Totaal aantal pageviews

donderdag 29 februari 2024

De viering

De viering

‘Morgen Bart, ook feest vandaag?’, vroeg buuf Agnes toen ze mij in de voortuin aan het schoffelen zag. Ik keek op, wiste wat koelwater van mijn gezicht en stelde de algemene “hoezo” vraag.

‘Jullie hebben toch ook een kat?’, lachte ze.
‘Nog wel’, antwoordde ik. 
‘Hoezo “nog wel”?
‘Hij gaat binnenkort op zichzelf wonen. Tenminste als zijn verkering stand houdt.’

‘Verkering? Jullie kat?’
‘Ja, met die van jou.’
‘Met mijn poes?’
‘Ja, Minoe of hoe heet dat ding.’
‘Gosh, leuk zeg.’
‘Nou ja, wat je leuk noemt’, zei ik.

‘Bart, kom op’, lachte ze. ‘Katten kennen geen verkering.’
‘Niet?’
‘Nee, natuurlijk niet. Ik kan merken dat je er geen verstand van hebt’, constateerde ze.
‘Oké, dan vraag ik mij af waarom ze afgelopen nacht in onze tuin zo’n lawaaierig feestje vierden. Dat is toch omdat ze willen paren?’

‘Welnee, het was een onderling feestje vanwege vandaag. Het is namelijk dierendag.’

Bart
 



Bloed tappen

Bloed tappen

Na een geanimeerd telefonisch consult met mijn huisarts kreeg ik de opdracht om wat bloed af te laten tappen. Dat was nodig om de oorzaak van mijn telefoontje vast te kunnen stellen. Met een “gaan we doen” knopte ik mijn telefoon uit.

‘Wat zei hij?’, vroeg Truus.
‘O, hij wil mijn bloed laten onderzoeken. Doe ik volgende week wel een keer.’ 

Ze greep in.

‘Bart, je gaat vanochtend nog. Dit kan je niet laten wachten.’
‘Moet ik eerst een afspraak maken.’ Ik had nu geen trek in geprik.
‘Dat hoeft niet. Vanaf elf uur kun je zonder afspraak terecht. Kom op, gas op de Lollie!’

Zo kwam ik een uurtje later aan bij de tapperij en stapte binnen. Ze hebben daar meerdere wachtkamers en ik had echt geen idee. Ik stapte dus de eerste de beste wachtkamer binnen en na een “goede morgen” nam ik plaats en graaide een blad van tafel. 

‘Is uw echtgenote soms binnen? Dan mag u wel doorlopen hoor’, vertrouwde een dame naast mij mij toe.
‘Nee hoor’, lachte ik. ‘Mijn echtgenote zit thuis met een kop bouillon te wachten tot ik terug ben. Dat helpt na het aftappen van bloed. Maar vanwaar deze vraag?’

‘O, niks bijzonders, eigenlijk was het gezien uw leeftijd een niet zo slimme vraag’, lachte ze.

Nou ja, had zomaar gekund, toch?’, antwoordde ik vriendelijk.
‘Lijkt mij niet hoor, dit is namelijk de wachtkamer voor zwangere vrouwen.’ 

Bart




Onhandig

Onhandig

‘Bart, kun je even helpen?’, hoorde ik Truus op een dermate gehaaste en paniekerige toon vanuit de keuken roepen, dat die mij het ergste deed vermoeden. 

‘Wat is er?’, riep ik terwijl ik mij met gezwinde spoed richting keuken verplaatste. 
‘Ja, pak even een lepel!’

Ik bekeek eerst het getroffen gebied en zag toen Truus die met twee handen een enorme pan vasthield.

‘Een lepel!’, herhaalde ze.
Ik trok de la los, maar…
‘Die niet!. Die uit het bakje op het aanrecht.’
Ik zag drie plastic lepels.

‘Schiet even op!!’, adviseerde ze.
Ik pakte willekeurig een lepel.’
‘Die niet, die andere!’
Tja, welke van de twee…
‘Deze?’, vroeg ik terwijl ik hem hoog hield.
‘Maakt niet uit!’
‘O, en net…’

‘Man hou op met dat gezwam. En nu de pan leegscheppen in de schaal.’
Ik schepte.

‘Niet zo, zo gaat de helft ernaast! Gewoon schrapen!’
Ik schraapte.

‘Rustig! Je duwt de pan uit mijn handen.’
‘Ik duw helemaal niet!’, reageerde ik.
‘Je duwt wel. Nu het laatste. Kom op, doe nou!’
Ik deed. 
Het laatste viel naast de schaal op het aanrecht.

‘Wat doe je nou?’,zuchtte ze terwijl ze de lege pan onder de kraan zette.
‘Jouw aanwijzingen opvolgen.’

‘Man man man, wat ben je toch onhandig. Je snapt ook niks. Je kunt toch zien dat ik met die pan bezig was? En zelfs het pakken van een lepel is nog te moeilijk.’

Ik keek haar aan, graaide de twee resterende lepels uit het bakje, opende de afvalbak en gooide ze er vol enthousiasme in. 

‘Wat doe je nou?’, vroeg ze ontzet.
‘Hmmm, ik ben misschien onhandig, maar gelukkig wel heel erg slim.’ 

Bart


Veegklus

Veegklus

‘Morgen Bart’, wenste Annie van der Heuvel mij in het voorbijgaan. Ik was bezig met mijn dagelijkse veegklus.

 ‘Zo langzamerhand niet een keer aan een nieuwe bezem toe?’, vroeg ze lachend. 

Ik draaide mijn werktuig om

‘Hij ziet er best nog goed uit, Annie. Dat komt omdat het een speciale uitvoering betreft.’
‘Ja, dat zal’, zei ze.

‘En wat is er speciaal aan?’, vroeg ze nieuwsgierig.
‘De haren slaan de energie op en geven het bij de volgende veegbeweging weer vrij.’
‘Nooit van gehoord. Wij hebben gewoon een ordinaire straatbezem en die bevalt prima.’

‘Nou, maar dan heb je nog nooit met deze turboveger geveegd. Het is een genot. Waarom denk je dat ik elke dag lachend veeg.’

‘Ik zag jou anders net niet lachen.’

‘Komt omdat ik jou aan zag komen lopen’, grapte ik met een afsluitende knipoog.
‘Ja ja ja. Je bent me er eentje.’

‘Wil je even proberen?’, vroeg ik.
‘Ja, is goed.’ Ze pakte hem aan.
‘Veeg maar, dan kan ik even snel naar het toilet. Zo terug.’

Ik wachtte niet af en liep naar binnen.

‘Ben je al klaar met vegen?’, vroeg Truus.
‘Nee, ik heb een hulpje. Ze probeert onze speciale bezem uit.’
‘Bart toch!’, riep ze ontzet.
‘Ze wilde het zelf. Kun jij even kijken of de stoep klaar is? Dan kan ik weer naar buiten.’

Bart




Sprookjes

‘Opa, kun jij nog eens een sprookje vertellen?’, vroeg mijn kleinzoon.
Ik keek verbaasd want hij is inmiddels tien. Ik sprak mijn verbazing uit. ‘Geloof jij nog in sprookjes?’, lachte ik.
‘Nee, maar je kunt zo gezellig vertellen’, zei hij zich op voorhand al verkneukelend.
‘Oké dan’, zuchtte ik. ‘Daar komt ie.’

‘Er was eens een Oma, genaamd Oma Truus. En Oma Truus had altijd de gewoonte om Opa aan het werk te zetten. De Opa moest elke dag vegen, boodschappen doen, stofzuigen, afwassen… kortom: Opa was altijd heel erg druk.

Op een zekere dag had Opa er geen zin meer in en zei toen tegen de Oma dat ze het voortaan zelf maar moest doen want Opa was niet voor niks met pensioen.’

‘Wat is pensioen?’, vroeg mijn kleinzoon.

‘Als je met pensioen bent dan hoef je niet meer te werken. Dan krijg je van de regering geld.’
‘Oma ook?’, wilde hij weten.
‘Nee, Oma niet want die is nog niet zo oud.’

'De Oma Truus was eerst nog heel boos, maar toen de Opa het nog een keer goed had uitgelegd was ze het er mee eens en kon de Opa echt met pensioen', besloot ik. 

'Vond je het leuk?', vroeg ik.
'Ik mis nog iets, Opa.’
'Wat dan knul?’
‘Je moet nog zeggen dat ze lang en gelukkig leefden.’

‘Nou, dat doe ik nog maar even niet want ik twijfel nog een beetje.’

Bart











De buurtvereniging (2)

De buurtvereniging (2)

'Oké, dus het is duidelijk: onze activiteiten bestaan uit een jaarlijkse puzzeltocht, een barbecue, theemiddagen, Rummikub en excursies.' Mevrouw Boerstoel klapte haar opschrijfboekje dicht. 

'Dankjewel Ruth. Verder nog ideeën?', vroeg Carla van de Porsche. Ze had het woord gevoerd.

'Ja, hoe gaat het bestuur eruit zien?', hoorde ik een bekende stem vragen.

'We hebben geen bestuur nodig, toch?', riep ik. 
'Hoezo geen bestuur?', vroeg Karin Krul, buurtroddelaarster. 'Iemand moet toch de leiding hebben? Daarnaast hebben we een secretaris nodig en een penningmeester.'

Ik had hem alweer hangen. En niet zo'n klein stukje ook.

'Ik zie het nut niet. Het ging toch alleen om een beetje gezelligheid onder elkaar?'

'Juist Bart, daarom moet het een vereniging worden.'
'Omdat?', vroeg ik inmiddels geïrriteerd.
'We dan dan leden eruit kunnen gooien', ging ze verder. 'En ik zie al een kandidaat aankomen.'

Bart

Buurtvereniging

De buurtvereniging 

'Ik sprak Agnes vanmorgen, en die had het erover dat ze bezig zijn om een buurtvereniging op te richten. En dat lijkt me hardstikke leuk', vertelde Truus tijdens ons dagelijkse keukentafelgesprek.

'Dat is ook hardstikke leuk', reageerde ik. 'Moeten ze doen. Aspirant leden genoeg. Zo noem ik  mevrouw Boerstoel, de Heuveltjes, Carla van de Porsche, dat ding van Krul, Hans Vruggink, mevrouw Meijer, Agnes... Echt leuk.'

'Je vergeet Bart en Truus nog', lachte ze.
'Nee, die ben ik niet vergeten. Die doen niet mee.'

'Wacht even, Hoezo doen die niet mee?'
'Omdat die Bart niet van de buurtvereniging is.'
'Maar die Truus wel, toevallig', hoorde ik haar retour ketsen.

'Dat is dan pech want we gaan ons echt niet verlagen tot het niveau van een ordinaire roddelvereniging.'

'Lieve schat, wie heeft het hier over niveau verlagen?'
'Ja, ik. Dat gaan we niet doen.'

'Dat is echt onzin, Bart. Jij bent in de buurt degene die iedereen kent, alles weet en er ook nog luidruchtig over kletst. Je zit al op een dieptepunt. Je kunt dus probleemloos lid worden.'

Bart



Verharen

Verharen

'Ik vind dat onze kat wel erg verhaard', merkte ik in het openbaar op nadat ik met een borstel een tevergeefs poging had ondernomen ze van mijn shirt te borstelen.

'Dat valt best mee. Het is ook nog geen verhaarseizoen', wist Truus.
'Nog geen eens seizoen? Dus het wordt nóg erger?'
'Stel je niet zo aan, Bart. Die paar haartjes...'

'Hé Agnes, een vraagje: verhaart die kat van jou ook zo erg?', vroeg ik onze buuf toen ik de oprit veegde en zij naar buiten liep.

'Morgen Bart. Valt mee. Paar haartjes, het is ook nog geen seizoen. Verhaart die van jullie zo erg dan?'
'Ik vind van wel, Truus van niet.'
'Dan ga ik voor Truus', lachte ze. 'Morgen Truus', riep ze toen mijn eega in de deuropening verscheen.

