ik haar. ‘Dus twaalf personen.’
‘Hoe kan dat dan?’
‘Dat komt omdat je niet in de organisatie zit. Laat dat nou maar aan mij over en zorg jij maar dat het eten op tafel komt. Dat kun je als geen ander. Mijn Michelin-sterretje’, lachte ik. 

‘Michelins zitten onder je auto. Toch blijf ik bij dertien.’
‘Dag Truusje’, grapte ik terwijl ik haar de keuken induwde. 

‘Zal ik voor jou dan een bord in de keuken zetten?’, vroeg ze wat later. ‘Aan het aanrecht?’
‘Ik? In de keuken? Hoezo ik in de keuken?’

‘Nou ja, je had toch gelijk. Er zitten inderdaad twaalf personen aan tafel.’
‘Ja, en waarom ik dan in de keuken?’
‘Jij hoort bij de organisatie. Die zetten we altijd apart en wordt ook niet meegeteld.’

Bart



Raamstaren

Raamstaren

‘Kun jij straks nieuwe batterijen in de kerstlampjes bij de voordeur prutten?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘Ze branden heel flauw.’

Deze vraag kwam op het moment dat Ik had besloten om een uurtje te gaan raamstaren. Dat doe ik regelmatig. Als man zijnde is dat goed voor je innerlijke rust. Laat ik het zo zeggen: even ontsnappen aan de opdrachten die je daags om de oren vliegen. Ik draai dan mijn stoel een kwartslag in de richting van het raam waarna ik mij afsluit en gedurende een uur naar buiten kijk. Zalig!

‘Batterijen in de kerstverlichting? Het is tien uur in de ochtend, Truus. Dat doe ik vanmiddag wel.’
‘Vanmiddag moeten we naar De Heuvels. Joop is jarig.’
‘Dan doe ik het morgen’, besloot ik.
‘Waarom nu niet? Na de koffie? Je hebt niks te doen, toch?’
‘Jawel, ik ben druk.’

‘Druk? Waarmee dan?’
‘Ik heb zo mijn rust-uurtje.’
‘O, meneer gaat weer een potje zinloos naar buiten zitten staren?’
‘Ja, wat is daar mis mee?’
‘Alles. Je kunt verdorie best even de batterijen vervangen.’

‘Truus, de lampjes branden nog. Batterijen zijn nog niet leeg.’
‘Oké, ga dan bij de voordeur naar de lampjes staren tot ze leeg zijn. Ben je met tien minuten klaar met die onzin en kun je ze uitgerust en wel vervangen.’

Bart









Kerstpakket

Het kerstpakket 

‘Tadá!!!’, riep ik terwijl ik de meegesjouwde doos-met-kerstpakket op tafel plaatste. Truus, in haar rol als het nieuwsgierige Aagje, stond er gelijk bij om het lint te knippen en zich in de inhoud te verdiepen.

‘Ohhh kijk toch eens!’, riep ze enthousiast. Ook ik wierp een blik in de doos volgestouwd met goed bedoelde spullen voor de kringloop.

‘Bart, wat leuk! Ze hebben dit jaar voor een kookthema gekozen. Wat een verrassing!’, riep ze enthousiast toen ze een schort, twee ovenwanten, een pollepel en een elektronische pepermolen uit de doos had getrokken. ‘O, kijk, en een prachtige gietijzeren braadpan!’ 

‘Nou, daar zullen ze best blij mee zijn!’, riep ik quasi enthousiast.
‘Wie is “ze”’, vroeg ze.
‘Bij de kringloop. Kunnen ze een handje kleingeld van maken!’
‘Wat doe je nou negatief! Het is een prachtig pakket! Ben er echt heel blij mee!’

‘Jij blij? Heb je de sticker op de doos eigenlijk wel gelezen? Welke naam erop staat?’
‘Ja, daarom ben ik extra blij.’
‘Dus jij bent blij voor mij omdat ik er niks aan heb? Ik kan niet koken!’

‘Dat klopt, daarom gaat het mij enorm helpen met de keuze voor jouw kerstcadeautje.’

Bart


Nieuwe bewoners

Nieuwe bewoners

‘We hebben weer nieuwe bewoners in de straat’, meldde ik tijdens het tien uur koffiemomentje. 

‘O? Op nummer zestien?’
‘Dat weet ik niet. In ieder geval naast achttien.’
‘Dat is dan toch zestien?’, antwoordde Truus met een stem vol logische lading.
‘“Naast achttien” kan ook twintig zijn’, stelde ik droogjes vast. 
‘Op twintig woont de Rotterdammer, Bart. Dat kan dus niet.’

‘Naast veertien dan. Dat kan dan toch wel?’
‘Joh, alsjeblieft. Hou op. Heb je ze al ontmoet?’
‘Niet ontmoet. Ik hoorde het van Joop Heuvel. Die heeft ze gesproken.’

‘Al een naam bekend?’
‘Het is een alleenstaande vrouw. Joop had het over de Sylvia’s.’
‘De Sylvia’s? En ze was alleenstaand. O, wacht even. Is het weer zo’n dubbele bodem-opmerking van Joop? De Sylvia’s? Een dame met een weelderig voorkomen?’

