Totaal aantal pageviews

zaterdag 16 november 2024

Kassaroddel

Kassaroddel

‘Ik denk dat ik het bij Karin Krul voorgoed heb verpest’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje. 

‘Dat heb je jaren geleden al’, grinnikte Truus.
‘Wat heb je nu weer verzonnen?’
‘O, niks bijzonders. Ze zat bij de super achter de kassa en probeerde mij deelgenoot te maken.’

‘Deelgenoot waarvan?’
‘Van een ordinaire burenruzie. Ze heeft heibel met Annie van der Heuvel.’
‘Met Annie? Hoe kan dát nou? Daar kan je onmogelijk ruzie mee krijgen.’
‘Dat zei ik ook.’

‘En waar ging het dan over?’
‘Heb ik niet gevraagd.’
‘O? Dat vraag je dan toch?’
‘Ben ik niet aan toegekomen.’
‘Niet aan toegekomen?’
‘Nee, haar chef kwam er bij staan.’

‘Hoezo heb je het dan voorgoed bij haar verpest?’
‘Omdat ik hem in haar bijzijn verzocht zo snel mogelijk roddelvrije scankassa’s te plaatsen.’

Bart

vrijdag 15 november 2024

De Toornstra’s

De Toornstra’s


‘Ik hoorde van Joop van der Heuvel dat die van Toornstra uit elkaar gaan’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘O? Ik wist niet eens dat ze bij elkaar waren. Sterker nog: ik weet niet eens wie dat zijn?’

‘Ach jawel, dat zijn die lui die laatst onderling ruzie hadden bij de rummikub.’
‘Ik was daar niet bij, Truus, en ik heb niks uit het roddelcircuit gehoord.’

‘Ik heb het je in geuren en kleuren verteld. Dat zij met Vruggink zat te flikflooien en hij met Carla Boerema.’
‘Carla van de Porsche bedoel je?’
‘Ja, die wulpse trut.’
‘Oké, kan ik mij niks van herinneren.’

‘Wanneer was dat precies?’ Ik tikte ondertussen op het scherm van mijn tablet.
‘Wat zit je nou te doen?’
‘Ik pak mijn tablet.’
‘Terwijl ik tegen je praat?’
‘Ja, ik heb de agenda geopend. Even kijken of ik iets over dit akkefietje heb genoteerd.’

‘Hoezo genoteerd?’
‘O kijk, hier staat het. Exact drie weken geleden. “Truus roddelt over de Toornstra’s. Wordt vast over drie weken vervolgd.’

Bart

donderdag 14 november 2024

Een gaatje

Een gaatje

‘Hé Bart, mag ik misschien jouw boor even lenen? Ik moet een gaatje in de muur maken voor een schroef.’ 
Ik stond net buiten te bezemen. 

‘Morgen Agnes. Ga jij een gaatje boren?’
‘Ja, in de slaapkamer. Ik wil een haak aan de muur.’
‘En dat moet geboord worden?’
‘Ja, ik heb geprobeerd de schroef erin te timmeren, maar volgens Pim moet het geboord worden en dan met een plug? Heet dat zo? Een plug?’

‘Ja, klopt. Een plug. Die duw je in het gat en daarna haakje er tegen en de schroef erin.’
‘Goh, klinkt toch niet echt simpel.’
‘Ik snap hem al’, lachte ik. 

Even later stond ik gewapend met gereedschap voor de deur toen ons aller buurtroddelaarster Krul mij ontdekte.

‘Morgen Bart, aan de klus bij Agnes? Is er iets stuk?’
‘Hoezo stuk?’
‘Nou ja, vanwege die boor.’
‘Nee hoor, ik moet een microfoon op haar slaapkamer ophangen.’

‘Een microfoon? Op haar slaapkamer?’
‘Ja, die koppelen we dan aan jouw WiFi.’
‘Mijn wifi?’
‘Ja, dan hoef je dat glas niet meer aan je oor te houden. Kun je de belevenissen voortaan life op je radio volgen.’

Bart

woensdag 13 november 2024

Het peentje

Het peentje

‘Ik heb hier een peentje en die is niet goed’, meldde ik terwijl ik hem ter ondersteuning van mijn betoog hoog hield.
Ik hoorde haar zuchten.

‘Wat is er mis met het peentje?’
‘Dat ga ik je uitleggen. Kijk, een peentje hoort een beetje knapperig te zijn. Dat heeft deze niet. De bite is niet goed. Hij is te zacht.’

‘Te zacht. En zijn broertje?’
‘Je bedoelt deze?’, vroeg ik terwijl ik naar het naastgelegen peentje wees.
‘Ja? Is die wel goed?’
‘Dat is zijn zusje. Niet zijn broertje.’

‘Bart, hou op met dat domme gezwam. Er is niks mis met de peentjes. Het ligt aan jou.’
‘Hoezo aan mij? Hier, neem dan een hapje.’ Ik hield hem haar voor.
‘Hoepel op met dat dingetje. Als je hem niet lust leg je hem op de rand van je bord.’

‘Maar hoe kan dat dan?’
‘Wat bedoel je?’
‘Dat hij te zacht is.’
‘Hij was waarschijnlijk over de datum. Tjonge jonge Bart. Dat ik dat een zeventig jarige nog moet uitleggen.'