'Morgen Agnes, loopt mijn mannetje nou nog te mopperen over de kattenharen?'

'Wie, ik?', vroeg ik. 
'Ja, jij', beaamde Truus.
'Bart staat behoorlijk te mopperen', lachte buuf.
 'Kun je nagaan, Agnes, en het is nog niet eens zijn mopperseizoen!'

Bart

Het plakkertje

Het plakkertje

Het klinkt misschien vreemd, maar ik beschik over een ingebouwd waarschuwingssysteem voor onraad. Ik ruik het op afstand naderen waarna mijn systeem in actie komt en in de overlevingsmodus schiet. Echt een geweldig systeem. 
Als het werkt.

Soms echter is het naderend gevaar zó geraffineerd gecamoufleerd dat het mijn systeem weet te omzeilen. Hoe? Geen idee. Moet ik mij eens in verdiepen.

'Morgen Bart, kan ik je even spreken?' 
Karin Krul, buurtroddelaarster, stond dus voor mijn neus.

'Eigenlijk niet, ik ben druk', riep ik balend.

'Dat zag ik. Ik zei net tegen Annie van der Heuvel dat jij steeds zo druk bent. We maken ons soms echt zorgen.'

'Zeg even waar je voor komt, dan kan ik verder met vegen.'

'Carla, je weet wel, van de Porsche, heeft zich kandidaat voorzitter gesteld van onze buurtvereniging.'
'Mooi. Verder nog iets?', norste ik.

'Ja, wij, Annie en ik, willen dat niet. Vanwege haar reputatie. Dat schaadt onze belangen.'

'Reputatie? Welke reputatie?', vroeg ik. 

'Nou ja, er gaan geruchten ik dat ze met de halve straat heeft geflikvlooid. Dan krijg je al snel een voorzitter met het plakkertje "ongewenst gedrag". En ik wil geen lid zijn van een vereniging met zo'n voorzitter', verklaarde ze. 

'Dan word je toch geen lid?', snauwde ik.
'Hoezo niet? Ik heb het initiatief genomen.'

'Kun je die plakkertjes los kopen, Karin?', vroeg ik.
'Welke plakkertjes?'
'Die van "ongewenst gedrag". 
'Geen idee, Hoezo?', vroeg ze.

'Dan plak ik die op je rug. Ik ben namelijk helemaal klaar met jou en je vereniging.'

Ze draaide zich om en droop nijdig af.

Binnenkort toch mijn waarschuwingssysteem maar weer eens resetten.

Bart

Visite

Visite

‘Goh, vanmiddag komt mijn tante Anna op visite, is dat even lang geleden!!’, meldde Truus enthousiast nadat ze haar telefoon had uitgeknopt.

‘Bedoel je Schuurspons?’, reageerde ik fel.  ‘Dan ben ik weg.’
‘Dan is meneer weg’, herhaalde ze mijn woorden. ‘En waarom gaat meneer weg? Is dat omdat het mijn familie is?’, vroeg ze gepikeerd.
‘Omdat ze altijd van die fijnzinnige opmerkingen bezigt.’

‘Ze heeft die bijnaam niet voor niets. Ze schuurt constant over mijn ziel.’
‘Heb je die nog dan?’, vroeg ze.

‘Je moeder komt zeker ook’, veronderstelde ik.
‘Ja, ze logeert bij Mama. Ze komen met tantes autootje.’

‘Eh.. even voor jou: ze parkeert onder geen enkele voorwaarde op onze oprit.’
‘Kan ook niet want onze auto staat erop, toch?’, concludeerde Truus.

‘Die staat er niet want ik ben weg.’
‘Waarom mag ze daar niet staan dan?’
‘Omdat ik net heb geveegd.’
‘Dan veeg je morgen toch gewoon weer? Dat doe je elke dag.’

‘Truus, die oprit is mijn hele ziel en zaligheid.’
‘Ja en?’, vroeg ze kortaf.
‘Kijk dat die Schuurspons mijn ziel schuurt is tot daar aan toe. Maar om haar met vier wielen over mijn zaligheid te laten rijden, gaat niet gebeuren.’

Bart



Sporten

Sporten

‘Eh Truus, misschien is het handig dat we vanmiddag boodschappen doen. Ik wil morgen sporten’, meldde ik.
‘Kan niet. De praktijk is op vrijdag gesloten.’

‘Ik heb het over sporten’, herhaalde ik.
‘Ja, je kwam luid en duidelijk over. En ik zei toen dat de huisartsenpost morgen dicht is.’

‘Waar slaat dat nou weer op?’, vroeg ik met een zucht. 
‘Nou ja, de vorige keer kon je meteen door. Enkelbandje stuk. Weet je nog?’
‘Truus, dat is al minimaal vijf jaar geleden.’
‘Klopt. Dat was de laatste keer dat je hebt gesport.’

‘Joh, ik moet bewegen. Ik zit helemaal vast’, klaagde ik.

‘Misschien veeg je verkeerd?’, lachte ze. ‘Probeer het morgen eens vanaf de weg naar de voordeur.’ 
Ik ging er niet op in.

‘Ik hoorde van Hans Vruggink, de ex van Carla, dat er een sportschool aan de Kerkstraat zit en dat die gespecialiseerd is in stijve spieren. Hij is daar behandeld en kwam als een jonge God terug.’

‘O, was dat vóór of ná zijn relatiebreuk met Carla.’
‘Weet ik veel. Ik denk vóór. Hoezo?’
‘Oké, dan gaan we morgen gewoon boodschappen doen.’

Bart




Een nieuwe fiets

'Mevrouw Boerstoel heeft een nieuwe fiets', bracht ik tijdens ons half-elf-koffiemomentje in.
'Heb je haar zien fietsen dan?', vroeg Truus.
'Nee, dat niet. Krul meldde het.'
'O? Kwam die langs?'
'Nee, ze stond stil toen ze het vertelde.' 

'Dat bedoel ik. Elektrisch?', vroeg ze geïnteresseerd.
'Ik weet niet of ze een batterij aan boord heeft, maar gelet op haar oeverloos gezwam en geroddel moet dat haast wel.' 
'Ik bedoel die fiets van Boerstoel.'
'Vergeten te vragen. Maar dat zal best.'

'Had Karin verder nog nieuws? Over de buurtclub misschien?'
'Ach nee, het gebruikelijke suggestieve geleuter.'

'Hoe bedoel je? Suggestief geleuter?'
'Boerstoel is nu toch penningmeester?', vroeg ik.
'Ja, daar zat je zelf bij Bart.'
'Kijk, dat Krulding vroeg zich namelijk af waar onze penningmeester die nieuwe fiets van heeft betaald.'

Bart

Tuinperikelen

Tuinperikelen

'Goh Bart, zit jij naar een tuinprogramma te kijken?', hoorde ik Truus vragen. 'Gaat het wel goed met je?'
'Het gaat prima met me. Ik probeer er wat van op te steken.'

'Ik dacht dat je vanwege je balkon-achtergrond alleen verstand van plantenbakken had.'
'Juist, en daarom wil ik mijn interesse verbreden.'
'En dan? Ga je die verbreedde kennis ook in de praktijk toepassen?', lachte ze.
'Dat denk ik wel.'


'Eigenlijk is het best leuk. Kijk toch eens hoe lekker die Rob in de aarde zit te vroeten.'
'Hij liever dan ik', zei ze.
'Hoezo?', vroeg ik.
'Zand onder de nagels, brrrr.'

'Hij gaat de tuin winterklaar maken. Ik moet nu even goed opletten.'
'Ik ga boodschappen doen, Bart. Schoffel, hark en schep staan in de schuur.'

'Wat ben je aan het doen?', vroeg ze toen ze terugkwam en mij al zoekend in de garage aantrof.
'Ik zoek de snoeischaar', zei ik.
'Wacht even, ga jij snoeien?'
'Ja, net gezien hoe je dat moet doen.'

'En wat gaan we snoeien?', vroeg ze ongerust.
'Rob heeft uitgelegd hoe je een vlinderstruik moet snoeien. Dus...'

'Heeft hij ook uitgelegd hoe hij er uitziet?'
'Hoezo?' Ze had weer wat.
'Dan weet je waar je naar moet zoeken.'
'Ik begrijp je niet. Hoezo zoeken?'

'Zoeken, omdat er tot op dit moment geen vlinderstruik in de tuin staat.'

Bart




De training

De training

'Morgen Bart', hoorde ik een bekende vrouwenstem achter mij roepen. Ik was druk op de oprit en draaide mij om.

'Hé Carla, aan de wandel? Waar heb je de hond?'
'Die is weer naar huis. Hij is van mijn zus. Ze had een trainingsweekend en vroeg of ik op kon passen.'

'Trainingsweekend? Sport ze?'
'Nee, relatietraining. Ze heeft een moeilijk huwelijk. Ik heb het haar vanuit mijn eigen ervaring cadeau gedaan.'
'O, leuk.'

'Leerzaam?'
'Ja best wel. Je leert naar jezelf kijken.'
'Daar hebben Truus en ik een spiegel voor in de gang hangen', grapte ik.

'Maar jullie hebben vast geen moeilijke relatie.'
'Nee, wij hebben maar twee moeizame zaken. Truus haar voeten en haar moeder.'
'Kijk, daar heb je geen training voor nodig',?lachte ze.

'Maar alle gekheid op een stokje, Carla, werkt zo'n training?'
'Jazeker, het heeft mij indertijd enorm geholpen en ik geniet nog steeds van het resultaat.'

'In wat voor opzicht?', vroeg ik.
'Zal ik je vertellen: ik was binnen de kortste keren van die eikel verlost en heb er een mooie Porsche aan overgehouden.'

Bart

Een opstapje

Een opstapje

'Hoi', zei ik tegen het meisje in de winkel.
'Hoi', blaatte ze terug. 
Ze had een leuk gezichtje waar zelfs een oude chagrijn vrolijk van zou worden.

'Kan ik u helpen? Ik zie u zoeken.'

Kijk, daar hou ik nou van. Personeel wat vanuit zelfontbranding hulp aanbiedt.

'Jazeker, mijn echtgenote is de laatste jaren wat gekrompen en nu kan ze niet zo goed meer bij de bovenste plank in de klerenkast. Ik zoek dus iets van een opstapje.' 
Ik keek haar verwachtingsvol aan.

'Een opstapje. Die hebben wij. Loopt u maar even mee.' 

Ze laveerde tussen de volgepakte schappen door naar de afdeling "overig" bukte en keerde terug met in haar hand een wit-plastic opstapje met vier pootjes. Ik bekeek het ding en stelde vast dat hij aan mijn verwachting voldeed.

'Kijk, een mooi stevig dingetje', zei ik blij. 
Ze knikte vrolijk. Haar blonde paardenstaartje wuifde optimistisch op het geknik mee.

'Deze neem ik', besloot ik. 'Maar eh... verkopen jullie ook een bijpassend afstapje?' 
'Een afstapje', herhaalde ze mijn woorden.
'Ik geloof het niet maar ik vraag het even aan mijn chef.' Ze verdween ergens tussen een stapel dozen.

'Helaas meneer, afzonderlijke afstapjes hebben wij niet. Maar volgens mijn chef is deze daar ook prima voor geschikt. Zal ik dan maar een tweede voor u pakken?'

Bart



Beste Specsaver

Beste Specsaver,

Zoals iedere zichzelf respecterende inwoner van dit land, kijken wij, Truus en ondergetekende, regelmatig televisie. 

Tijdens onze dagelijkse speurtocht naar fatsoenlijke programma's gebeurt het weleens dat wij worden geconfronteerd met ongewenste bijvangst. Dat heet dan reclame.

Ook uw bedrijf bevindt zich regelmatig in het ongewenste vangnetje. Het gaat dan vooral om reclame voor gehoorapparaten.

Uiteraard zou uw eerste reactie kunnen zijn dat er een knop op de TV is aangebracht waarmee je het toestel uit kunt zetten. Maar volgens ons hebben jullie ook zo'n knop. Dus...