‘Nee, ze heeft een hondje en die is volgens Joop naar het baasje vernoemd.’

Bart

Kerst

Kerst

Soms vraag je je wel eens af wat kerst, naast alle geloofsuitingen en symbolen, nu eigenlijk betekent. Sommigen bidden zich het snot voor de ogen, eten zich collectief vol, laten de drank rijkelijk vloeien en zitten “gezellig” bij elkaar. In principe is daar natuurlijk niks mis mee. Maar of dat nou iets met een kerst te maken moet hebben? We vertonen hetzelfde gedrag met Pasen, Pinksteren en Carnaval. Alhoewel dat laatste niet algemeen is ingeburgerd. 
Wat is dan specifiek “de kerst”? De Paus mekkert vanuit zijn Roomse gouden stulp iets over armoede in de wereld, over de ellende van oorlog. 
In het Midden Oosten wordt weer volop kerst gevierd en over vrede geschreeuwd terwijl een paar kilometer verderop de puinhopen nog naroken. 
Aan de andere kant van de Oceaan staat een president te pronken met zijn vredesmedaille van de FIFA terwijl hij alles en iedereen aan zijn waanideeën wil onderwerpen.  En dan staat er in het oosten nog iemand met een gummetje in zijn hand om de geschiedenis uit te gummen en te herschrijven. “Oekraïne is de oorlog begonnen”, zoiets. Ik denk dat hij aan één gummetje niet genoeg heeft.
Hoe dan, het is kerst. En blijkbaar hoort er een relatie te bestaan tussen vredige menslievendheid en de kerstelijke periode. Ik denk dat ik de afgelopen jaren iets heb gemist.

Bart

Een gat

Een gat

‘Morgen Bart, wat ben jij dan aan het graven?’, vroeg mevrouw Meijer die even inhield toen ze mij in de voortuin bezig zag. Ik keek op. ‘Ook goede morgen. Ik ben een gat aan het graven maar dat wil niet zo lukken. De vorst zit erin.’
‘De vorst? Ja, die. Niet vorst Willem-Alexander, maar de vrieskou. Van de afgelopen dagen.’
‘O? Maar wat moet je dan met een gat?’
‘Daar gaat straks de kerstboom in. Truus wil hem in de tuin zetten.’
‘In de tuin? Gaat dat wel lukken? Meestal gaan ze dood. Komt door de overgang van warm naar koud.’
‘Ah, u heeft er verstand van.’
‘Ja, het kan in principe wel, maar dan moet hij eerst aan de temperatuur wennen. Misschien eerst een paar nachten in de garage zetten? Kan hij vast aan de kou wennen.
‘Kijk, goed idee. Ik heb dat laatst ook met mijn schoonmoeder gedaan en die is nu winterhard.’
‘Bart toch! Ik heb het over de kerstboom.’
‘Alle gekheid op een kerstboompje, mevrouw Meijer, dat is voor onze boom allemaal niet nodig. Die gaat het vast wel redden.’
‘Denk je? Wat voor een soort is dat dan?’
‘Een boom van het merk Chiu Wah. Made in China.’

Bart


Een plan

Een plan

‘Heb je nog plannen vandaag?’, vroeg Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.’
‘Moet ik even over nadenken.’
‘Moet je nadenken of je een plan hebt? Best plan dan.’
‘Ik ben aan het nadenken, Truus. Laat me even.’

‘Wat ben je soms toch een rare vent’, hoorde ik haar opmerken. Ik nam een slok koffie.
‘En je trekt zo’n raar gezicht. Beetje scheef. Kijk zo!’ 

Ze trok een gezicht wat nooit overeen kon komen met mijn nadenk-gezicht. 
‘Je maakt een karikatuur van mijn nadenk-moment.’
‘Je doet gewoon raar. Vandaar.’

‘Lieve schat, ik heb in de loop der jaren zo ontzettend veel in mijn hoofd opgeborgen dat ik even tijd nodig heb om het juiste laatje te vinden en open te trekken.’

‘Misschien tijd voor een opruimactie?’
‘En dan alles weggooien? Dat lijkt me een oneerbaar voorstel.’ Ik vond dat echt. 
‘Hoeft niet in één keer hoor. Kun je ook spreiden.’ Ze lachte.

‘Je lacht nu over je eigen onzin’, zei ik. ‘Hoezo spreiden?’
‘Gooi je alles weg behalve je plan van vandaag. Dat kan dan morgen bij het oud vuil.’

Bart


Een bankje

'Wat een heerlijk weer, vind u niet?’, vroeg een bejaarde dame die naast mij op het bankje in de Appie plaats had genomen. 
Ik was het met haar eens.

‘Het is inderdaad heerlijk weer’, beaamde ik. ‘Jammer dat het bankje niet buiten, voor de winkel staat.’ 
‘Vroeger stond hij daar’, vertelde ze terwijl ze naar buiten wees. ‘Voor de oude gevel. Dat heb ik nog meegemaakt.’
‘Ik niet. Ik weet niet beter dan dat hij in de winkel staat. En ik ben toch ook al best een beetje op leeftijd.’