Bart

maandag 11 november 2024

Dokterbezoek

Dokterbezoek.


‘En, wat zei de dokter?', vroeg Truus na mijn thuiskomst. 

‘Hij vroeg hoe het met mij ging. Of ik wel voldoende at, voldoende dronk. Hoe mijn stoelgang eruit zag, of jij nog een beetje gezellig was…’


‘En wat zei hij over je klacht?’

‘Die was terecht. Geen discussie.’

‘Hoe bedoel je terecht?’

‘Nou ja, hij was het met mij eens.’

‘Waar mee eens?’

‘Dat ik verkouden ben.’


‘En toen?’

‘Er was geen toen. Gewoon goed snuiten, af en toe een molletje innemen en doorgaan met mijn leven.’

‘Dat was alles?’


 'O nee. Er was ook nog sfeerverlichting, op de achtergrond klonk het prachtige  "Waarheen, Waarvoor" van Mieke Telkamp en er was natte cake bij de koffie. Kortom: ik kan op een leuke manier op mijn bezoekje terugkijken.’


Bart





zondag 10 november 2024

Knallen

Knallen

‘Ik hoorde vannacht vuurwerk’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. ‘En het kwam van daarachter.’ Ze wees met haar arm.

‘Ik heb niks gehoord. Was het soms in je droom?’
‘Nee, ik werd er wakker van. Het leek wel zo’n duizenklapper.’
‘Heb je ze geteld?’
‘Bart, even serieus. Ik schrok enorm.’
‘Kan ik me voorstellen. Goh, ik heb echt niks gehoord!’

‘En toen?’
‘Hoezo “toen”?’
‘Nou ja, meestal zijn het van die groepjes die al schreeuwend over straat gaan.’
‘Nee, het bleef beperkt tot die knallen.’

‘Had mij maar wakker gemaakt.’
‘Waarom? Dan had ik twee problemen.’
‘Hoezo twee?’
‘Vuurwerk en gemopper van jou. Eigenlijk drie want ik kon ook niet meer in slaap komen.’

‘O, maar dan had ik je kunnen helpen?’
‘Ik zie nu iets van een wal en een sloot. Hoezo helpen!’
‘Nou ja, dan hadden we samen de klappers kunnen tellen. Tegen die tijd dat we de achthonderd-knallen-grens hadden gepasseerd, waren we in slaap gevallen.’

‘Wat is dat nou weer voor onzin’, riep ze nijdig.
‘Hoezo onzin? Bij schapen tellen lukt dat ook.’

Bart

zaterdag 9 november 2024

Een hond

Een hond

‘Mogguh’, riep hij in het voorbijgaan. De “hij” was een onbekende, die met een grote hond langsliep. Ik stond nog wat met een struik te overleggen of ik hem zou knippen of niet.

‘Ook goede morgen’, echode ik terug. De hond hield in, draaide een kwartslag en wilde in mijn richting afslaan. De lijn hield hem tegen. 

‘Bijtertje?’, vroeg ik terwijl hij de arm van de man bijna uit zijn kom schoot.
‘Nee hoor, hij is alleen maar nieuwsgierig.’
‘Dat is mijn schoonmoeder ook, maar die trekt niet zo hard aan de riem’, lachte ik.

‘Wat voor een ras is het?’
‘Een Duitser. Ik denk een mix van een staander en een vleugje herder.’
‘Hij ziet er wel uit als een hond’, merkte ik na een vluchtige bestudering op.
‘Ja hè. Ja, het is ook een echte werker. Ik denk dat hij wel geschikt is voor politiehond.’

‘Waaruit blijkt dat dan?’
‘Hij kan heel goed zoeken en apporteren.’
‘Dat is handig.’
‘Dat is het zeker. Maar helaas heb ik er geen papieren bij.’

‘Geen papieren? Het gaat er toch om dat hij zijn werk goed doet?’
‘Jawel, maar zo kan hij nooit bij de politie.’
‘Wat een onzin. Ik heb bij mijn schoonmoeder ook geen papieren, maar die kan zo bij de ME.’

Bart

donderdag 7 november 2024

Het testje

Het testje

Ik verbaas mij er altijd weer over hoe een jury bij een jurering tot een getal achter de komma kan komen. Zo ook gisteren bij het perfecte plaatje. Daar staan ze dan een beetje interessant over een foto gebogen om vast te stellen dat het een zeven komma drie moet worden. Mij bekruipt dan al snel het gevoel dat er achter de schermen met een dobbelsteen wordt gegooid en de uitkomst wordt gebruikt om het gat achter de komma te vullen. 

Mijn Truus vindt dat onzin en roept dat ik altijd wat te zeuren heb. Ik besloot tot een praktijktestje.

‘Broodjes zijn heerlijk, schat’, meldde ik tijdens het ontbijt. Ik had zojuist een hap van het vers gebakken pistoletje genomen.
‘Ja hè, dat vond ik nou ook.’
‘Fijn, zijn we het een keertje eens.’ Ze keek triomfantelijk.

‘Ik zou ze willen jureren op een acht komma zes.’
Ze keek me aan alsof de broodjes spontaan ontploften.’
‘Hoe bedoel je een acht komma zes?’
‘Nou, eigenlijk scoorden ze een negen, maar ik moet wat aftrekpunten toepassen.’