Terug naar de gehoorapparaten-reclame. Wij zijn sinds jaar en dag getuige van een reclame over een stokdove oma en haar kleindochter bij een kinderboerderij. Wij vragen ons af of dat spotje niet een keer kan worden vervangen. 

De reden is simpel: De dieren worden evenals wij knettergek van het "Omi" gillende kleinkind. Daarnaast is het spotje dermate gedateerd dat het kind in kwestie inmiddels zelf de status van "Omi" heeft bereikt, waarschijnlijk ook toe is aan een gehoorapparaat en net zo van deze reclame baalt als wij.

Met vriendelijke groeten 

Bart en Truus



Bingo

Bingo

'En Bart, de polsen al een beetje los?', vroeg de langslopende mevrouw Boerstoel. Ik was net bezig met de verhuizing van drie pollen paardebloemen richting klikostal.'

'Polsen los? Ik gebruik een mesje', antwoordde ik terwijl ik het moordwapen toonde.

'Dat bedoel ik niet. Ik bedoel vanavond. De officiële openingsavond van onze buurtvereniging. Jij draait toch de bingo?'
'Vanavond? Bingo? Ik?' 
'Ja, dat vertelde Karin Krul vanmorgen bij de super. Daar zit ze achter de kassa.'
'En hoe komt ze aan die wijsheid?', vroeg ik.
'Ze zei dat jouw Truus dat had voorgesteld en jou zou vragen, dus...'

'Wacht even, ik roep Truus.' Ik was pisnijdig.

'TRUUS', riep ik vanaf de voordeur naar binnen.
'Ja? Is er brand? Gestoken door een brandnetel? Bloed?' Ze verscheen lachend in de deuropening.

'Heb jij aan Karin Krul verteld dat ik vanavond bingo zou draaien?'
'Wie, ik? Hoezo? Ik weet van niks.'

Ik keek haar aan en zag een onschuldige blik in haar ogen.

'Hoe komt ze daar dan bij?'
'Geen idee. Ik heb alleen verteld dat jij ongeschikt bent voor het draaien van een bingo.'
'Ik ongeschikt? Hoezo ongeschikt?'
'Omdat je ooit op de camping in een dronken bui twee setjes bingoballen in de molen had gegooid, toen bent gaan draaien waarna de hele zaal op zijn achterste benen stond.'

'O?', riep mevrouw Boerstoel ontzet. 'En toen?'

'Toen werden we vriendelijk verzocht het terrein vóór het ochtendgloren te hebben verlaten. En dat gaat ons vanavond niet gebeuren.'

Bart



Gratis boodschappen

'Mag ik jou iets vragen?', vroeg ik bij de Appie aan een knul waarvan ik inschatte dat hij bij het Appie-gilde hoorde. 

Ik was namelijk door Truus op pad gestuurd voor boodschappen. Zo van 'als jij nou even boodschappen doet, dan...'.
Ik weet niet eens meer hoe ze de "dan" in ging vullen, maar het zal op haar manier wel nuttig zijn geweest.

'U zoekt iets?', vroeg de knul.
'Ja, ik ben lid van de postcodeloterij. Het schijnt dat wij dan hier in de winkel spullen voor niks kunnen krijgen. Weet jij waar die liggen?'

'Die liggen overal verspreid. Heeft u een kaartje?', vroeg hij.
'Heb ik die nodig?', vroeg ik.
'Jazeker. Zonder kaart geen gratis boodschappen.'

'Wat raar!', zei ik.
'Hoezo raar?', vroeg de knul.
'Nou ja, je zorgt er als winkel toch voor dat het een beetje bij elkaar ligt? Dat heet service.'

'Ik begrijp u niet, meneer.'
'Ik jou ook niet.'

'Wat bedoelt u met raar?'
'Ik vind het raar dat jullie een speurtocht naar gratis boodschappen hebben uitgezet en dat je een schatkaart nodig hebt om ze bij elkaar te scharrelen.'

Bart

Een technisch probleem

Een technisch probleem 

'Goede morgen meneer, kan ik u helpen?', vroeg een vriendelijke dame vanachter de servicedesk. Niet achter de toonbank, maar achter de servicedesk. Tenminste die titel had het garagebedrijf deze luxe plank-met-beeldscherm meegegeven. 

'Ik denk dat ik meer behoefte heb aan een monteur in een overal', antwoordde ik zo diplomatiek mogelijk.
'O? Waarom?', lachte ze overdreven vriendelijk.
'Nou ja, ik zie u nou niet bepaald met uw jurkje onder de motorkap van onze auto duiken.'

'Dat ga ik ook niet doen, meneer. Kijk, ik noteer uw klacht en geef deze door aan onze technische afdeling. En die gaan er dan mee aan de slag.'

'Beetje omslachtig', zei ik. 'Ik kan toch sneller rechtstreeks met een technische man/vrouw overleggen?' Ik raakte wat geïrriteerd.

'Meneer, zie het als een soort van triage. U legt uw probleem voor en ik maak de keuze welke monteur u het beste kan helpen.'
'Mevrouw, triage doen ze in een ziekenhuis. Dit is een garage', zei ik nijdig.
Ze bleef vriendelijk lachen.

'Het is hier verdorie net als bij de huisarts. Dat je je prostaatprobleem eerst tot in detail aan de assistent moet uitleggen alvorens geholpen te worden.'

'O, maar met zulke problemen kunt u ook bij mij terecht hoor', riep ze vrolijk. 'In mijn vorige werkzame leven was ik namelijk doktersassistente.'

Bart







verkiezingen

Verkiezingen

'Weet jij al wat je gaat stemmen?', vroeg Truus zo vanuit het niets. We zaten aan tafel krantje te lezen.

'Vanwaar deze vraag?'
'O, ik las net een stukje over een politieke partij en toen vroeg ik mij af wat jij gaat doen.'

'Ga jij op de BBB stemmen?', vroeg ik terwijl ik op haar tablet loerde.
'Zeg ik dat dan?', ketste ze terug.
'Nee, maar ik krijg die indruk. Omdat je dat artikeltje leest. Dat gaat toch over die boeren padvindersclub?'
'Ja, ik wil mij namelijk zo goed mogelijk oriënteren. Zou jij ook eens moeten doen.'

'Waarom? Ik ben inmiddels al volledig op de hoogte', zei ik.
'Hoe dan?'
'Ik praat met mensen.'

'Hij praat met mensen. Met wie dan?'
'O, als ik buiten aan het vegen ben en zo.'
'Met die van Meijer? Die hier pas zijn komen wonen?'
'Hoezo? Zij is een heel aardige en intelligente vrouw.'
'Ja, maar wel lid van een rare partij. Al gezien wat voor een poster er bij haar voor het raam hangt?'
'Je bedoelt die van Baudet?'
'Ja, ben je trouwens tijdens dat vegen van je er ook achter gekomen welk complot zij aanhangt?'
'Complot? Nee hoor zij doet aan omdenken.'
'Omdenken? Hoe bedoel je?'

'Zij gaat in het stemhokje het vakje rood maken van degene die ze per sé niet wil. Zouden meer mensen moeten doen!'

Bart



pindakaas

Pindakaas

'Er zat een kraai bij de pindakaaspot', merkte Truus op toen ze met haar in de keuken klaargemaakte ontbijtje aan tafel plaatsnam.

'Heb je mijn thee niet meegenomen?', vroeg ik al lepelend in mijn bak joghurt.
'Mankeert er iets aan onze handjes of voetjes?', vroeg ze met een cynisch ondertoontje.
'Je had nog een hand over', merkte ik op.
'Die heb ik gebruikt om die kraai weg te wuiven.' 

'Waarom mag die kraai niet ontbijten?'
'Omdat hij met een paar happen de pot leeg eet. Die pot is voor de musjes.'
'Oké, dus die kraai moet dan maar zien hoe hij aan eten komt.'
'Kraaien komen niks tekort.'

'Trouwens, over pindakaas gesproken ', ging ze verder.
'Wat is er met pindakaas?', vroeg ik.
'De pot in de keuken is ook bijna leeg.'
Ik keek haar aan. 'Oké, en nu ga je natuurlijk iets roepen in de trant van "er zit hier ook een kraai aan tafel".'

Ze keek nu mij aan. 'Hoezo? Ik wil alleen maar zeggen dat er een nieuwe pot moet komen.'

Vrouwen zijn soms zo onvoorspelbaar... 

Bart

Sinterklaas

Sinterklaas 

'Ik las net in de krant dat Sinterklaas weer onderweg is', merkte ik op.
'Klopt, half november komt hij aan.'

'Dan begint het gedoe weer', vond ik.
'Wat gedoe? Sinterklaastijd is toch geen gedoe?'
'Vind ik van wel. Cadeautjesstress. Krijg er nu al de kriebels van.'

'Man, maak je druk. De kleintjes maken een lijstje, wij gaan naar internet, bestellen en het spul wordt hier achter de deur geschoven. Hoezo stress?'

'Truus, het is gewoon gedoe. Ook zo'n pakjesavond. Waar halen we een Sint vandaan?'
'Sint? Hoezo een Sint?'
'Kijk, dat bedoel ik dus. Er is nog niks geregeld.'

'Komt allemaal goed en je houdt het met al dat gemopper en gestresst niet tegen. Hij is onderweg.'

'Toch is het raar', vond ik.
'Wat raar?'

'Dat wij net doen of hij daadwerkelijk in Spanje is ingestapt en eind volgende week hier op de kade uitstapt.'

'Nou ja, zo raar is dat niet, Bart. Zo'n schuit doet er gewoon een week over.'

Bart

Appeltje

Appeltje

'Kijk eens Bart, ik heb nog een appeltje voor je.' Truus plaatste een schoteltje met daarop een appel voor mijn neus op tafel.

'Lief van je, schat. Maar wat is nu de bedoeling?'
'Wat denk je?'
'Ja, opeten. Maar hoe? Ik kan hem met mijn gebit niet afhappen.'

'Heb je geen mesje meegenomen?'
'Is de lijmpot leeg?', vroeg ze vrolijk.
'Gebruik ik al een tijdje niet meer.'
'Waarom niet? Dat werkte toch goed? Toen kon je wel een appeltje afhappen.'
'Mijn tong plakte ook. Was niet fijn.'
'Tja, dan moet je hem maar schillen.'
'Kan niet schillen', riep ik wijzend op mijn duim die ik vorige week had bezeerd en nog ingepakt zat.

'O ja, dat hadden we ook nog', hoorde ik haar mompelen.
'Ja, dankzij jouw fijne kaasschaaf, weet je nog? Vel eraf. Is nog steeds niet genezen.'
'Conclusie: ik moet hem schillen', zuchtte ze.
'Ja, als je dat wilt doen?'
'Het is ook altijd wat met jou', mopperde ze terwijl ze naar de keuken liep.

'Snij hem maar in schijfjes.' 
'Verder nog iets?', hoorde ik een met irritatie gevuld stemgeluid.
'Ja, jas er ook even de appelboor doorheen. Anders schieten de pitten onder mijn ondergebit.'

Even later lag er een ongeschilde appel met tube kleefpasta voor mijn neus.
'Wat nu?', vroeg ik nijdig.
'Gebit vastplakken en spuit ook een klodder op je tong. Ben ik even helemaal aan toe.'

Bart


 

Vitamine

Vitamine

'Morgen meneer, kan ik u helpen?', vroeg het jeugdige verkoopstertje van de drogist vriendelijk. Ze stond achter de toonbank. Ik ervoor. Ik was daar vanwege de aanschaf van een pot vitamine C.

'Ja, ik wil graag een potje vitamine C.'
'Waar heeft u het voor nodig?', vroeg ze.
'Om gezond door de winter te komen', antwoordde ik blij.

'Heeft u dan gebrek aan C?'
'Dat weet ik niet', antwoordde ik.
'Maar waarom zou u dan C nemen?'
'Omdat ik dat vroeger tijdens de R van mijn moeder kreeg toegediend.' 
'De R?'
'Ja, tijdens de R kreeg ik C. En ik was nooit ziek.'