‘Hoe oud bent u als ik vragen mag’, vroeg ze.
‘Ik ben van vierenvijftig. Vorige eeuw!’
‘Dat snap ik. Vierenvijftig deze eeuw moet nog komen, en die van de negentiende eeuw is al lang voorbij. U bent dus éénenzeventig’, concludeerde ze.

‘Ik mag een dame natuurlijk niet naar haar leeftijd vragen’, lachte ik.
‘Ik ben van vijftig. Vorige eeuw.’
‘Dan schelen we vier jaar.’

‘Dat is niet veel’, vond ik.
‘Inderdaad. Dat is niet veel’, beaamde ze. ‘Maar het verschil in tijd is toch ruim voldoende’, merkte ik op.
Ze keek me vragend aan. ‘Ruim voldoende? Waarvoor?’

‘Om dit bankje van buiten naar binnen te verplaatsen.’

Bart

Een briefje

Een briefje

‘Jules vroeg of ik vanavond gratis mee wil naar een voetbalwedstrijd’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.

Het werd even stil en ik stond net op het punt om mijn mededeling in de herhaling te programmeren toen ik een keel hoorde schrapen gevolgd door het openen van een mond en het uitspugen van een spervuur aan vragen.

‘Bart, wie is in Godsnaam Jules?’
‘Voetbal? Sinds wanneer hou jij van voetbal?’
‘En wanneer is die wedstrijd en welke wedstrijd dan? ‘Toch niet met hooligans hè? Of is die Jules soms een hooligan?’

‘En hoe ga je daar heen? Ik heb vanavond de auto nodig. Ik ga toch naar de rummikub? Ga jij dan niet? Naar de rummikub bedoel ik.’
‘En is die Jules getrouwd? En waar woont hij dan? Hier in de straat? Ik heb nog nooit van een Jules gehoord. Ook niet via Karin Krul. Dus….’
Ze keek me vol verwachting aan.

‘Ben je klaar Truus?’
‘Nou ja, ik wil wel graag antwoorden.’
‘Krijg je niet. Ik ga niet.’

‘Wat is dit? waarom niet?’, riep ze nijdig.
‘Omdat ik helemaal geen zin heb. De vraag stond op een briefje dat op het prikbord bij de Super was geprikt.’
‘Waarom vertel je het dan?’
‘Omdat er ook een briefje hing van ene Loes. Die zocht een mannelijke reisgenoot voor een cruise door de Middellandse zee. Maar ik twijfel nog.’
‘Twijfel?’, riep ze.
‘Ja, vanwege mijn zwembroek. Het elastiek is tijdens de vakantie geknapt.’

Bart


Wrijven

Wrijven

‘Hoi mevrouw’, riep ik naar het meisje van de bloemen.
‘Hoi meneer’, riep ze terug. ‘Mooie bloemen hè?’
‘Dat zijn ze zeker. Complimenten’, zei ik terwijl ik mijn duim opstak.

‘Heeft u een speciale voorkeur?’, vroeg ze terwijl ze haar handen samenvouwde en begon te wrijven. Dat valt mij trouwens wel vaker op. Dat mensen met dit beroep hun handen samenvouwen en beginnen te wrijven. Dit meisje was daarin geen uitzondering. Ik vroeg ernaar.

‘Heb je het soms koud?’
‘Koud? Nee hoor. Hoezo?’
‘Omdat je in je handen wrijft. Meestal doen mensen dat als ze het koud hebben.’
‘Ik niet hoor. Het is een gewoonte. Mijn vriendje valt dat ook altijd op.’
‘Kijk, dan ben ik niet de enige.’
‘Klopt.

‘Welke bloemen zoekt u?’
‘O, niks bijzonders. Bosje fresia’s. Zoiets?’ Ik wees op een emmer.
‘Oké, een bosje fresiaatjes.’ Ze trok het uit de aangewezen emmer en liep naar de toonbank. 
Even later hield ik het in mijn hand en stond zij weer te handenwrijven. Ik kon het niet laten.

‘Wat zegt je vriend eigenlijk, als je zo staat te wrijven?’
‘O, die roept dan dat hij het gevoel krijgt dat hij door mij is beduveld’, lachte ze.

Bart

Het reisje

Het reisje

‘Buuf Agnes heeft volgende week vakantie’, vertelde Truus tijdens ons dagelijkse koffieoverleg. ‘Ze gaat naar Amerika.’
‘Kijk, van de contributie?’, reageerde ik.
‘Contributie?’
‘Ja, ze zit bij de gemeente en wij maken maandelijks de gemeentelijke contributie over. Dus…’
‘Man, doe toch niet altijd zo negatief. Ze heeft het als maatschappelijk werkster heel druk. Zeker met figuren zoals jij!’

Ik meende iets van irritatie in haar stem te bespeuren.

‘Truusje, het was een grapje. Waar gaat ze heen in Amerika?’
‘Overal. Rondreis. Met een bus.’
‘Leuk. Maar ik zou toch niet graag naar dat Trumpië gaan.’

‘Trumpië? Ze gaan naar Amerika Bart. Samen met Wilco en…’
‘Wilco? Is dat een nieuwe vriend?’, onderbrak ik.
‘Collega. Die ontvangt trouwens ook contributie.’