‘Man, wat klets je nou allemaal?’
‘Ja Truusje, de korst van mijn pistoletje was nét niet egaal. Dat zijn twee aftrekpunten en ik proefde een scherp dingetje. Dus nog twee. Kom ik aan acht komma zes. Maar, al met al toch nog een prima score hoor’, stelde ik haar gerust.

‘Sorry Bart, dit vind ik echt ongelooflijk gezwam. Waardeloze jurering.’

Tja, laat ik het zo concluderen: praktijktestje geslaagd.

Bart

woensdag 6 november 2024

Een brief

Een brief

‘Volgens mij heeft Agnes nu twee vriendjes’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.
‘Twee?’, lachte Truus.
‘Ja, die jongen die zich Pim noemt en nu ook een knul die ze achter de balie van burgerzaken heeft geplukt. Ik herken hem.’

‘Herken hem? Waarvan?’
‘Toen ik vorige maand voor mijn paspoort langs moest lag hij daar uit te slapen.’
‘Het zal, Bart. Al heeft ze er drie. Zolang wij er geen last van hebben.’ 

‘Truus, het begint daar echt een zoete inval van gemeenteambtenaren te worden.’
‘Onzin. Misschien heeft ze ‘s avonds werkoverleg. Dat kan toch?’
‘O ja hoor, dat kan. Tegen die tijd zijn ze ook wel een keer wakker.’

‘Misschien moet je de oprit wat minder vaak vegen?’
‘Waar slaat dat nou weer op?’
‘Dan zie minder. Je krijgt teveel prikkels.’
‘Teveel prikkels van Agnes?’
‘Ja, jij begint toch steeds over haar te klagen.’

‘Ik ga een brief schrijven’, besloot ik.
‘Een brief?’
‘Ja, aan de rijdende rechter.’
‘Over Agnes?’, lachte ze.
‘Nee, over jou. Rijdende rechter, ik eis dat mijn vrouw mij voortaan serieus neemt.’

Bart



dinsdag 5 november 2024

De trui

De trui

‘Ik moet eens zien dat ik een andere trui krijg, Truus.’
‘Hoezo? Wat mankeert eraan?’, vroeg ze.
‘Hij truit niet goed meer.’
‘Truit?’
‘Hij wordt niet goed warm meer.’

‘Schat, een trui wordt niet warm, een trui isoleert.’
‘Dan is de isolatie stuk. Komt misschien wel omdat je dat goedkope wasmiddel gebruikt.’
‘Omdat jij dat beter voor de huishoudpot vindt’, ketste ze terug.

Soms zou je toch spontaan wensen dat het laatste woord wordt afschaft. 

‘Hoe dan ook, ik ga voor een nieuwe trui.’
‘Al eens boven in de kast gekeken? Daar liggen stapels truien. Sommigen nog met het prijskaartje eraan.’
‘Onzin Truus. Die zijn allemaal te klein. Gekrompen door goedkoop wasmiddel.’ 

‘Man, zwam niet. Je bent te dik geworden.’
‘Komt doordat ik verkeerd eten krijg’, concludeerde ik.
‘Wacht even, nu krijg ik de schuld?’, riep ze nijdig.
‘Ja, je kookt veel te lekker.’

Bart

maandag 4 november 2024

Bloed prikken

Bloed prikken

'Graag uw linkerarm vrij maken’, gaf ze mij als opdracht. Ik zat bij de afdeling bloedzuigerij van de huisartsenpost.

‘Vrijmaken?’, vroeg ik zuinigjes. Ik heb het niet op dit soort gedoe.
‘Ja, even mouw opstropen’, klonk het door ervaring doorspekte advies. Ze lachte vriendelijk.

‘Dat gaat niet’, blaatte ik. ‘Mouw is te nauw.’
‘Dan moet de trui even uit.’ 
‘Maar dan zit ik in mijn hemd.’
‘U kunt beter in uw hemd zitten dan in uw hemd staan’, humorde ze door. Ik trok zuchtend mijn trui uit.

‘Zo, dan nu even een vuist maken, dan ga ik op zoek naar een vrijwilliger.’
‘Kunt u het niet alleen af?’ Ik kreeg het bij het idee al benauwd. Twee medewerkers voor een buisje bloed.

‘Ik bedoel een bloedvat.’
‘O, een vrijwillig bloedvat. Ik weet niet of ze allemaal vrijwillig in de rij liggen voor een naaldbezoek.’
‘Nee, dat weet ik wel zeker.’ 

Ze klopte nu op mijn arm.
‘Ze slapen nog’, grapte ze. 'Maar ik prik ze wel even wakker.'
'Nou nee, laat maar. Ik kom morgenvroeg wel terug. Tegen die tijd  zijn ze wel uitgeslapen.'

Bart

zondag 3 november 2024

Een trol

Een trol

‘Die trol van de tennisclub kwam net ook weer voorbij’, bracht ik tijdens ons tien uur koffiemomentje als onderwerp in.

‘Trol? Je bedoelt waar ze afgelopen week Halloween vierden? Was ze geschminkt als Trol?’ 
‘Nee, als spook. Dit gezicht werd na het afschminken zichtbaar.’

‘En nu kwam ze op weg naar de tennisbaan, voorbij fietsen?’
‘Ja, de arrogante trut.’
‘Hoezo arrogant? Ze is best aardig.’
‘Truus, ik stond te vegen en blijkbaar had ze daar last van.’