Ze keek me aan alsof ik van een andere planeet kwam.

'De R. Wat bedoelt u daar precies mee?'
'De maand. De R in de maand. SeptembeRrrr, OktobeRrrrrrr, NovembeRrrrr, ApRrrrrril. Snapt u?'

Ze herhaalde mijn woorden en telde mee op haar vingers. 
'Klopt niet hoor', concludeerde ze. 
'Niet?', vroeg ik. 
'Nee, want wat slikt u dan in Januari, februari en Maart?'

Bart

Observeren

Observeren 

'Buurvrouw Agnes is niet thuis', constateerde ik na een blik naar buiten en meldde het hardop vanuit de keuken richting Truus.
'Ja, en?'
'Niks "en". Het viel mij op.' 

'Bart, wat moet ik ermee?'
'Onthouden dat ik het heb gemeld. Een soort geheugentraining. Kijken we later of je je het nog kunt herinneren.' 
'Nou, er mankeert niks aan mijn geheugen hoor.'
'Weet jij dan nog of ze gisteren thuis was?', vroeg ik.
'Geen idee. Waarom zou ik dat moeten weten?'

'Dat bedoel ik dus, Truus. Je wordt wat ouder en dan moet je oppassen.'
'Hoezo oppassen? Wat raaskal je toch!'
'Oppassen dat je geheugencellen niet in slaap sukkelen.'

'Dus als ik het goed begrijp, dan hou jij die van jou wakker door de buurt in de gaten te houden.'
'Nee, dat heet niet "in de gaten houden" maar observeren', zei ik. 'Zo observeerde ik net ook Carla van de Porsche die voorbij kwam lopen.'

'Hm.. ben heel benieuwd voor welke afdeling van jouw hersencellen dat goed is.'

Bart






Boerenkool

Boerenkool 

'Vandaag zijn de boontjes in de aanbieding', meldde Truus vanachter een reclamefolder.

'Moeten ze er vanaf?'
'Hoezo vanaf?'
'Omdat ze in de aanbieding zijn. Dan zijn ze waarschijnlijk niet te kauwen.'
'Gaan we proberen', besloot ze.

'Waarom geen stamppot? Heb ik echt trek in.'
'We eten boontjes', klonk het standvastig.
'Boerenkool met een bal gehakt. Is de gehakt niet in de aanbieding?'
'Boontjes zijn in de aanbieding, Bart.'
'Boerenkool niet?' 
'Nee, het is nog helemaal geen seizoen. Het is buiten nog te warm.'

'Ik zag het laatst in de winkel liggen', herinnerde ik mij.
'Ja, maar dat is niet lekker. De vorst is er nog niet overheen geweest.'

'Volgens mij zijn dat allemaal fabeltjes, Truus.'
'Nee hoor, van een nachtvorstje wordt het lekker mals. Is de taaiheid eraf.'
'Hm, als dat dan zo simpel werkt dan vraag ik mij af of dat ook bij je moeder effect zou hebben.'

Bart


Een vraag

Een vraag

'Wat doen we met Mama met kerst?', hoorde ik Truus de jaarlijks terugkerende vraag stellen. 
'Gaat de kerststal in', antwoordde ik flauw. 

Dat heb ik altijd als het over mijn schoonmoeder gaat. Flauwe antwoorden geven. Dat komt omdat een schoonmoeder nu eenmaal een dankbaar onderwerp is als het om flauwe humor gaat. Eigenlijk is het klinkklare onzin dat ik erin mee ga. Mijn schoonmoeder is namelijk een schat van een mens. Staat altijd voor iedereen klaar, zeurt niet, is gek met onze kinderen, kleinkinderen  tevens haar achterkleinkinderen. Bovendien ziet ze mij als haar ideale schoonzoon met alle voordelen die daarbij horen. Neem alleen al de ballen gehakt die ze wekelijks voor mij braadt.

'Wat is dat nou weer voor een idioot antwoord "gaat de kerststal in"?',riep Truus nijdig. 'Hoezo de kerststal in.' Ze keek streng.
'Rustig Truusje, ze hebben een vacature voor een figurant.' Ik probeerde nog wat te redden.
'Figurant?'
'Ja, ze zoeken nog een achterkant voor de ezel.'

Kijk, dat bedoel ik nou. Doe ik het weer. Zo flauw! 
'Sorry Ma.'

Bart 

Eksteroog

Eksteroog

'Ik denk niet dat wij dat verkopen', antwoordde de verkoopster op mijn vraag naar eksteroogpleisters. 'Daarvoor moet u toch echt bij de drogist zijn.'
'Houd u er wel rekening dat pleisters niet zaligmakend zijn?'
'Dat hoeft ook niet, ik zit niet op een zaligverklaring te wachten.'
Ze lachte. 
'Dat bedoelde ik niet hoor. Ik bedoel dat u in zulke gevallen beter even bij een pedicure langs kunt gaan. Die helpen u er zo vanaf.'
'Doet erg zeer', zei ik op gedempte toon.
'Welnee. Doen ze pijnloos met een freesje. Verdwijnt hij als sneeuw voor de zon.'
'Maar wel duurder dan pleisters', stelde ik vast.
'Klopt, maar verlost raken van pijn is ook wat waard, toch?'
'Dat is zo', gaf ik toe.
'Mijn zus is pedicure. Ze heeft een eigen praktijk.'
'O? En waar is dat dan?', vroeg ik.
'Wacht, ik geef u een foldertje.' Ze liep een gangetje in en keerde terug met een kleurrijk A4tje met daarop naam, adres van de praktijk inclusief een foto van een zeer prettig uitziende dame.
'Is dat uw zus?', vroeg ik.
'Ja, mooie folder hè? U kunt haar zo bellen voor een afspraak.'
Ik keek nog eens goed. Ik was het met haar eens: Pleisters zijn inderdaad niet zaligmakend.

Bart

Kerstboomtijd

Kerstboomtijd.

‘Aankomend weekend gaat de kerstbomentijd weer in’, hoorde ik Truus vanachter haar tablet opmerken. Ze klonk opvallend voorzichtig.

‘Je klinkt voorzichtig’, reageerde ik. ‘Zie je er tegenop?’
‘Tja, wat zal ik zeggen. Ik ben getrouwd met een man waarmee je nou niet bepaald voor de gezelligheid een kerstboom wil opzetten.’
‘Dan doel je op mij?’, vroeg ik naar de bekende weg.
‘Nee, op Joop van der Heuvel’, sneerde ze.
‘Die is met Annie getrouwd.’

‘Maar waarom zou ik ongezellig zijn? Ik vind het leuk werk!’
‘O ja, zo leuk! Man, het begint al met het van zolder halen van de boom. En moet ik het nog over het inhangen van de lampjes hebben? Of het recht overeind zetten van de piek?’

‘De piek is een heilig object wat met zorg moet worden gemonteerd.’
‘Maar goed, zorg jij maar dat hij zaterdag van zolder komt, dan regel ik de rest wel.’
‘Jij alleen?’
‘Nee, niet alleen. Samen met Mama. Die heb ik gevraagd. Die komt zaterdag helpen.’

‘Je moeder? En dan heb jij het over “gezellig” een boom opbouwen?’
‘Ja, en wat is daar mis mee?’
‘Alles’, zei ik nijdig.
‘Nou, ik zie geen bezwaar hoor’, antwoordde ze vrolijk.

‘Truus, we hebben weliswaar een kunstboom, maar ik garandeer je dat hij, als ze ook maar in zijn buurt komt, alle naalden spontaan laat vallen.’

Bart


Een boek

Een boek

‘Goh Bart, wat hoorde ik van Karin Krul, ben jij een boek aan het schrijven?’, vroeg Annie van der Heuvel. Ik trof haar bij de drogist waar ik een doos paramollen had gescoord.

‘Klopt Annie, het is heel intensief. Ik krijg er zelfs hoofdpijn van.’ Ik hield demonstratief de mollen omhoog.

‘O?, is het zo inspannend?’

‘Nou ja, heeft ook met mijn lichaamsbouw te maken. Volgens Truus komt het door de omvang van mijn hoofd. Past een hoop pijn in.’

Ze moest lachen.

‘Maar even serieus, waar gaat het boek precies over?’
‘Over onze buurt. Iemand gaf mij een tip.’
‘Wat voor tip?’, vroeg ze.
‘Om zwemles te nemen. Wat denk jij nou zelf wat voor een tip ik zou krijgen?’
‘Om een boek te schrijven’, antwoordde ze.
‘Je scoort hoog Annie.’

‘Maar hoe wist Karin dat?’, vroeg ik. 
‘Had ze ergens op Facebook gelezen. Trouwens, ze denkt dat ze er zelf ook in voorkomt. En toen ze dat zei klonk ze heel zelfverzekerd. Heb je het er met haar over gehad of zo?’

‘Nee hoor, ben niet helemaal gek. Nee, voor haar schrijf ik een ander boek.’
‘Dat meen je. Speciaal over Karin? En wat wordt dat dan? Een roman?’

‘Nee, ik denk meer in de richting van een handleiding.’

Bart

De regie

De regie

‘En Bart, de kerstboom al staan?’, vroeg mevrouw Meijer. Ik trof haar bij de kaasboer die  eens in de maand in onze straat, zijn waren komt verkopen.

‘Nee, nog niet. Ik hoorde van Truus dat hij zondag wordt geplaatst.’
‘O? Werken jullie met een schema?’, lachte ze.
‘Ja, en mijn Truus voert de regie. Ik heb weinig in te brengen.’

‘Gaan we klagen?’
‘Nee, niet klagen. Ik schik in mijn lot.’
‘Goh, dan mag Truus toch niet klagen met zo’n man onder het dak.’

‘Officieel mag ze dat ook niet. Maar onofficieel…. Ach, zo gaan de dingen.’ Ik trok een beteuterd gezicht. Altijd leuk zo’n gesprekje.

‘Weet je Bart, ik voel enige jaloezie opborrelen. Mijn Florus zit toch wel heel anders in elkaar hoor. Dat vereist soms enig tact. Hij was voor zijn pensioen manager en soms heeft hij het idee nog steeds die rol te moeten spelen.’

‘O nee, ik krijg de kans niet, mevrouw Meijer. De enige regie die ik heb is over de oprit. Ik bepaal het veegmoment. Maar dat geeft mij dan ook wel veel voldoening. Zo kan ik de buurt een beetje in de gaten houden.’ Ik gaf haar een knipoog.

‘Goh, Bart toch. Jij lijkt mij nou niet bepaald een persoon die zich het kaas van het brood laat eten.’

‘Hm, schijn bedriegt, mevrouw Meijer. Waarom denkt u dat ik hier bij de kaasboer sta?’

Bart

Songfestival

Songfestival 

‘Vroeger was het songfestival nog een echt festival’, riep de dame in bed twee, pal naast mij nadat zij vernam dat ene Joost Klein ons land gaat vertegenwoordigen in Zweden.

‘Inderdaad, verzuchtte de dame in bed drie. ‘Toen Connie Palmen nog zong.’
‘Connie? Nee, dat was Annie.’
‘Nee hoor, Annie kon niet zingen, Connie was in dat gezin de zangeres.’

Bed vier deed nu ook een duit in het zakje.

‘Klopt, zij was getrouwd met die van van Mierlo.’
‘Je bedoelt de politicus?’
‘Ja, en die had iets met een schrijfster. Volgens zeggen dus die Annie van jou.’

‘Onzin’, vond bed twee. Dat was Annie de Reuver. En die werd later rechter.’
‘Hoe komt u daar nou bij, dat was Corrie Brokken.’ Bed vier wist het zeker. 

‘Maar Greetje Kouffeld zong toch ook? Deed die niet iets met Connie? Een duet op het songfestival?’, opperde bed twee.