‘Het moet toch niet gekker worden’, vond ik.
‘Nou dat wordt het wel want er gaat ook een wethouder mee.’
‘Een wethouder? Van de gemeente?’
‘Ja, maar maak je niet ongerust. Hij houdt de uitgaven in de hand. Hij is namelijk wethouder van financiën.’

Bart




De koelkast

De koelkast

‘Morgen buurman, weer druk aan het vegen?’, vroeg een dame die ik herkende als Lies. Ze woont een paar deuren verder. 
‘Morgen Lies, zag ik het nou goed dat je de koelkast aan de weg hebt staan? Stuk?’
‘Ja, hij koelt niet goed. Johan zijn biertjes zijn lauw.’
‘Oké, maar voor de rest doet ie het nog goed?’, vroeg ik.
‘Ja, de verlichting doet het nog prima. Dus…’
‘Wat bedoel je Lies?’
‘Nou ja, mocht jij interesse hebben dan mag je hem ophalen.’
‘Nee joh, ik heb zelf nog een koelkast op marktplaats staan.’
‘Dat meen je! Ik zou vanmiddag met Johan naar de winkel voor een nieuwe. Is hij nog goed?’, vroeg ze geïnteresseerd.
‘Ja hoor, hij koelt als de beste en de verlichting is uitstekend.’
‘Is hij oud?’, vroeg ze verder.
‘Nee joh, pas nieuw. Ik denk een maandje.’
‘Waarom doe je hem weg dan?’
‘Omdat hij niet praktisch is. Truus heeft er moeite mee.’
‘Moeite? Waarmee dan? Zo moeilijk is een koelkast toch niet?’
‘Nee, dat vind ik ook’, zei ik.
‘Wat kost haar dan moeite?’
‘Nou kijk, bij deze koelkast gaat de deur naar binnen open. Kan ze de spullen niet goed kwijt.’

Bart

Fietsgevaar

Fietsgevaar

‘Wat kijk jij boos!’, stelde Truus vast nadat ze mij binnen zag lopen. Ik was even op de fiets naar de stad geweest voor een setje nieuwe dingetjes.

‘Ach ja, ik word helemaal gek van die terroristen hier in de stad.’
‘Terroristen?’, vroeg ze.
‘Ja. Vroeger waren het nog gewoon toeristen, tegenwoordig is het een kwalijke plaag. Ze lopen gewoon op de weg, en dan het liefst met tien man naast elkaar.’

‘Ja, dat herken ik wel. Het wordt steeds erger.’
‘Ja, en dan begint zo’n mutserig type ook nog te blèren dat ik te hard rijd.’
‘Nou, dat klopt wel, Bart. Je rijdt altijd als een idioot.’

‘Nou klink je net als dat mens.’
‘Dat zal. Maar je rijdt echt te hard. Ik kan ook nooit gezellig met jou fietsen. Ik sukkel er altijd achteraan.’
‘Dat komt omdat je teveel om je heen kijkt. Volstrekt niet geconcentreerd. Daarmee verlies je tijd, Truus.’

‘Ach ja, het zal wel aan mij liggen. 
‘Dat klopt.’
‘Maar zei dat mens verder nog iets?’
‘Ja, ze vond dat ik voortaan moest bellen.’
‘Dat klopt, heb je niet gebeld dan?’
‘Nee natuurlijk niet. Ik kan haar helemaal niet bellen. Ik heb haar nummer niet.’

Bart

Het bankje

Het bankje

‘Ik hoorde iets over een bankje wat de gemeente hier in de straat gaat zetten’, vertelde ik tijdens het tien uurtje.

‘Klopt’, zei Truus. ‘Ik heb het ook gehoord.’

‘Ik hoorde het van Hans Vruggink’, zei ik.
‘Ik van Annie van der Heuvel’, vertelde Truus. 
‘Het wordt een stalen bankje. Hufterproof’, ging ze verder.
‘Die van Hans van ruw gezaagde planken. Maar ik hoorde ook dat de bewoners mogen kiezen. Of staal of hout.’

‘O? En komen ze dan aan de deur vragen?’
‘Nee, het is inmiddels beslist’, zei ik.
‘O?, hoe dan?’
‘Hans en ik hebben gekozen voor hout.’

‘Hout? Dat meen je toch niet serieus? 
‘Jazeker meen ik dat serieus.’
‘Bart, op ruw gezaagde planken gaat toch niemand zitten?’
‘Klopt, dat is ook precies onze bedoeling.’

Bart


Een naam

Een naam

‘Bij Jansen is een kleinkind geboren. Een meisje’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘En hoe heet ze?’
‘Treesje.’
‘Treesje? Hoe kun je je kind nou Trees noemen. Dat is toch echt een naam uit de tijd van de stoelenmatters en kantklossers.’ 
‘Ik had eigenlijk ook Trees moeten heten’, zei ze.
‘Hoezo?’
‘Ze wilden mij naar mijn Oma van mijn moeders kant vernoemen. Oma Trees. Mijn ouders zouden dan van hun een kinderwagen cadeau krijgen.’
‘Pure chantage’, riep ik.
‘Ja, echt wel.’

‘Maar dat is dus niet doorgegaan’, stelde ik vast.
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou ja, je heet Truus, geen Trees. Trouwens, voor het eerst dat ik iets verstandigs hoor over je moeder. Maar hoezo dan de naam Truus?’