‘Last van de stofwolken?’
‘Nee, ze vond dat ik onzinnig bezig was.’
‘Hoezo onzinnig?’
‘Ik kon beter op de tennisbaan aan het werk gaan.’
‘Om te vegen?’
‘Nee, om ballen te rapen.’ 

Bart

zaterdag 2 november 2024

Ome Jan

Oké Jan

‘Ome Jan was mijn grote voorbeeld’, zuchtte ik terwijl ik door het op zolder gevonden familiealbum bladerde.

‘Die heb ik nooit gekend’, reageerde Truus.
‘Klopt, jij was toen nog niet in beeld. Sterker nog, jij lag nog ergens op de ontwerptafel.’
‘Ik ben niet ontworpen’, lachte ze. Ik ben van de toeval.’

‘Ome Jan was een broer van mijn vader.’
‘O? Ik dacht dat hij alleen een zus had?’
‘Welnee, mijn vader had geen zus. Hoe kom je daar nou bij?’

‘Sorry schat, jouw familie is zo’n ondoorgrondelijke wirwar van ooms, tantes, neven en nichten, daar prik ik niet doorheen.’
‘Dat moet ook niet. Zolang je mij maar in beeld hebt, mag je de rest vergeten.’

‘Behalve dan die Ome Jan van jou.’
‘Ja, die naam moet je onthouden. Was voor mij een voorbeeld van hoe je nuttig kan zijn.’
‘Nuttig?’
‘Ja Truus, elke dag als ik onze oprit veeg, draag ik hem in mijn gedachten bij mij.’

‘Jonge jonge, wat overdrijven we weer. Alsof het een halve God was.’
‘Geen halve God, hij was straatverger bij de gemeente Den Haag.’

Bart

Telefoongesprek

Telefoongesprek

Ik moest onlangs een telefoongesprekje voeren met een nutsbedrijf. Tenminste, ze vinden zichzelf enorm nuttig, ik vind dat minder. 

Om zo’n gesprek te kunnen voeren moet je eerst de nodige voorbereidingen treffen. Zo moet je, behalve de betreffende papieren, een volle kop koffie en een heleboel geduld voor je hebben liggen.

Het begon met de stem van een dame die me op voorhand al meldde dat het gesprek voor opleidingsdoeleinden opgenomen kon worden. Tja, ik heb geen opleiding nodig maar dat kun je haar niet uitleggen. Snapt ze niet.

Vervolgens moet je aan een digitale muts uitleggen wat je komt doen om uiteindelijk in een concertzaal geplaatst te worden waar je de meest afgrijselijke deun die je kunt verzinnen verplicht aan moet horen. 

Af en toe word het gekrijs onderbroken door een stem die meldt dat je nog een ogenblik geduld moet opbrengen omdat alle medewerkers nog in gesprek zijn. 

En daar begint bij mij de twijfel. Ik heb namelijk sterk de indruk dat ze niet in gesprek zijn maar met zijn allen in het orkest zitten met maar één doel: zo vals mogelijk spelen zodat dat je uit pure ellende ophangt.

Bart





donderdag 31 oktober 2024

De jacuzzi

De jacuzzi 

‘Morgen Bart. Alles goed?’, vroeg buuf Agnes. Ze kwam in volle vaart de voordeur uitgestuitert. Ik lag net op mijn knieën om het leven te redden van een afrikaantje.

‘Morgen Ag, ja ik had nul fout.’
‘Haha, wat flauw!’, riep ze lachend. ‘Wat ben je aan het doen?’
‘Ik reanimeer dit afrikaantje. Het is net als bij hem thuis op het continent: structurele uitdroging. Ik geef hem nu extra water.’

‘Goed bezig. Trouwens over water gesproken: ik krijg vanmiddag een jacuzzi.’
‘Een jacuzzi? Wat moet je met een jacuzzi?’
‘Wat dacht je?’
‘Je hebt toch al een bad?’
‘Jawel, maar de jacuzzi staat dan buiten. Kan ik ‘s avonds na een dag hard werken lekker relaxen.’

‘Nou lekker dan’, zei ik terwijl ik naar het afsterfproces van mijn afrikaantje keek en me zorgen maakte over het kabaal wat zo’n jacuzzi maakt.

‘Pim komt vanavond en dan gaan we er lekker samen in. We zullen stil zijn hoor!’
‘Nou ja, zolang jullie baantjes trekken vind ik het prima. Maar als je gaat spelen heb ik liever dat je naar binnen gaat.’

Bart


woensdag 30 oktober 2024

Kliko

Kliko

‘Ze hebben de kliko niet geleegd’, meldde ik na binnenkomst. ‘Heb jij er iets van gehoord?’
‘Ik? Wat moet ik hebben gehoord?’, vroeg ze.
‘Dat het onweerde. Waar heb ik het nou over?’

‘Je riep iets over de kliko, toch?’
‘Ja, ze hebben hem niet geleegd.’
‘O? Waarom niet?’
‘Dat vroeg ik net aan jou.’