‘Nee, dat waren de Salvera’s’, riep bed vier.
‘Wie zijn de Salvera’s?’, vroeg twee.
‘Zangeressen. Die deden het met de Palmen.’
‘Hoe kom je er bij?’, zuchtte drie.

‘Meneer Bart, zegt u eens iets. Met wie zongen de Palmens op het songfestival?’
Ik dacht even wijs na. 
‘Ik denk met Kees Schilperoort.’

Bart

Terug

Terug

‘Hé Bart, tijdje niet gezien. Vakantie gehad?’, vroeg mevrouw Boerstoel. Ik stond buiten wat te ademen.

‘Nee, ziek. In het ziekenhuis gelegen.’
‘O? Was het zo ernstig?’
‘Ja, behoorlijk. Een ingegroeide nagel van mijn kleine teen. Werd na vier dagen intensief knippen eindelijk bevrijd. Wat dat betreft is die specialist echt een kanjer.’

‘Wat sta jij nou weer te zwammen?’, hoorde ik Truus achter mij. Ze was er ongemerkt bij komen staan.
‘Morgen Truus, Bart vertelde net dat hij in het ziekenhuis heeft gelegen. We waren hem al een paar dagen kwijt.’ 
‘Klopt, het ging even niet goed. Hij moet van de arts rustig aan doen, dus hou ik hem goed in de gaten.’ Ze keek bezorgd.

‘Dat zal wel lastig zijn met zo’n vent’, lachte ze terwijl ze veelbetekenend in mijn richting wees
‘Inderdaad lastig, Ruth. Hij was nu ook weer ontsnapt en zwamt ondanks het doktersadvies er vrolijk tegenaan.’

Ik stak mijn vinger op. 

‘Mag ik ook nog iets zeggen?’, vroeg ik.
‘Straks. Ik ben nu in gesprek’, riep Truus vermanend.
‘Nou ja zeg. Moet niet gekker worden’, hoorde ik mijzelf roepen.

‘Maar hij is nu weer helemaal opgeknapt?’, hoorde ik Boerstoel vragen.
‘Ja, behoorlijk. Hij doet het weer goed.'
‘Wat wou je zeggen Bart?’, vroeg Truus.
'Niks, ik mag toch niet meer zwammen van de dokter?', zei ik.

'Kijk', hoorde ik Boerstoel lachen.  Dan is die nagelknipperij toch nog ergens goed voor geweest.'

Bart

Inzending

Inzending

‘Ik hoorde dat we dit jaar een Rapper naar Zweden sturen’, meldde Truus vanachter de krant.

‘Moesten ze die kwijt?’, vroeg ik terwijl ik een broodje in mijn mond stak.

‘Een Rapper, naar het songfestival’, probeerde ze te verduidelijken.

‘Wat gaat ie daar doen? Handje van onze inzending vasthouden? Wie gaat er trouwens? Is er al iemand gevonden die over voldoende geld beschikt om de keuze-commissie te plezieren’

‘Bart, die Rapper is onze inzending. Ene Joost Klein.’
‘En wat gaat ie doen? Rapdansen?’
‘Bart, hij gaat rappen. Dat schijnt hij goed te kunnen.’

‘Truus, rappen is dé plaag van de eenentwintigste eeuw. Moest verboden worden. Het is ziekmakend.’

‘Man, zwam niet zo, weet je wel wat een rapper is?’
‘Truus, bij een rapper is de communicatie tussen de linker en de rechter hersenhelft gestoord. Daarom brallen ze van die onzinnige teksten.’ 
Ik vond dat echt en nam een slokje koffie.

‘Het liedje is nog niet gekozen’, ging ze verder. ‘Dat gaan ze nog doen.’
‘Liedje? Tekstje bedoel je. Hij gaat toch iets voorlezen?’ Wat een gezwam.

‘Hoe dan ook, hij gaat volgens Cornald Maas, dat is een autoriteit op dit gebied, hoge ogen gooien.’
‘Niet te hopen’, vond ik.
‘Hoezo niet? Dat is toch leuk.’
‘Dat is het niet. Als hij zes gooit mag hij nóg een keer. Moet er toch niet aan denken.’

Bart



De opdracht

De opdracht

‘Hé Bart, ook aan de boodschap?’, hoorde ik mevrouw Meijer vragen. Ze liep net als ik achter een karretje door de winkel te struinen.

‘Jazeker, ik heb een aantal opdrachten gekregen en die moet ik vandaag uitvoeren.’
‘Opdrachten?’, lachte ze.
‘Ja, Truus vond dat ik toch niks te doen had en dus ook ingezet kon worden.’

‘Ingezet?’
‘Ja, als hulpkerstman.’

‘Kijk, hier heb ik zo’n opdracht. Nummer vierendertig: “loop door gang twee, stop bij het beschuit en pak twee rollen”

‘Nou, dat kan niet missen, Bart. Dat heeft ze keurig omschreven.’

‘Opdracht vijfendertig: ”draai je om, buk en pak een doosje eieren. Controleer de inhoud”.’

‘Goh, het werkt wel. Geweldig dit.’ 
Ze keek in mijn kar. ‘Je hebt al heel wat opdrachten uitgevoerd.’
‘Ja, ik moet er nog vijf.’ Ik keek naar mijn lijstje.
‘O kijk, ik ben nu verkeerd bezig. Sorry mevrouw Meijer.’

‘Verkeerd bezig?’, vroeg ze verbaasd.
‘Ja, ik heb één opdracht gemist: “Ehhh als je tijdens het uitvoeren van een opdracht een buurtgenoot tegenkomt, loop je snel een andere gang in en ga je alvast verder met de volgende opdracht.’

Bart



Een toespraak

Een toespraak 

‘Wat ben je aan het doen, schat?’, vroeg Truus die tegenover mij aan tafel zat.
‘O, ik probeer wat op papier te zetten’, bromde ik terwijl ik mijn nek brak over de spelling. D, T of DT. 
‘Wat dan?’
‘Niks bijzonders. Ga maar gewoon door met je ding’, adviseerde ik.

‘Ding? Hoe bedoel je dat?’ Ik moest ervan zuchten. 
‘Ik bedoel dat je me even mijn ding moet laten doen.’

‘Wat heb jij toch met “dingen” vanochtend?’
‘Truus, ik ben bezig. Laat me nou.’

‘Ik vraag gewoon wat je aan het doen bent. Is toch niet moeilijk een antwoord te geven?’
‘Oké, zeur, ik ben een toespraak aan het schrijven voor het kerstdiner.’

‘Een toespraak? Voor het kerstdiner?’
‘Ja, leuk toch? Of vind je het niet leuk?’
‘Ligt eraan waarover het gaat. Gaat het ook over mij?’, vroeg ze.
‘Ja natuurlijk gaat het ook over jou.’

‘En waarover dan?’, zeurde ze door.
Ik zuchtte opnieuw. 
‘Kan ik nog niet precies zeggen. Ik moet het stukje over “nieuwsgierigheid” nu weer helemaal opnieuw schrijven.’

Bart


Engeltjes

Engeltjes

‘Hoi Bart, nog de laatste kerstinkopen doen voor Truus?’, vroeg mevrouw Boerstoel toen ik haar tegenkwam bij de Super.’

‘Nee, ben hier voor mijzelf. Ik zoek poets.’
‘Poets?’, vroeg ze.
‘Ja, ik heb ooit van mijn moeder een engeltje gekregen voor in de boom. En daar moet een poetslap overheen. Ze is wat dof.’

‘O wat leuk, een engeltje’, riep ze vrolijk.
‘Ja, ze hangt met een haakje tussen haar achtervleugeltjes aan de boom.’
‘Achtervleugeltjes?’
‘Ja, dat was toen nog.’

‘Toen? Hoe oud is ze dan?’
‘Kan wel zestig jaar zijn. Een leuk antiek engeltje. Zo grappig!’

‘Achtervleugeltjes’, mijmerde ze. ‘Ze hebben toch allemaal vleugels op de rug?’

‘Nee, bij de moderne engeltjes zitten ze aan de voorkant. Kunnen ze beter manoeuvreren. Daar hangen er trouwens ook twee van in de boom.’
‘Nou, dan heb je flink wat poets nodig’, lachte ze.

‘Nee hoor ik mag alleen die met die rugvleugels poetsen. Dat is veilig. Die anderen mag ik niet aanraken. Die zijn nog maagdelijk. En dat wil Truus graag zo houden.’

Bart


Kerststal

Kerststal

‘Hebben we nog iets op de planning staan vandaag?’, vroeg Truus tijdens het ontbijt.

‘Het is de dag voor kerst, schat. Ik moet mij geestelijk voorbereiden op de komende dagen’, zei ik terwijl ik een stukje brood in mijn mond duwde.

‘Geestelijk voorbereiden? Wou je soms naar de kerk vanavond?’
‘Nee joh, ik heb een stadionverbod.’ Ik nam nu een slokje koffie.
‘Dan weet ik niet waar je op doelt’, zuchtte ze.

‘Ze komt morgen’, mompelde ik.
‘Wat bedoel je?’
‘Je moeder. Je moeder komt morgen.’
‘Ja en?’
‘Dat betekent altijd weer discussies over de kerststal.’
‘Hoe kom je daar nou weer bij. Mama vindt dat leuk’
‘Oja, zó leuk dat ze altijd de figuurtjes verplaatst.’
‘Ja, logisch, jij zet steevast de Wijzen met hun voorhoofd tegen de achterkant.’
‘Ja, anders vallen ze om’, zei ik.
Ze keek naar de kerststal.

‘Ik mis Jozef. Waar is die gebleven? Stuk? Jij gooit ook altijd zo met het spul. Het is zo teer!’
Ik zuchtte. ‘Je hebt je oordeel ook altijd meteen klaar’, mopperde ik.

‘Vind je het gek? Wat is er gebeurd?’
‘Niks schat, hij is even naar de Gamma om een nieuw slot te halen voor op de kerststaldeur. 
Kan je moeder er niet meer in.’

Bart


Zalige kerst

Zalige kerst

‘Morgen Bart, nog een zalige kerst gewenst’, riep mevrouw van Vliet vanuit haar stilstaande auto met opengeknopt portierraam. Ik was net in een innige discussie verwikkeld met onze kliko’s, of een restantje kerst nu in de groene of in de restbak moest. Ik was het even kwijt. 

‘Het zalige gedeelte hebben we achter de rug, Loes. Vandaag hangen we aan de kliekjes.’

‘Ik bedoelde dat ik jullie een fijn kerstfeest toewens’, verduidelijkte ze.
‘O, kijk. Nou, om nou van een feest te spreken: mijn schoonmoeder was er ook.’
‘O, wat leuk!’
‘Ik hoor het al: je kent haar niet.’

‘Toch leuk dat jullie haar dan ook uitnodigen’, vond ze.
‘Ach ja, het is Truus haar moeder. Van mij hoeft dat niet’, lachte ik terwijl ik een knipoog lanceerde.

‘Ik snap dat nooit zo goed. Wat hebben mannen toch tegen schoonmoeders.’
‘Weet je Loes als er drank in wordt gegoten word ze vervelend. Gisteren ook weer. Heb ik voor de vijftigste keer moeten horen dat ik ooit alle kerstkransjes uit haar boom heb gekaand.’
‘Het is je aan te zien’, lachte ze. 

‘Is ook blijven slapen?’
‘God nee. Ze is lekker naar huis gegaan.’
‘Moest je haar brengen?’, vroeg ze belangstellend. ‘Het was zo koud.’

‘Nee joh, dat was geen probleem. Ik heb haar mijn das geleend. En dan nog, het is uiteindelijk maar acht kilometer lopen.’

Bart




Slim

Slim

Onlangs was ik getuige van een aflevering van de “Slimste mens”. Een quiz waarbij men binnen het cirkeltje van BN-ers op zoek gaat naar een verborgen spoor van intelligentie. 

Nu vind ik de benoeming van “Slimste” altijd een wat beladen onderwerp want je creëert een bepaald verwachtingspatroon. En die vallen in de praktijk altijd tegen.