‘O, dat was niet zo moeilijk. Mijn andere Oma van vaders kant heette Truus. En die bood bij vernoeming behalve een kinderwagen ook nog een wiegje als cadeau aan.’

Bart



‘Ach ja, ik gokte op een “Trees”.’
‘Hoezo “Trees”?’
‘Omdat je er als een “Trees” uitzag. 


De fietstocht

De fietstocht

‘Hé Bart, wat is dat nou? op de fiets?’, vroeg een voorbijganger toen ik mijn fiets buiten op het lanceerplatform plaatste. Hij stopte.

‘Nee hoor, ik sta er naast. Straks ga ik op de fiets. Mocht je van dat historische moment getuige willen zijn, dan wil ik je vooraf wel even bellen.’
‘Nee zeg. Je gaat maar lekker fietsen.’

‘Je hebt trouwens een mooie fiets. Nieuw?’
‘Ja, en hij heeft trapondersteuning. Fijn karretje. Maar ik heb toch al duizend kilometer gereden.’

‘Waar gaat de tocht heen?’
‘Naar mijn schoonmoeder.’
‘O, kijk, is dat ver?’
‘Kilometer of dertig. Net lekker.’
‘Nou, mooi tochtje. Is ze jarig of zo? Je ziet er zo zondags uit.’
‘Ach nee, Ze belde in paniek vanmorgen. Ze heeft een spoeddingetje. Vandaar.’

‘Spoeddingetje? En dan ga je op de fiets?’
‘Ja, eigenlijk wilde ik lopen. Maar ik heb nieuwe schoenen. Dan loop ik het risico op een dikke blaar.’

Bart

Een postzegel

Een postzegel

‘Waar zit jij nou naar te kijken’, hoorde ik Truus vragen. Ik zat buiten in een tuinstoel naar ons grasveldje te staren.
‘Ssstttt!’, siste ik terwijl ik haar met mijn hand maande tot stilte. Ze had blijkbaar geen zin om het gas los te laten want ze ging gewoon door zoals het een vrouw met een “eigen willetje” betaamt.

‘Ik vroeg je wat, Bart’, zei ze.
‘Ik jou ook, Truus, maar blijkbaar telt dat niet.’

‘Ik luister naar het gras. Mijn moeder vertelde altijd dat ze het kon horen groeien.’
‘Dan stop maar, want jij bent doof. Nu even serieus graag.’

‘Ik zit van de schoonheid van ons veld te genieten. Het ziet er zo mooi en strak uit. Ik als tuinman zijnde ben er apentrots op.’

‘Nou, jij bent nogal een tuinman. Als ik zo naar mijn voormalige bloementuin kijk, dan zijn de planten verdwenen en tiert het onkruid welig.’
‘Ik heb het over mijn grasveld schat. Daar geniet ik nu even van.’

‘Bart dat zogenaamde “veld” van jou heeft de grootte van een postzegel. Daar ben je toch zo op uitgekeken?’ 

‘Hoezo op uitgekeken? Jouw vader verzamelde vroeger postzegels en die kon de hele middag naar zo’n stom papiertje staren. Daar zei ik toch ook niks van?’

Bart


Hulp

Hulp

Ik stond net op het punt om de eerste veegstreek op onze oprit te zetten, toen ze aan kwam lopen. Annie van de Heuvel. 

‘Morgen Bart.’
‘Morgen Annie.’

‘Bart, kun jij Joop misschien even komen helpen?’, vroeg ze.
‘Kan hij zelf niet op de pot kruipen?’, lachte ik.

‘Hij moet een lamp ophangen. Maar ik heb het idee dat hij zodadelijk zelf licht gaat geven. Hij is zo onhandig!’
Ze keek er enorm triest bij.

‘Je kijkt alsof je elk moment in een vreselijke huilbui gaat uitbarsten. Is hij al overleden of zo?’
‘Nou, daarnet nog niet, maar dat gaat vast niet lang meer duren’, mopperde ze.

‘Ik geloof Annie, dat Joop geen hulp van mij meer nodig heeft’, stelde ik vast toen ik wat later gewapend met een gereedschapskist bij hun voor de voordeur stond.
‘Hoezo geen hulp?’, vroeg ze terwijl ze de sleutel in de voordeur stak.

‘Nou, zo te horen heeft Joop  een rechtstreeks lijntje met onze Schepper. Daar ga ik echt niet tussen zitten.’ 

Bart


Klaver

Klaver

‘Ben je aan het doen?’, vroeg Truus toen ze mij op mijn knieën op het gras ontdekte. 
Ik keek op. 
‘Ik zoek naar het klavertje vier.’
‘HET klavertje vier of EEN klavertje vier.’
‘Nee, HET klavertje vier. Dat moet hier ergens tussen staan.’
‘Daarmee suggereer je dat je naar een bekend klavertje vier zoekt.’
‘Dat klopt Truus. Het is een bijzonder klavertje.’
‘Hoezo bijzonder? Afwijkende kleur of zo?’
‘Nee hoor, hij is gewoon groen. Dat maakt het juist zo lastig zoeken. Hij moet hier ergens tussen staan.’
‘Heb je vanmorgen je pilletjes wel ingenomen?’, vroeg ze.
‘Truus, moet je binnen niet iets schoonmaken? Je haalt me namelijk uit mijn concentratie. Nu weet ik niet meer waar ik gebleven ben!’
‘Ergens tussen de klavertjes drie en vijf.’
‘Ik hoor het al wel weer: je neemt mij niet serieus.’
‘Nee, vind je het gek? Op zoek naar HET klavertje vier. Wat is daar zo bijzonder aan dan?’’
‘Dat weet ik ook niet, schat. Dat wil ik nou juist ontdekken. Vandaar mijn zoektocht.’