‘Hoe moet ik dat weten?’
‘Misschien had je iets gehoord?’
‘Wat moet ik hebben gehoord dan?’
‘Dat er iets aan de hand was?’
‘Zoals?’
‘Vrachtauto stuk.. Chauffeur ziek.. Straat afgesloten…’

‘Ik denk dat je nog één mogelijke oorzaak bent vergeten.’
‘Wat ben ik vergeten dan?’
‘De “eigen-schuld” optie?’
‘Eigen schuld?’
‘Ja, het ding te laat aan de weg zetten.’

Bart

dinsdag 29 oktober 2024

De bladblazer

De bladblazer

‘Ik ben klaar met die gozer van hierachter’, meldde ik tijdens ons tien uur koffiemomentje.

‘Wat is er met “die gozer van hierachter”?’, vroeg de andere kant van de tafel.
‘Die deugt voor geen meter.’
‘Wat mankeert er aan zijn “deugt”?’
‘Het is een asociale blaaskaak.’

‘Bart, leg eerst even uit. Een blaaskaak?’
‘Ja, hij blaast het blad uit zijn tuin over onze schutting.’
‘Met zijn kaak?’
‘Nee, met een bladblazer.’

‘En wat ga je eraan doen?’
‘Ik ga het terugblazen’
‘Je hebt helemaal geen bladblazer.’
‘Vanaf vanmiddag wel.’

‘Ga je er één kopen?’
‘Nee, ik bel straks bij hem aan en vraag of ik zijn blazer een uurtje mag lenen.’

Bart

maandag 28 oktober 2024

IJskoud

IJskoud

Ik moest van Truus een brood halen en was in de winkel getuige van een geanimeerd gesprekje tussen een klant en de verkoopster…

‘Nee, een witte kerst zit er zeker niet in’, hoorde ik haar met overtuiging vertellen.  Het woord “zeker” rolde daarbij met nadruk uit haar mond.

‘Jammer, ik verlang er echt naar’, antwoordde het meisje van het brood. 
‘Ja, vroeger waren de winters héél anders. Wekenlang vorst en sneeuw. We hadden thuis de ijspegels aan de dekens hangen.’
‘Ohhh, heerlijk’, bepte het wicht.

In gedachten zag ik de vrouw in bed liggen. Borstrok opgetrokken tot onder de kin, dikke dubbel gestikte onderbroek en gebreide geitenharen sokken. Ze brak een ijspegel van haar deken en likte hem op.

‘Wanneer was dat dan?’, vroeg het meisje.
‘O, ik denk jaren vijftig. toen had je nog van die winters.’

Het meisje keek haar met glanzende ogen aan.
‘Mijn vriendje wil volgende winter met mij naar de Noordpool. Naar Lapland. En ik denk dat hij mij dan ten huwelijk vraagt.’

‘Oh, wat romantisch! In de sneeuw en dan samen in een slee, eland ervoor, rood dekentje over de benen…’
‘Ja, zoiets. Kan haast niet wachten’, giechelde ze.

‘Mijn Simon heeft mij indertijd ook in de sneeuw ten huwelijk gevraagd. Ook heel romantisch. Helaas is het niks geworden. Zijn na vijfentwintig jaar huwelijk gescheiden.’

‘Nou, ik hoop niet dat het ons gaat overkomen. Lijkt me vreselijk’, antwoordde ze.

In gedachten kwam wederom het bedtafereeltje voorbij. Nu met Simon naast haar in de ijskoude slaapkamer. Ze likten samen aan de ijspegel. 

Bart

zondag 27 oktober 2024

Grasprobleem

Grasprobleem

‘Er zit een kale plek in je gras’, waarschuwde Truus mij toen ze vanachter het raam de tuin aanschouwde.
‘Jé gras? Ons gras!’, verbeterde ik haar.
‘Nee schat, grasonderhoud is een typisch mannelijke aangelegenheid. Zowel in goede als in slechte tijden.’

‘Goede en slechte tijden?’
‘Ja, als we in de zomer worden geroemd om ons mooie veldje, dan sta jij altijd vooraan om uit te leggen wat jíj́ allemaal doet om het zo mooi te krijgen.’
‘Omdat jij er geen poot naar uitsteekt, Truus. Ik zaai, ik maai, ik verticudinges, strooi mest…’
‘Ja, daar ben je zeker een uurtje per week mee bezig’, hoorde ik haar schamperen.

‘Uurtje? Je hebt geen idee.’
‘Bart, het grasveldje is vijf bij vijf. Vijfentwintig vierkante meter. Dan is een uurtje werk ruim bemeten.’
‘O, maar het kan best sneller hoor’, reageerde ik ietwat gepikeerd.’
‘O, nu kan het ineens wel?’
‘Ja, vraag ik met kerst toch maar die robotmaaier.’

Bart


zaterdag 26 oktober 2024

Zuurpruimen

Zuurpruimen 

‘Heb je die twee zuurpruimen daar zien zitten?’, vroeg ik Truus. We zaten op een terrasje te genieten van het mooie herfstweer. Zij aan een groene ijsthee, ik een colaatje zero.

‘Je bedoelt die twee dames daar links?’
‘Ja, die. Zegt de ene zuurpruim tegen de ander: wat kijk je toch vrolijk?’, lachte ik. ‘Zegt de andere zuurpruim: je steekt me aan’, reageerde Truus. Ik denk trouwens dat het twee zussen zijn.’