Nu wil ik niet zeggen dat ik met mijn uit 1972 stammende Mulootje-vier-met-wiskunde diploma slimmer ben dan de gemiddelde “slimste” kandidaat, maar ik kom met algemene basiskennis en interesses wel een heel eind. 

Wij deden namelijk nog examen in een klein dozijn vakken. En dan zowel mondeling als schriftelijk. Overigens viel ik met één mondeling examen in de onvoldoendes. Maar daar kon ik niks aan doen. De twee examinatoren bij mij aan tafel zaten benedendeks voetje te vrijen. Zij, een mooie blonde dame, nam per abuis de verkeerde afslag en begon met mijn toen nog goddelijke benen te foemelen. Tja, dan raak je als puber al snel van de leg…

Terug naar de slimste. Ooit hoorde ik iemand roepen dat slimme kandidaten “op” zijn. “We hebben niemand meer en moeten ze nu noodgedwongen uit een moddervijver vissen”.

Toen ik gisteravond een vraag hoorde over onze Eric van der Burg, de nog immer gepassioneerde demissionaire staatssecretaris van asielzaken, en niemand deze man blijkbaar kende kon ik de modderstelling volledig onderschrijven. Ze horen weliswaar dagelijks ergens een digitale klok luiden, maar van een klepel hebben ze echt nog nooit gehoord. 

Bart


Een foto

Een foto

‘Mag ik kussen?’, vroeg een uitgelaten Agnes mij terwijl ze met een glas champagne in haar hand haar gezicht alvast in stelling bracht. We stonden buiten vanwege de jaarwisseling.

‘Ja hoor, jij wel.’ Ik kreeg er vervolgens drie waarna het de beurt aan Truus was.

‘Goh, mogen we kussen?’, hoorde ik vanuit de verte de stem van Karin Krul, buurtroddelaarster. Ze naderde met rasse schreden met in haar kielzog haar man.

‘De beste wensen hè!’, blèrde ze enthousiast waarna mijn gezicht met twee handen werd vastgepakt en ik werd overladen door een serie natte kussen. 

‘Is er iets gebeurd? Loterij gewonnen of zoiets?’, vroeg ik.
‘Hoezo? Ik ben gewoon vrolijk vanwege het nieuwe jaar. En aangezien ik normaal gesproken geen kans krijg om je te kussen, pak ik hem nu. Heb je er nou een foto van gemaakt?, vroeg ze haar man.
‘Jazeker, kijk maar.’

‘Wacht even Karin. Hoezo een foto?’, wilde ik weten.
‘O, voor op de folder van de buurtvereniging. Ledenwerfactie.’ 
Haar man showde ondertussen de foto.

‘Moet deze foto de buurt door?’, lachte Truus.
‘Ja, leuk toch?’, riep Karin enthousiast. 
‘Ik denk dat je hem beter in de kelder kunt hangen’, vond de meeglurende Agnes.

‘Kelder?’, vroeg Karin.
‘Jazeker, helpt tegen de muizen!’

Bart










De duik

De duik

‘Hoi, mag ik jou iets vragen?’, vroeg ik aan het winkelmeisje. Ze keek me vriendelijk en met een enorme frisheid aan. Ik vermoedde dat ze vanwege het nieuwe jaar een nieuwjaarsduik in zee had genomen. In gedachten zag ik haar in een door Unox gesponsorde bakpakje het ijskoude noordzeewater inspringen. Ook hoorde haar ‘heerlijk’ roepen tegen haar vriendje die met een badjas klaar stond om haar liefdevol op te vangen en warm te wrijven.

‘Jazeker mag dat’, zei ze.
‘Fijn. Verkopen jullie ook echte mandarijntjes?’
‘Ja hoor’, riep ze vrolijk. ‘We hebben ze zelfs in de bonus.’

‘In de bonus? Je bedoelt één netje halen, twee betalen?’
‘Ja, klopt.’
‘Die vinden wij niet zo lekker’, zei ik.
‘O? Dat kan natuurlijk. Mijn moeder vindt ze heerlijk’, vertrouwde ze mij toe. ‘Kwestie van smaak.’ Ze keek nu heel vriendelijk.

‘Ja, maar ik heb altijd het idee dat bij deze aanbieding goede en slechte mandarijntjes worden gemixed.’
‘O? Dat kan ik mij niet voorstellen hoor!’, geitte ze. 

‘Maar er zijn ook andere mandarijntjes.’ Ze pakte een netje.
‘Deze zijn niet doorgefokt?’, vroeg ik.
‘Hahaha, nee hoor. Trouwens u zei het verkeerd. Het is tweede gratis. Niet “één halen twee betalen”. Dat zei u.’

‘Kijk, jij bent wakker!’, riep ik.
‘Kan ook niet anders’, lachte ze. ‘Ik heb gisteren mee gedaan aan de nieuwjaarsduik in de Noordzee.’

Bart

Een fiets

Een fiets

‘Er staat al een paar dagen een fiets tegen de lantarenpaal’, meldde Truus bij thuiskomst. Ze had boodschappen gedaan.

‘Klopt, heeft een lekke band’, wist ik.
‘Van wie is die dan?’
‘Van de eigenaar. Die had een lekke band, had geen zin om te duwen en heeft hem daar neergezet.

‘Hoe weet je dat?’, vroeg ze.
‘Waarom zou hij er anders staan?’ 
Vrouwen….

‘Hij kan ook gestolen zijn’, opperde ze.
‘Lijkt mij niet, Truus.’
‘Hoezo niet? Kan toch?’
‘Dan zou hij daar niet staan.’ Ik slaakte een zucht.

‘De dief kan hem daar toch hebben neergezet?’
‘Onder de lantarenpaal? Zou jij daar in het volle licht een gestolen fiets neerzetten?’
‘Ik niet, ik steel geen fiets.’

‘Nou ja, nu je het erover hebt: Er rijdt net een auto weg.’
‘Bij de fiets?’, vroeg ze.
‘Nee, bij de lantarenpaal.’
‘Maar daar staat toch die fiets?’
‘Nu niet meer.’
‘Hoezo nu niet meer?’
‘Ik denk dat ze hem zojuist met de auto hebben opgehaald.’

Bart


Dieet

Dieet

‘Goh Bart, ik zie iets aan je maar kan het niet thuisbrengen’, klonk de conclusie van mevrouw Boerstoel. Ik liep haar bij de Super tegen het lijf.

‘Dat hoeft ook niet, dat thuis brengen doe ik zelf’, lachte ik.
‘Nee, zonder dollen, ik zie echt iets aan je. Nieuw gebit?’
‘Nee hoor, en ik heb mijn lippen ook niet op laten spuiten.’

‘Ben je soms afgevallen?’, gokte ze
‘Misschien een paar honderd gram, maar dan houdt het wel op hoor!’
‘Ah… kijk, dus ik zag toch wat. Meteen met het nieuwe jaar gestart?’
‘Ach ja, goede voornemens hè!’, lachte ik.

‘Ja, die heb ik ook. Elk jaar weer. Sjaak zei nog: gaan we weer over op rauw?’
‘En lukt het een beetje?’, vroeg ik terwijl ik het antwoord wel wist.

‘Ach weet je, ik ben vijftien Januari jarig. De periode vanaf nieuwjaar is dan te kort.’
‘Ga je de zestiende toch verder?’, zei ik.
‘Ach nee, probeer het volgend jaar weer opnieuw.’
‘Dat kan natuurlijk ook.’

‘Maar jij bent dus op dieet. En met resultaat!’, stelde ze vast.
‘Ach ja, je moet iets’, blaatte ik.
‘En wat voor een dieet volgen jullie dan?’, vroeg ze nieuwsgierig.
‘Wij volgen het tomatendieet. Heel effectief!’
‘Tomatendieet? Wat is dat dan precies?’

‘Het is echt een geweldig dieet. Je mag dan alles eten, behalve tomaat. En laat ik die nou ook nog niet lusten ook!’

Bart

Vlaai

Vlaai

‘Ik hoorde op het nieuws, ja, luister goed Truus, ik hoorde op het nieuws dat de Limburgse vlaaien voortaan alleen Limburgse vlaai mogen heten als ze echt uit Limburg komen.’

‘Ja, en? Dat is toch prima? Zo garanderen ze de kwaliteit.’

‘Gezwam. Kwaliteit heeft niks te maken met het feit of ze in Limburg zijn gebakken of niet.’
‘Maak je druk man’, mompelde Truus.
‘Ja, ik maak me druk want het is echt protectionistisch gezwam.’

‘Ik lees net dat Akwasi is uitgenodigd bij de Koning’, meldde ze vanachter de tablet.

‘Wat denken die Limburgers wel niet!’
‘Akwasi komt niet uit Limburg, toch?’
‘Daar heb ik het niet over. Ik heb het over die vlaaien!’

‘Man, wij eten nooit vlaai. Je lust ze niet eens.’
‘Schat, waarom zouden ze op Vlieland geen vlaai kunnen bakken?’
‘Omdat ze daar geen honger in hebben. Bart, hou nou toch op met dat gezeur. Laat ze toch.’

‘Zou je nog tegen deze beslissing beroep aan kunnen tekenen?’
‘Ik geef hier geen antwoord meer op.’
‘Nou ik wel. De eerste de beste Limburger die het nog waagt om een Haags Hopje in zijn miegel te duwen, doe ik een proces aan.’

Bart


De fiets(2)

De fiets (2)

‘Ik heb afgelopen week enig speurwerk gedaan en weet nu van wie die fiets was’, meldde ik niet zonder trots.
‘Welke fiets?’, vroeg Truus.
‘Die van de week met een lekke band tegen de lantaarnpaal stond en waarvan jij suggereerde dat hij gestolen kon zijn.’
‘O, die fiets’, antwoordde ze ongeïnteresseerd. Ze was aan het ramen zemen.
‘Ja, die. Hij bleek van Ria te zijn. Dat is de dochter van Robert uit de Kerkstraat.’
‘En wie is Robert?’
‘Oude schoolvriend. Ach, die ken je wel. Zijn vader deed in zaad. Van dat grote gezin. Er zit trouwens nog een vlek op het raam.’
‘Heb je ook al de relatie onderzocht tussen dat zaad en het grote gezin?’ Ze zeemde de vlek weg en mikte de zeem in de emmer.
‘Je spettert!’, riep ik toen er water op mijn broek spetterde.
‘Ze had een lekke band en heeft hem tegen de lantaarnpaal geparkeerd. Haar man heeft hem paar dagen later met de auto opgehaald.’
‘Fijn dat het nu is opgelost. Je lag er vast van wakker.’
‘Nou ja, ik vond het wel een dingetje’, bekende ik eerlijk.
‘Dat vond die Ria waarschijnlijk ook’, suggereerde ze.
‘Hoezo?’
‘Anders had hij er nu nog gestaan.’

Bart


Boeiend

Boeiend

‘Morgen Bart’, riep Agnes. Ze liep haar oprit af naar haar auto.

‘Morgen Agnes’, groette ik terug. ‘Leuk weekend gehad?’ Ze hield haar pas in.

‘Ja, heerlijk. Herman was het weekend bij me. Was gezellig.’
‘Leuke dingen gedaan?’, vroeg ik.
‘Ja, we hebben lekker TV gekeken, Herman heeft gekookt, hij is kok, en lekker gekletst. Het is zo’n leuke gozer! Weet je Bart, ik ben helemaal verliefd!’

‘Nou, het is je van harte gegund hoor. Alleen is ook maar alleen, toch?’
‘Ja, zo is het. Ik hoop dat we elkaar kunnen blijven boeien. Net zoals jullie.’ 

‘Morgen Agnes’, hoorde ik Truus achter mij. ‘Wat hoorde ik, boeien wij elkaar?’, vroeg ze quasi verbaasd.
‘Ja toch?, tenminste die indruk wekken jullie wel.’
‘Nou ja, jij boeit mij wel hoor Truusje’, zei ik met enige nuchterheid in mijn stem. Ik lanceerde een luchtkus. 