Bart

De blik

De blik

‘Volgens mij heeft zij een nieuwe woning’, zei ik tegen buuf Agnes, wijzend naar een dame die op haar fiets net voorbij kwam rijden. Agnes stond bij mij op de oprit om uit te leggen dat ze haar relatie had opgezegd.

‘Wie is dat dan?’
‘Geen idee.’
‘Hoe weet je dan dat ze een nieuwe woning heeft?’
‘Ik zag de blik in haar ogen.’

‘Goh Bart, cursus gehad?’
‘Cursus?’
‘Ja, “ontdek de blik in de ogen van je medemens”.’
‘Heb ik niet nodig. Ik ben een natuurtalent.’

‘O? En waaruit blijkt dat?’
‘Kijk Agnes, toen jij net hier naartoe kwam lopen zag ik aan je ogen dat je je relatie hebt opgezegd.’
‘Jaja, zo kan ik het ook. Zwamneus!’

‘Ha die Truus’, riep Agnes toen mijn eega de voordeur uit kwam lopen.’
‘Wat ga je doen?’, vroeg ik.
‘Kijk even in haar ogen’, adviseerde Agnes. 
‘In mijn ogen kijken? Dat heeft hij al veertig jaar niet meer gedaan. Hoezo?’

‘O, Bart vertelde net dat hij aan de ogen van een net voorbij gereden dame kon zien dat ze een andere woning heeft.’ 
‘Jaja, mijn schoenzolen. Die dame die voorbij reed is Willemien van Braak. Ze is net gescheiden en heeft een andere woning. Ze heeft Bart gisteren gevraagd of hij wil helpen behangen.’

Bart

Vakantie

Vakantie

‘Goh, gaan jullie alwéér op vakantie?’, vroeg Karin Krul, buurtroddelaarster, toen ze langs onze oprit liep en mij bij onze caravan zag staan. Ik probeerde nog te ontsnappen maar helaas. Nét te laat.

‘Op vakantie? Nee hoor, niks vakantie.’
‘O? is de caravan dan stuk of zo? Of moet hij een beurt?’
‘Een beurt? Omdat hij op de oprit staat? Jij staat toch ook wel eens op een oprit?’

‘Gaan jullie nog weg dan?’
‘Zou zomaar kunnen’, deed ik defensief. Ik ken haar. 
‘Dus het is niet zeker?’, zeurde ze door.
‘Zeker, ach wat is zeker. Tegenwoordig is niks meer zeker.’
‘Je doet vervelend, Bart.’

‘Weet ja Karin, we houden het liever voor onszelf’, zei ik op zachte toon.
‘Gaan jullie soms naar een nudistencamping? Kun je rustig vertellen hoor. Mijn lippen zitten op slot.’ Ze ondersteunde het met een horizontaal beweginkje langs haar mond. 

‘Oké dan’, zuchtte ik. ‘We gaan op trainingskamp.’
‘Trainingskamp?’
‘Ja, een veertien dagen durende cursus.’
‘Wat voor een cursus dan? Of mag ik dat niet vragen?’
‘Jij mag dat vragen, Karin.’

‘Het betreft de training “hoe ontwijk ik lastige en nieuwsgierige buren”. Ik zoek trouwens nog een proefpersoon. Iets voor jou?’

Bart

Bart

Vakantie(2)

Vakantie(2)

‘Hoi Bart mag ik jou iets vragen?’ Voor mij stond de altijd weer ondeugend geklede en strak opgemaakte Carla-van-de-Porsche. 

‘Ha Carla, natuurlijk mag jij iets vragen. Jij wel.’
‘Mooi. Ik hoorde van…’ 
‘Stop!!! Onderbrak ik haar. ‘Stop, stop stop!!!’ 
Ze keek me verbaasd aan.

‘Let op Carla ik weet precies wat je gaat vertellen: je hoorde van ons aller Karin Krul dat wij veertien dagen de cursus “hoe ga je om met lastige buurtgenoten” op de camping gaan volgen. Klopt dat?’
‘Nee, ze vertelde dat jullie twee weken op een nudisten-camping staan. Mag ik misschien dat adres? Ik zoek namelijk ook zoiets!’

‘Is dat zo?’, vroeg ik. ‘Vertelde Krul dat?’
‘Ja, en ze zei dat je dat in vertrouwen had verteld en dat ik er met niemand over mocht praten.’
‘Kun je zien hoe ze roddelt. Wat een draadnagel’, concludeerde ik.