‘Zitten ze aan de azijn?’, vroeg ik.
‘Lijkt er wel op. Het zit in een wijnglas’, stelde Truus vast.
‘Gezellig als je zoiets in huis rond hebt lopen.’
‘Geeft ook voordelen, Bart: heb je nooit last van ongedierte.’

‘O kijk, ze krijgen bezoek. Zijn vast de echtgenoten.’
‘Zouden ze getrouwd zijn?’, vroeg ik.
‘Heeft er alle schijn van, schat. Kijk, die linker pruim wordt gekust. En nu ook die andere.’
‘En, worden ze er wat vrolijker van?’, vroeg ik.

‘Ja hoor,  ze veranderen nu in geel-groene gifkikkers.’

Bart




vrijdag 25 oktober 2024

Vermoeid

Vermoeid

‘Wat kijk jij lelijk', riep mijn schoonmoeder nadat ik binnenkwam met twee zware tassen boodschappen.
'Ik ben lelijk.'
'Heb ík nooit gezegd', reageerde ze als door een wesp gestoken.
‘Dat zou mij ook niets uitmaken.’
‘Niet?’
‘Nee. Ik ben zoals ik ben. Lelijk dus.’

‘Wat kom je eigenlijk doen?’
‘Ik moest van Truus je boodschappen achter de deur schuiven. Heeft ze voor je gedaan.’
‘Mooi, zet ze maar op het aanrecht. Ik ruim het zelf wel op.’

‘En waar hangt Truus uit?’
‘Truus moet schoonmaken.’
‘Schoonmaken? Moet zij dat doen? Mankeert er soms iets aan jouw handjes?’
‘Ja, inderdaad. Er mankeert iets aan mijn handjes.’
‘En wat mankeert er dan aan?’
‘Ze zijn enorm vermoeid.’

‘Wat is dát nou weer voor een opmerking?!’
‘Ma, het is erg jammer dat je zelf geen schoonmoeder meer hebt’, zei ik.
‘Hoezo?’

‘Dan had je zelf kunnen ervaren hoe vermoeiend dat is.’

Bart

donderdag 24 oktober 2024

Herfst

Herfst

‘Maar weer aan het vegen, Bart?’, vroeg een passerende buurtgenote.
‘Jazeker Betsie. Het is herfst dus ik kan mijn hart weer ophalen.’

Betsie woont een eindje verderop in de straat. Ik vind het altijd een schatje. Gewoon een lieve vrouw die je graag als schoonmoeder zou hebben. Maar ja, schoonmoeders worden nu eenmaal niet gekozen. Die krijg je er ongezien bij. Net als surprises die je rond vijf december in je mik geschoven krijgt. Kan meevallen maar soms ook trauma’s veroorzaken. Zoiets.

‘Jij kunt altijd zo netjes vegen. Ik zeg wel eens tegen mijn Ron: je kunt een puntje aan die tuin van Bart zuigen.’ 
Ze lachte kuiltjes in haar wangen.

‘Ja Bets, de tuin is mijn lust en mijn leven’, overdreef ik.
‘Dat kun je goed zien Bart. Wat doe jij altijd met die vlinderstruik?’
‘Vlinderstruik?’, vroeg ik. Eh.. vlinderstruik? Ik had geen idee welke dat zou moeten zijn.
‘Snoei je die helemaal af?’
‘Nou nee, dat lijkt mij niet.’

‘Goh, ik dacht echt dat hij gesnoeid moest worden.’
‘Dan hebben de vlinders er niks meer aan Bets.’
‘Er zijn toch geen vlinders in de winter?’

Had ik weer: gezwam over vlinders.
‘Jawel, de wintervlinder ook wel de kerstvlinder genaamd. In het latijn heet hij de Vlinderia Christianus. Heel bijzonder.’

‘O, kijk. Dat is inderdaad bijzonder. Ik vind die bijbehorende Latijnse benaming altijd zo mooi. Ik heb ooit Latijn gestudeerd, vandaar.’
‘O, kijk. Ja, die Latijnen hadden overal namen voor.’

‘Klopt. Ik denk zelfs ook voor jou.’
‘Voor mij? Eh.. Bartolomeüs of zoiets?’
‘Nee, een kletskousius enormus.’

Bart


woensdag 23 oktober 2024

Anita

Anita

‘Volgens mij heeft Anita een hondje. Ik zag haar net voorbij lopen’, meldde Truus vanuit de keuken. 

Daar moest ik even over nadenken. Niet vanwege de melding over de hond, maar de naam Anita. Ergens heel ver zei het mij iets, maar om nu weer te roepen dat ik geen idee had wie het precies betrof koos ik voor de enige juiste strategie: opstaan, naar de keuken rennen en kijken of ik nog iets kon ontdekken.

‘Waar dan?’, vroeg ik.
‘Ja, je bent nu te laat. Ze blijft niet wachten. Het is een tekkeltje. Lijkt me zooooo leuk!’
‘Wat is er leuk?’, vroeg ik bezorgd terwijl ik nogmaals over het aanrecht gebogen een glimp probeerde op te vangen.
‘Zo’n tekkel. Zo heerlijk eigenwijs en gezellig. Ik heb er al vaker over nagedacht. Lijkt mij echt wat.’

‘Wacht even, je bedoelt een hond?’
‘Ja, daar heb ik het toch over?’
‘Nou, half. Je had het ook over Anita.’
‘Ja, die heeft die hond.’
‘Truus, ik moet geen hond. Klaar. Zo’n ding geeft alleen maar overlast.’