‘O, toch wel?’, vroeg ze. 
‘Ja, waarom niet, schatje?’
‘Nou ja, die discussie van gisterenavond.’

‘Hahaha’, lachte Agnes. ‘Hebben jullie ook wel eens discussies?’
‘O ja hoor. Ging gisteren zelfs over jou.’
‘Dat meen je niet!’, riep Agnes.
‘Jawel, vanwege de foto van mijn moeder die tegen jouw slaapkamermuur hangt. Die rammelde gisteren uit de lijst. Bart wil hem nu in de kelder hangen. Zo boeiend die man!’

Bart




Een Porsche

Een Porsche

‘Hoi Carla, hoe gaat het?’, vroeg ik onze buurtgenote die als Carla-van-de-Porsche door het leven gaat en die ik bij de Super tegen het lijf liep. ‘Ik zie je de laatste tijd niet veel meer in je bolide rondrijden!’

‘Klopt Bart, hij is een beetje stuk.’
‘Beetje stuk? Een Porsche?’
‘Ja, hij loopt niet fijn. Volgens Hans Vruggink loopt hij op vijf poten.’

‘Op vijf poten?’ 
‘Ja, dat is een technische term. Hij heeft zes cylinders, en één van die zes doet het niet goed. Dus loopt hij nog op vijf. Hans noemt dat vijf poten.’ Ze keek logisch.

‘Ja, dat klinkt vervelend. Kan Hans hem niet maken?’
‘Nee joh, nee hij moet naar de garage. Ik heb al een afspraak gemaakt maar dat duurt nog twee weken.’

‘Goh, en is het een dure grap?’
‘Ligt eraan. Volgens Hans heeft hij een stevige beurt nodig. De auto’, voegde ze er haastig aan toe.

‘Maakt niet uit, Carla. Als je met de auto alleen al bij de garage door de straat rijdt, ben je al een bak geld kwijt’, wist ik.

‘Klopt, en bij mijn garage helemaal. Die draaien je echt een poot uit.’
‘Dat is niet te hopen’, lachte ik.
‘Inderdaad Bart, dat is niet te hopen.’
‘Nee want dan loopt hij nog op vier poten, en wordt de reparatie alleen maar duurder.’

Bart

Melkkoetjes

Melkkoetjes 

‘Ik zag net mevrouw Meijer voorbij wandelen. Heeft ze soms een nieuwe hond?’, vroeg ik vanuit de keuken.

‘Is dat zo’n klein hondje?’, vroeg Truus.
‘Kan ik niet beoordelen. Ik weet niet wat jij onder een kleintje verstaat.’
‘Moet ik jou dat uitleggen?’, lachte ze.

‘Zijn buik hangt een vijftien centimeter boven de klinkers.’
‘O, ja, dan is dat snuffeltje. Die hebben ze pas.’

‘Oké, en wat is de bedoeling?’
‘Bedoeling? Hoe bedoel je?’
‘Nou ja, wat voor een functie gaat Snuffeltje vervullen?’
‘Man, wat zwam je nou weer?’

‘Hoezo zwammen? Er lopen hier in de buurt al een politiehond, een hulphond, een klikohond, dan is er nog een waakhond, een ballenopraaphond, een Sierse Etter, snap je?’
‘Sierse Etter?’
‘Ierse Setter. Ook zo’n fijn portret. En dan nu ook nog een Snuffeltje.’

‘Is toch leuk? Zo heb jij ‘s morgens, als je staat te vegen nog een beetje aanspraak. Anders voel je je zo eenzaam.’

‘Hou toch op Truus, het zijn er veel te veel. Ik zal het er eens met Agnes over hebben. Misschien dat zij intern bij de gemeente wat kan bereiken.’

‘Dat gaat de gemeente nooit doen, Bart’, riep ze zelfverzekerd.
‘Hoezo niet?’
‘Het gaat hier over melkkoetjes.’
‘Nu weer melkkoetjes. Het gaat over honden’, Truus.

Ze begon te lachen. ‘Welkom in het gemeentelijke belastingparadijs.’

Bart


Eieren

Eieren

‘Zijn er nog eieren?’, vroeg ik aan een medewerkster van de Appie.

Ik was kort daarvoor door Truus van de driezits geplukt, vervolgens mijn portemonnee in mijn handen geduwd gekregen, gevolgd door een briefje en met een afsluitende ‘succeswens’ op de fiets gezet. Eieren dus.

‘Hoeveel wilt u er?’, vroeg ze lachend.
‘Eén doos XL, niet van die duiveneitjes.’

‘Liggen er geen doosjes meer op het schapje dan?’, vroeg ze.
‘Geen idee, want ik weet namelijk niet waar ik jullie schapje kan vinden.’
‘In de laatste gang. Dus stukje rechtuit, linksaf en dan meteen rechts. Op ooghoogte. Ze wees met haar arm in de richting van de mogelijke vindplaats.

‘Dat moet lukken’, zei ik.
‘Dat dacht ik ook. Zo moeilijk is het niet, toch?’
‘Nee, eigenlijk niet. Het gaat om kennis. Jij werkt hier dus jij hebt die kennis.’
‘Klopt, en eh.. u werkt hier niet. Dus..’
‘Dus vraag ik het jou. Omdat jij hier werkt’, lachte ik.

Ik volgde de aangewezen route naar het laatste gangpad, en sloeg linksaf…

In het aangewezen pad, pal vóór het schap, ontdekte ik een karretje en een man. Op het schap één doos eieren. 

‘Mag ik er even bij?’, vroeg ik. Ik rekte me uit.
‘Moment’, zei hij en griste het doosje van het schap. 

‘O, maar die was voor mij bestemd!!’, riep ik nijdig.
‘Hoezo?’, vroeg de man. 
‘Ik heb die nét gereserveerd. Laat eens kijken?’ 
Hij gaf mij het doosje.
‘Ja hoor, dat is hem. Dit is het gereserveerde doosje. Sorry.’

‘Heeft u de eieren gevonden?’, hoorde ik de stem van de medewerkster achter mij. Ze was voor de zekerheid achter mij aangelopen.

‘Ja, deze toch? Ik hield het hoog.
‘Klopt, O? Ik zie dat het de laatste was? Dan heeft u geluk gehad. Achter ligt niks meer.’ 
Toen tegen de verbaasd kijkende man: ‘eind van de middag krijgen we nieuwe voorraad.’

Tevreden rekende ik af en fietste opgewekt naar huis.

Bart







Lekke band

Lekke band

‘Ik ben vandaag niet vooruit te branden’, klaagde mijn schoonmoeder terwijl ze met een zware bejaardenzucht bij ons in de driezits plofte.
‘Zal ik het eens proberen?’, stelde ik voor.
‘Eerlijk Bart, ik ben moe.’

‘Wat heb je dan gedaan dat je zo moe bent?’, vroeg ik.
‘Kilometers gelopen’, zuchtte ze.
‘Hoezo? Was er ergens een aanbieding?’
‘Nee, ik had een lekke band met de fiets.’
‘O, een lekke band? En waarom heb je geen hulp gevraagd? Je kunt mij onderweg toch bellen?’
‘Had geen telefoon bij me. Dus bleef er niks anders over dan lopen.’

‘En niemand die je een lift wilde geven?’, vroeg Truus.
Kan ik me wel iets bij voorstellen, bedacht ik mij.
‘Wie wil er nou zo’n oude tang in de auto?’, klaagde ze.
‘Dat bedoel ik, ma’, grapte ik. ‘En staat hij nu bij de fietsenmaker?’
‘Nee, nog niet. Dat lijkt me een klusje voor jou’, zuchtte ze. 

‘Wat bedoel je precies? Moet ík de band plakken of de fiets naar de fietsenmaker brengen?’

‘Wat denk je zelf?’, vroeg ze.

‘Eh… naar de fietsenmaker?’, probeerde ik voorzichtig.
‘Honderd punten Bart, anders zit ik hier morgen weer bekaf te wezen.

Bart





de Ontwerper

De ontwerper

Goede morgen Mevrouw Meijer, alles goed met u?’, vroeg ik toen ze met haar hondje voorbij liep.
‘Morgen meneer Bart, ja hoor het gaat prima. Zo vroeg al aan het vegen?’
‘Ja, Truus riep vanmorgen iets van “pluk de dag” en tja, dan gehoorzaam je als man zijnde.’ Ik gaf haar een knipoog.
‘Dus je bent nu aan het plukken?’
‘Ja, zoiets. Ik heb net wat paardebloemen tussen de keien weggeplukt.’
‘Het ziet er bij jullie altijd top uit. Als je bij ons kijkt, het gras groeit overal tussen de tegels.’
‘Veegt je man nooit?’, vroeg ik.
‘Mijn man? Nee, die is hele dagen druk. Die heeft alleen tijd voor anderen.’ 
‘Goh, werk hij nog? Ik dacht dat hij ook met pensioen was.’
‘Ja, al jaren. Maar hij klust nog wat bij. Voor de lol. Hij was in zijn vorige leven namelijk ontwerper.’
‘O? En wat ontwerpt hij? Huishoudelijk gereedschap?’
‘Nee, bezems voor de gemeentelijke plantsoenendienst.’

Bart

De val

De val

‘Gaat het, mevrouw Hendriksen?’, vroeg toen ik haar op krukken aan zag komen strompelen. Ze hield in bij onze oprit en trok haar pijnlijke been iets op. 

‘Ja hoor, het gaat wel weer een beetje’, zei ze.
‘Een “beetje”? Of gaat het eigenlijk niet?’, vroeg ik.
‘Meneer Bart, ik ben niet van de klaag. Ik ben weer in beweging en dat valt onder de categorie “beetje”’, lachte ze.

‘Fijn, ik hoorde van mevrouw Boerstoel dat u over een houten tafeltje bent gestruikeld?’
‘Ja, het antieke melkkrukje van mijn opa. Die staat altijd naast de bank.’
‘O?, en toch over gestruikeld?’

‘Ja, mijn hulpje had hem aan de kant gezet om te zuigen en vergeten terug te zetten’
‘En toen bent u gestruikeld’, concludeerde ik.
‘Juiste conclusie. Been gebroken.’

‘En hoe lang moet u nog?’
‘Nou, ik ben van plan honderd te worden dus moet ik er nog een kleine twintig.’
‘Ik bedoelde het gips!’
‘O, dat. Nog twee weken en dan mag het eraf.’

‘Goh, Echt vervelend voor u.’
‘Nou voor mij valt het nog mee.’
‘O? Nog meer slachtoffers gevallen?’
‘Ja, het antieke melkkrukje. Dat is overleden.’

Bart



Een plan

Een plan

‘Wil jij straks nog even stofzuigen?’, vroeg Truus terwijl ze met haar jas aan klaarstond voor vertrek naar haar moeder.

‘Kon je dat niet eerder vragen?’, reageerde ik.
‘Hoezo eerder?’
‘Dan hadden we op ons gemak een uitvoeringsplan kunnen opstellen. Daar is nu geen ruimte meer voor.’

‘Een plan? Hoezo plan? Ik vraag je om te zuigen. Niks meer en niks minder. Pfff een plan!’

‘Schat, zuigen is een verantwoordelijke klus. Daar hoort een zekere mate van overleg bij.’
‘Zwam toch niet zo, Bart. Gewoon stofzuiger pakken en zuigen. Wat is daar nou zo moeilijk aan?’

‘Nou ja, bijvoorbeeld de route. Welke route kan ik het beste volgen, waar liggen het begin en eindpunt? Hoever moet de zuigbuis-schuif open en nóg belangrijker: de borstel aan de zuigmond. Op welk moment en waar precies moet ik die in stelling brengen? Jij bent er altijd heel precies mee om beschadiging van het pakket te voorkomen. Dus…’

 Ik keek haar diepvragend aan. Zij mij alsof ik van een andere planeet kwam.