‘Klopt, laatst bazuinde ze ook rond dat buurman Hans Vruggink ‘s nachts bij mij komt shoppen.’
‘Meen je dat? Is toch niet geloven?’, riep ik ontzet.
‘Ja, en het is gewoon uit haar duim getrokken. ‘S Nachts lig ik te slapen. Hans komt gewoon overdags.’

Bart

Vakantie(3)

Vakantie(3)

‘Ha die Bart, nog lekker twee weekjes op pad?’, vroeg mevrouw Boerstoel die bij onze oprit remde en van haar fiets stapte. Ik stond bij de caravan.
‘Ja, nog even lekker weg’, antwoordde ik.

‘Ik was net bij de Super en ik hoorde het al van Karin Krul. Ze zat achter de kassa.’
‘O, kijk. Dan weet u vast ook al waar we naartoe gaan’, suggereerde ik.
‘Nee, daar had ze het niet over. Dat niet.’

‘O? Wat dan wel?’, vroeg ik nieuwsgierig.
‘Ach je kent haar. Ze vroeg zich openlijk af waar jullie het toch allemaal van doen!’
‘Van doen? Hoezo van doen?’
‘Nou ja, ze vroeg zich dat af omdat jullie al zes weken Frankrijk achter de rug hadden, en dan nu nog weer twee weken…’
‘Wat is het toch een akelige roddelaarster’, riep ik nijdig.

‘Nou ja, ze had wel een idee waar jullie het van betalen’, lachte ze.
‘O ja? Had ze een idee?’
‘Ja, volgens haar zit je schoonmoeder ruim in de middelen. Dus…’

‘Dus? Wat dus? Denkt ze nou werkelijk dat mijn “schatrijke” schoonmoeder onze vakantie zou willen financieren?’
‘Dat vroeg ik ook, maar daar had ze wel een goede onderbouwing voor.’

‘Een goede onderbouwing? Krul?’
‘Ja, zo zou je schoonmoeder rust kopen. Is ze twee weken van je verlost.’

Bart



Een strooibus

Een strooibus

‘Een goedemorgen’, wenste ik het meisje achter de toonbank van de Winkel van Sinkel toe. 

‘Ook goedemorgen meneer. Kan ik u ergens mee helpen?’, vroeg ze vriendelijk. Het was nog een jong ding. Een geitje wat net uit de wei was gedarteld en nu voor mij stond en deze oude grijze mopperkont haar hulp aanbood.

‘Jazeker, ik zoek een strooibus.’
‘Een strooibus? We hebben wel een halte van de buurtbus’, zei ze na enig nadenken. ‘Maar die vertrekt pas tegen de middag.’

‘Ik bedoel een strooibus. Een bus waar je mee kunt strooien.’
‘Staat die niet in de winkel?’, vroeg ze.
‘Nee, ik kan hem niet vinden’, antwoordde ik.
‘Ik vraag even aan mijn baas, goed?’
‘Ja hoor.’

Ze verdween om even later weer te verschijnen. 

‘Ik heb het even gevraagd, maar mijn baas zegt dat wij ze niet hebben. Misschien bij de begrafenisondernemer. Die zit op het industrieterrein.’

‘Volgens mijn baas is het ook een ouderwets ding. En dat klopt ook wel’, blaatte ze. 
‘Hoezo klopt dat wel?’, vroeg ik.
‘Nou ja, tegenwoordig is alles digitaal. Dat zal zo’n strooier dan ook wel zijn.’

Bart

Verwarring

Verwarring 

‘Mevrouw Meijer kwam net voorbij gelopen’, vertelde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje. Truus keek op. ‘Kan niet.’
‘Oké, opnieuw: Mevrouw Meijer kwam net niet voorbij gelopen.’

‘Bart, de Meijers zitten in Spanje. Ze hebben daar een huisje.’
‘Klopt’, antwoordde ik braaf.
‘Ze hebben dat samen met hun kinderen. Gaan ze om de beurt heen. Leuk hé.’
‘Ja, en nu zijn zij dus aan de beurt en zijn ze volgens jou in Spanje.’

‘Juist Bart. Dus je kan haar niet hebben gezien. Ik denk dat je in de war bent met mevrouw Talsma. Die lijkt sprekend op mevrouw Meijer.’

‘Vast. En die heeft ook een huisje in Spanje’, vulde ik aan. ‘Dat heeft ze samen met haar kinderen. Trouwens, ze gaan om de beurt. En de Talsma’s zijn nu even niet aan de beurt. O ja, voordat ik het vergeet: de heer Talsma heeft in Spanje zijn been gebroken. Daarom is de familie eerder teruggekomen.’

Truus boog zich iets in mijn richting. 

‘Lieve schat, mevrouw Talsma is weduwe, heeft geen kinderen en heeft zeer zeker geen huisje in Spanje. Dus je zwamt echt uit je nek.’

Bart

De verjaardag

De verjaardag

‘Ome Cor zou vandaag honderd zijn geworden’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ze hing boven haar tablet en raadpleegde naar ik vermoedde haar agenda. 
‘Moeten we dat herdenken of vieren?’, vroeg ik droogjes. Ik had daar wel een mening over. 