‘Hoor jij die hond van Anita wel eens blaffen?’
‘Nee, maar dat komt omdat onze huizen goed geïsoleerd zijn.’
‘Onzin, Als Agnes een vriendje op bezoek heeft rammelt het fotolijstje van Mama van de slaapkamermuur. Anita woont daarnaast…’

Kijk, bingo. Wat ben ik toch slim. Deze Anita betrof dus Anita Meijer. Natuurlijk niet dé Anita Meijer van de zang, gelukkig niet. Maar die heeft ook geen hond. 

Bart

dinsdag 22 oktober 2024

Ene Pim

Ene Pim

‘Ik zag vanochtend Pim weer voorbij rennen’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ik slaakte een lichte zucht. Ik ken namelijk geen Pim. Ja, ik ken er wel één, een oude dienstmakker, maar die rent niet meer. Die draait zich alleen af en toe nog om in zijn graf.’

‘Pim?’, vroeg ik.
‘Ja, de man van Roosje Jansen van de slager.’
‘Ik heb geen idee maar vertel verder.’
‘Hoezo verder?’ 
‘Nou ja, hij rende van de linkerkant van het raam naar de rechterkant. En toen?’

‘Wat toen? Wat zit je nou te drammen?’
‘Ik dram niet. Jij begint over ene Pim die rent. Zeer waardevolle informatie. En ik vis gewoon naar het vervolg.’

‘Er is helemaal geen vervolg.’
‘Dus hij is gestopt?’
‘Man, krijg het heen en weer. Ik zal je nog eens wat vertellen.’ Ze werd nijdig.
‘Graag, als het net zo zinvol is?’

‘Bart, soms denk ik wel eens bij mijzelf: wat moet ik met zo’n vent.’
‘Gezellig kletsen’, antwoordde ik lachend.
‘Wat je gezellig noemt. Je kletst maar door. Ik word er soms doodmoe van.’
‘Pim waarschijnlijk ook.’

‘Hou op over Pim’, riep ze. ‘En bovendien klopte jouw reactie helemaal niet!’
‘Hoe bedoel je? “Je reactie”?’
‘Hij rende niet van links naar rechts maar van rechts naar links.’

Bart


maandag 21 oktober 2024

Margarine

Margarine

Ik moest even snel voor een kuipje margarine naar de Super. Snelheid was geboden omdat Truus aan de gedekte ontbijttafel met haar mes in de aanslag klaar zat en er toen achter kwam dat het kuipje leeg was. Ik kreeg overigens de schuld omdat ik het vergeten was te kopen.

Dat kwam omdat ik afgelopen zaterdag drie boodschappen tegelijk moest scoren en dat bleek er één teveel. De margarine was dus afgevallen. 

Om te voorkomen dat de margarine opnieuw slachtoffer zou worden, koos ik vanwege de haast voor slechts één enkele boodschap. 
Nu was dit allemaal niet zo’n ramp, ware het niet dat onze Karin Krul achter de kassa zat. Dat wist ik, maar ruzie met Truus was ook zo’n dingetje.

‘Is dit alles, Bart?’, vroeg ze verbaasd toen ik hijgend bij de kassa stond en het kuipje op de band kwakte.
‘Nee, maar dat komt nog wel’, verklaarde ik.
‘Snap ik niet. Wanneer komt dat dan?’
‘Eind van de week.’

‘Eind van de week?’
‘Ja, dat zeg ik toch? Hoeveel is het?’ Ik stond met mijn pinpas in de hand.
‘Maar je andere boodschappen dan? Heb je geen karretje?’
‘Joh, ik zeg toch eind van de week? Ik heb hem achterin de zaak gevuld klaargezet. Bij de flessenautomaat.’

Ze keek me hoofdschuddend aan..
‘Je bent niet wijs Bart’, klonk haar conclusie.
‘Dat moet jou een fijn gevoel bezorgen’, schamperde ik.
‘Wat bedoel je?’
‘Hm, dan ben jij hier in ieder geval niet meer de enige.’

Bart




zondag 20 oktober 2024

Een project

Een project

‘Je moet vanavond de auto in de zijstraat parkeren’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ze hield een papieren brief in haar hand.

‘Van wie moet dat?’, vroeg ik. Ik ben niet zo van het moeten. 
‘Gemeente. Wie anders?’
‘En waarom?’
‘Eh… ze gaan strepen trekken. Lijnen, op de keien’, verduidelijkte ze toen ze mij wat verwonderd zag kijken.

‘Wat voor lijnen dan?’
‘Een lijn om een fietspad te creëren. Een halve meter van de erfgrens.’
‘Waarom een fietspad? Er komt hier amper een auto voorbij.’ Typisch gemeente. Ik zei het.
‘Typisch de gemeente. Onzinnige projecten.’

‘Het is een onderdeel van het fietsproject “Veilig fietsen”.’
‘Dus je trekt een streepje en dan is het veilig?’
‘Niet voor jou natuurlijk. Maar er staat een telefoonnummer bij.’

‘Hoezo niet voor mij?’
‘Ik zou toch even bellen of ze voor jou nog budget hebben voor rubberen keien.’ 