‘Weet je Bart, laat maar. Ik doe het zelf wel.’
‘Oké’, riep ik opgelucht.
‘Maar als je dan wel even wilt afwassen, toilet schoon wil maken en de was uit de wasmachine op wil hangen. Dat kan namelijk wél zonder uitgebreid uitvoeringsplan.’

Bart




Het Appje

Het Appje

‘Ik heb wel zin in macaroni’, antwoordde ik op de klassieke vraag “wat eten we vandaag?”. 
Deze vraag werd gesteld vanuit het zenuwcentrum van onze woning oftewel de keuken. Chef-Kok Truus stond met haar telefoon bij de voorraadkast om de boodschappen in een speciaal daarvoor ontwikkeld appje te timmeren. 
Vroeger schreven we dat op een papieren lijstje, maar dat blijkt na vijfhonderd jaar niet meer te kunnen.

‘Weet je hoe je macaroni moet spellen?’, grapte ik. 
‘Ik hoef maar twee letters in te toetsen. De rest doet Appie vanzelf. Zo handig, bespaart veel tijd’, voegde ze eraan toe.

‘Hoeveel tijd kostte het vroeger?’, vroeg ik. 
‘Wat bedoel je?’
‘Om het met een potloodje op een papier te schrijven?’
‘Zwam niet. Denk even mee. Hebben we nog beschuit nodig? Kijk even in de kelder.’

‘Geeft  Appie dat niet aan in de App?’
‘Wat bedoel je?’
‘Onze voorraad? Ze weten alles, dus waarschijnlijk ook de stand van het beschuit. En natuurlijk het aantal toiletrollen bij een dagelijks gebruik van vier velletjes per persoon.’

‘Bart, het is gewoon een handig Appje.’
‘Dat zal, maar het bemoeit zich veel te veel met onze privacy.’
‘Wat een ouderwetse opvatting, je moet meegaan met de tijd, schat. Dat zeggen de kinderen ook altijd.’

‘We kunnen tegenwoordig niks meer zonder. Er zijn zelfs appjes die uitrekenen hoe vaak je in een jaar seks hebt gehad’, mopperde ik.
‘Daar heb ik geen appje voor nodig’, lachte ze.
‘Hoe bedoel je?’ 
‘Het jaar is net pas begonnen.’

Bart



De tuin

De tuin

‘We moeten binnenkort in de tuin aan de gang’, meldde Truus aan het ontbijt.
Ik schrok en verslikte me spontaan in een stukje beschuit.

‘Wat doe je nou?’, vroeg ze bezorgd.
‘Ik schrok me rot, Truus, wil je me voortaan voorzichtig voorbereiden?’ 
‘Man, stel je niet aan. Je zal toch echt aan de bak moeten want ik doe het niet alleen.’

‘Schat, ik heb er echt geen verstand van. Ik ben van de plantenbakken op een Haags balkonnetje, drie hoog achter.’
‘Je moet jezelf er wat meer in verdiepen. Dan ga je het vanzelf zien en leuk vinden.’
‘Oké Truus, ik zal mijn best doen’, hoorde ik mijzelf beloven.

‘Ik zag trouwens vanmorgen dat de krokussen al uit de grond komen’, ging ze verder.
‘Zo, die waren er dan al vroeg bij’, zei ik in een poging een positieve opmerking te maken. Ik nam een slok koffie, trok er een tuintechnisch gezicht bij en wachtte vol verwachting op een reactie.

‘Toch redelijk normaal om deze tijd hoor’, vond ze. 
‘Hoe laat is het dan?’ 
Ze keek op de klok. ‘Negen uur, hoezo?’
‘Hmm, dat vind ik zelfs voor krokussen toch behoorlijk aan de vroege kant.’

Bart

Martin

Martin

‘Dus hij heet Martin?’, hoorde ik Truus aan de telefoon tot een conclusie komen.

De andere kant plaatste waarschijnlijk nog een afsluitende opmerking want Truus wenste hem/haar nog een fijne dag en drukte de phone uit.
Ik keek haar nieuwsgierig aan.

‘Wat kijk je?’
‘Wat denk je?’
‘Wat ik denk?’
‘Truus, wie had je aan de telefoon?’
‘Annie van der Heuvel.’
‘En wat had die dan?’
‘Niks bijzonders. Koffie?’
‘Wie is dan die Martin?’
‘Geen idee.’
‘Geen idee? Hoezo? Je had het met Annie over Martin. Dat hij zo heet. Moeilijk hè, een gesprek met je man voeren.’
‘Zeur niet. Ik heb geen idee wie hij is of wat hij doet.'

'Waarom noemde je zijn naam dan?' Ik kon hier zo pissig over worden.
'Omdat Annie dat zei.'
'En waarom dan? Waarom zei ze dat?'
'Weet ik toch ook niet?'

Ik slaakte een diepe zucht. Ik kon nu ophouden en accepteren zoals het nu eenmaal zo was, of nog een keer vol in de aanval gaan. Ik besloot tot het laatste.

'Maar waarom noemde ze hem Martin?'
'je blijft wel doorzetten hè?', riep ze geïrriteerd. 
'Ja, logisch toch?', riep ik.
'Hoezo logisch? Ze noemt hem zo omdat hij zo heet. Als hij Jan....'

Ik heb gecapituleerd.

Bart




Slecht geslapen

Slecht geslapen

‘Ik hoorde van Carla dat Hans Vruggink een andere auto heeft gekocht’, meldde ik tijdens ons dagelijks ochtend-koffiemomentje. Truus reageerde niet.

‘Ik zei wat.’ 
Ze keek op. ‘Ik hoorde het. Je kwam luid en duidelijk over.’
‘Waarom reageer je dan niet?’
‘Waarom zou ik moeten reageren?’
‘Omdat ik informatie met je deelde.’
‘Oké, dit heet informatie? Wat moet ik ermee? Naar die sukkel lopen en hem feliciteren met zijn aankoop?’

‘Ik hoor het al. Slecht geslapen’, zuchtte ik.
‘Ik heb prima geslapen.’
‘O, kijk, toch iets positiefs’, lachte ik.
‘Je doet raar, Bart.’
‘Jaja, dus omdat Hans een nieuwe auto heeft gekocht doe ik raar.’

‘Nee, je doet net of de vrachtauto van de postcodeloterij de straat in is komen rijden en we elk moment die kale neet aan de voordeur kunnen verwachten.’

Ik zuchtte maar weer eens. Vervolgens zette ik de radio wat harder.
‘Moet dat zo hard?’, vroeg ze chagrijnig.

‘Ja joh, een lied met een zeer toepasselijke tekst van André Hazes!’

“Zeg maar niets meer” galmde door de kamer.
Lachend stak ze haar tong uit. 

Bart



Gebonk

Gebonk

‘Heb jij vannacht dat gebonk ook gehoord?’, vroeg Truus nadat ze op moeder aarde was teruggekeerd.

‘Nee, Agnes weer bezig geweest?’
‘Agnes?’, vroeg ze slaperig.
‘Ja, misschien nieuw vriendje?’
‘Het was buiten.’
‘Hm, misschien lagen ze op de tegels. Je weet maar nooit!’

‘Het was net alsof er in de tuin iets naar beneden viel.’
‘Hm, tegels liggen muurvast.’
‘Misschien de hangpot aan de pergola?’
‘Die is hufterproof verankerd. Daar heb ik een bout ingeschroefd. Nee Truus, dat bestaat niet!’

‘Met dezelfde soort bout als waarmee je vorig jaar die inmiddels gesneuvelde lamp had vastgezet?’
‘Dat kwam door de kat van de achterburen.’
‘Jaja, de kat van de achterburen. Weet je Bart, de kat van de achterburen is al jaren dood.’

‘Het wordt licht, schat. Misschien even het gordijn aan de kant en naar buiten kijken?’

Ze nam het advies over, jumpte uit bed en keek naar buiten.

‘Niks te zien.’
‘En de hangpot doet het nog?’, vroeg ik.
‘Ja, dus ik snap niet waar dat gebonk vandaan is gekomen’, zuchtte ze.
‘Hm, misschien was het dan toch Agnes.’

Bart



Inschatting

Inschatting

‘Wie is er aan de beurt?’, vroeg de dame achter de tap.
‘Ja, ik’, antwoordde ik. ‘Ik wil graag een witte wijn en een cola.’
‘Welke wijn wilt u?’, vroeg ze met een beroepsmatig automatisme.
‘Doorzichtig’, grapte ik. Het werd niet opgepakt.
‘Chardonnay of Pinot?’ 
‘Geen idee. Ik heb opdracht gekregen. Ik drink zelf niet.’
Ze keek me met de handen in de zij ietwat vermoeid aan.
‘Ik heb echt geen idee!’, herhaalde ik.
‘Zoet of droog?’
‘Eh droog?’
‘Ja, dat is minder zoet.’
‘Dan doe dat maar. Droog.’
‘Chardonnay?’
‘Nee, die andere.’
Ze slaakte een zucht, draaide een dop van een fles, pakte een glas en schonk een afgemeten hoeveelheid vocht.
‘Cola? Welke cola?’, vroeg ze terwijl een glas pakte.
‘Hoezo welke?’
‘We hebben gewone en zero.’
‘Zero?’
‘Ja, dat is zonder calorieën’, zei ze terwijl ze overdreven naar mijn buik keek.
‘Ik probeer uw antwoord in te schatten’, lachte ze.
‘Hoezo?’, vroeg ik naar de bekende weg.
‘Dan maar Zero doen?’
Ze wachtte het antwoord niet af en vulde het glas. 
‘Ik kan goed inschatten hè?’, lachte ze opnieuw.
‘Pinnen of contant?’
‘Contant’, zei ik terwijl ik mijn portemonnee trok, er een briefje van vijf pakte en op de take legde. Ik pakte vervolgens de versnaperingen en wilde weglopen.
‘Hoho, hoe komt u erbij dat het maar vijf euro kost?’, riep ze boos. Ik draaide mij om. ‘U bent blijkbaar niet de enige die slecht kan inschatten.’

Bart





donderdag 30 december 2021

De weg kwijt

 
‘Hé, weet jij waar hier de Hema is?', hoorde ik een stem achter mij. Ik draaide mij instinctief om en keek in het gezicht van een dame van naar schatting vijfenveertig ijskoude winters. 
Het woord "dame" geeft overigens alleen maar aan dat ze van het vrouwelijk geslacht was. Verder viel er weinig "damesachtigs" te bespeuren. Ze had wel wat weg van de vrouw van Winnetou, de bekende indiaan. 

Op haar hoofd ontdekte ik namelijk een samengebonden haarbos waarin een adelaar een flink nest zou kunnen bouwen. Daaronder: Dikke zwarte lijnen boven haar ogen en een gekrakeluurde laag schmink op haar gezicht. Onder haar gekrompen rokje met sierlijke franjes, ik herkende het als vliegengordijn, staken twee vleesbenen die elk eindigden in een paar hoge knielaarzen.

Het zei mij genoeg: Dit prairie-exemplaar kon zo meedoen aan een wedstrijdje line-dance voor gevorderden en zou er ongetwijfeld met de hoofdprijs vandoor gaan.

'Wat vroeg u?', vroeg ik. Ze kauwde een plakkerige kauwgum. 
'Of jij weet waar ik de Hema kan vinden.'
'De Hema, tja...' 
Ze keek me met een verwachtingsvolle ordinaire blik aan.
'De Hema, de Hema, waar zit hier de Hema', mijmerde ik. 

'HENK!! HIJ HIER WEET HET OOK NIET!', gilde ze ongeduldig naar de overkant van de winkelstraat. Ze wees naar "hij hier". 
De Henk stak over. 

'Hoezo weet jij dat niet?', vroeg hij agressief.
'Ik moet er gewoon even over nadenken', zei ik. 'U overviel me.'
'Nou ja, zo moeilijk kan het toch niet zijn?', vond ze.
'Blijkbaar wel', antwoordde ik.
'Hoezo wel?' De kauwgum gleed nu naar de andere kaakkant. 

'U weet het toch ook niet?'

Bart