‘Ach ja, ome Cor was nu eenmaal ome Cor, Bart. Soms leuk, soms vervelend’, merkte ze tactisch op.
‘Broer van je moeder’, mompelde ik.
‘Wat wil je daarmee zeggen?’ Ik hoorde iets van irritatie in haar stem.
‘Zoals jij het zegt. Soms leuk, soms vervelend.’

‘Ome Cor?’
‘Ook.’
‘Wat ook?’
‘Je moeder is een zus van Cor.’
‘Dus mijn moeder is soms leuk en soms vervelend.’

‘Lieve schat, ik heb jouw ome Cor niet gekend.  Echter, ik ken je moeder wel. En als jij dan zegt dat hij “soms leuk en soms vervelend” was, dan heb ik geen telraapje nodig.’
‘Telraampje? Wat zwam je toch allemaal?’
‘Nou ja, één plus één is en blijft zelfs na honderd jaar twee.’

Bart


Privacy

Privacy 

‘Mogguh’, riep ik opgewekt toen ik de Super binnenliep. Het was maandag, dus ik wist zeker dat zij er niet was. De “zij” betrof Karin Krul, buurtroddelaarster, die alleen op dinsdag, donderdag en zaterdag achter de kassa zat. Dus kon ik deze maandag op mijn gemak het door Truus opgestelde lijstje afwerken.

‘U bent toch meneer Bart?’, vroeg een medewerkster die achter mij aanliep, inhaalde en toen deze vraag op mij afvuurde.
‘Jazeker, vanwaar deze vraag?’
‘O, een collega van mij zag u met een boodschappentas langs haar huis lopen en belde net.’

‘Wacht even: iemand zag mij lopen en belde u?’
‘Ja, beetje vreemd natuurlijk, maar ze bedoelt het goed.’
‘Dit is toch een rechtstreekse aantasting van mijn privacy. Toegegeven, ik ben een BS’er maar daarom hoef ik nog niet in de gehouden te worden?’

‘Een BS’er?’, vroeg ze. 
‘Ja, Bekende Straatgenoot. Bel die Karin Krul maar terug en zeg dat ik hier niet van gediend ben!’ 
Ik voelde een enorme boosheid opkomen.
‘O, maar Karin Krul belde niet’, vertelde ze. 
‘Niet?’
‘Nee, Annelies Theunissen van het vlees belde. Ik moest u zeggen dat Karin vandaag niet werkt en dat u dus op uw gemak en ongestoord boodschappen kunt doen.’

Bart


De schat

De schat

‘En, wilden ze nog een beetje bijten?’, vroeg ik aan een man die gewapend met een metaaldetector uit het tegenover ons gelegen weiland kwam tijgeren.

‘Wat zegt u?’, vroeg hij terwijl hij zijn oorwarmers half op zijn hoofd zette. 
Ik herhaalde mijn vraag.

‘Ik was niet vissen!’, riep hij terwijl hij op zijn apparaat wees. ‘Ik zoek de bodem af.’
‘Dus toch vissen’, lachte ik. ‘Maar, behalve roestige spijkers nog iets interessants gevonden?’
‘Nee, ligt niet veel.’

‘Toch kun je hier nog een schat vinden’, zei ik.
‘Een schat?’, herhaalde hij.
‘Ja, niet verder vertellen, maar het moet hier ergens zijn.’
‘Op het weiland?’
‘Geen idee. Gewoon goed zoeken.’

Hij keek eerst naar mij, toen naar het apparaat, daarna naar de wei, keek kort op zijn horloge en liep vervolgens terug het veld in.’

‘Wat ik nu toch zie’, riep Truus die avond vanuit de keuken.
‘Wat zie jij dan?’
‘Het licht van zo’n mijnlamp. Iemand loopt ermee op zijn hoofd door de wei. Kom eens kijken?’

‘O, dat is die schatzoeker.’
‘Schatzoeker? Een schat hier in de wei? Er ligt toch geen schat?’
‘Klopt, die gaat hij ook vast niet vinden. Die staat hier namelijk naast mijn in de keuken.’

Bart




Nagels

Nagels

‘Bart, er zitten steeds gaten in je sokken, kijk eens kritisch naar je nagels.’ Tot mij sprak mijn echtgenote, Truus. De klok stond op vijf over tien en voor mij op tafel stond koffie. 
‘Wat zou er mis kunnen zijn met mijn nagels?’, vroeg ik.
‘Ze zijn te lang.’
‘Wat is “te lang”?’
‘Moet ik hier serieus op ingaan, Bart?’
‘Nou ja, jij stelt dat ze te lang zijn. Dus vraag ik wat “te lang” is.’
‘Te lang wil zeggen dat je sokken stuk gaan.’
‘Hoe zeker weet je dat het door de lengte van mijn nagels komt?’
‘Omdat ze uitsteken! Het zijn net kleine scheermesjes. Ze snijden door je sokken.’
‘Ik denk meer dat het in de kwaliteit van de sokken zit. Waar heb je deze gekocht?’
‘Bij de slager. Man, doe niet zo moeilijk. Knip die dingen en het is opgelost.’
‘Ik twijfel nog een beetje, Truus. Je hebt mij nog niet volledig overtuigd. Zitten die gaten in al mijn sokken? Of alleen in de zwarte.’
‘Alleen in de zwarte. En dat is ook logisch, je hebt geen andere.’

Bart