Bart

vrijdag 18 oktober 2024

De televizier-ring

De televizier-ring

‘Zo, het is weer klaar’, merkte ik met een diepe zucht op. 
‘Wat zucht je?’, vroeg Truus. Ze zat met een breiwerkje op schoot. 
‘Dat gedoe over die televisieringen. Waar zaten we nou net naar te kijken?’ 
Soms kan ik vrouwen in het algemeen en Truus in het bijzonder niet volgen.

‘Ja joh, ik ben bezig.’
‘We hebben toch al waslappen genoeg? Kun je toch wel even opletten?’
‘Bart, de manier waarop jij over dat programma begint, zegt mij al genoeg.’

‘Is dat zo?’
‘Ja, dat is zo.’
‘Oké, dan hoef ik niks meer te zeggen, toch?’
‘Nee, dat hoeft niet.’
‘Maar mag wel?’

‘Wat wil je nog toevoegen aan het verhaal dat je je hebt lopen ergeren aan al die B artiesten, dat ze hun outfit morgen weer terugsturen, dat het doorgestoken kaart is, steekpenningen zijn betaald, dat het merendeel uit jambekken bestaat die over het paard zijn gesmeten… wat vergeet ik?’ Ze keek me vragend aan.

‘Dat André van Duyn, de enige normale van het zootje, de oeuvre-prijs dik heeft verdiend.’

Bart


donderdag 17 oktober 2024

De bestelling

De bestelling 

‘Ik zag hem nét voorbij fietsen’, antwoordde Truus op mijn vraag of de postbode al was geweest.
‘Voorbij fietsen? Wat is dat voor een gedrag? Hij moet hier stoppen. Ik verwacht een pakket.’

Ik kon hier zo van balen, bestel je iets op internet en dan komt het niet.

‘Dan is het nog onderweg’, klonk de simpele verklaring uit de keuken.
‘Ja, in zijn fietstas.’
‘Bart, dat is onzin. Als hij het bij zich heeft, bezorgt hij het ook.’

‘Truus, de post is niet meer wat het geweest is. Vroeger vochten ze zich een weg door weer en wind om jouw pakketje op tijd te bezorgen. ‘
‘Dat doen ze nu ook nog, Jantje ongeduld.’
‘Jajaja, geef mij maar weer de schuld. Ik baal echt.’

‘Ik denk dat ik ga bellen met het postkantoor.’
‘Er is geen kantoor meer, Bart. Alles komt uit de fabriek.’ 
‘Truus, ik wil een klacht indienen.’
‘Kan alleen via internet’, wist ze.

‘Maar over wat voor een pakketje gaat het eigenlijk? Je bestelt zoveel.’
‘Schat, ik bestel helemaal niet veel.’
‘Man, je bestelt zoveel bij die Chinese shop dat je binnenkort van Li Ping een taalcursus krijgt aangeboden. Maar waar gaat het nu over? Waar zit je zo met smart op te wachten?’

‘Op dat Chinese schoenenkastje wat ik voor jou moest bestellen.’

Bart

woensdag 16 oktober 2024

Namen

Namen

‘Mevrouw van Oostrom heeft een pup’, vertelde Truus tijdens ons tien uur koffiemomentje. Ik kende haar niet dus..

‘Wie is Oostrom? Truus je strooit de laatste tijd met namen alsof je uit het telefoonboek voorleest.’
‘Oostrom woont in het tweede blok. Al jaren.’

‘En wat voor een pupmerk heeft ze gekocht?’
‘Een tekkeltje. Zo lief!’
‘Ik was als pup ook lief. Maar naarmate je…’
‘Stop maar. Ik ken de hele geschiedenis al. Het gaat hier over een pup. Hij heet Duvel.’

‘Duvel? Is dat een naam voor een hond?’
‘Ja, volgens de fokker moest zijn naam met de letter “D” beginnen.’
‘En waarom met een “D”?’
‘Omdat Duvel uit een vierde nestje is geboren.’
‘Klinkt dát even logisch’, vond ik.
‘Ja, dat is logisch en gebeurt vaker.’
‘Nooit van gehoord.’

‘Wat een kolder, Truus. Ze kunnen hem toch ook gewoon Nero of Tarzan noemen? Gaat die fokker toch niks aan?’

‘Lieve schat, deze regel is toch ook op jou toegepast?’
‘Wacht even. Op mij?’

‘Ja, jij stamt uit het tweede nestje en jouw naam begint met een “B”. Als je ouders hun eigen regels hadden gemaakt dan had je vast Kletskous geheten.’

Bart

dinsdag 15 oktober 2024

Gezwam

Gezwam

‘Wat een heerlijk weertje hé?’, constateerde een buurtgenoot terwijl hij bij onze oprit stopte en met zijn armen naar de zon wees.

Mogguh John, ja het is inderdaad lekker weer. Ik zei nog tegen Truus, ga lekker buiten vegen, maar dat wilde ze niet.’

‘Dat is ook geen werk voor vrouwen, Bart. Dat horen wij mannen te doen.’
‘Laat ze het maar niet horen, ze is fanatiek aanhanger van de WDMKKDVO.’
‘Van de wat?’, vroeg hij.
‘De WDMKKDVO. Ken je die club niet?’ 
‘Je zwamt zoals gebruikelijk weer uit je nek.’
‘O, dankjewel. Fijne dag nog.’

‘Zo bedoelde ik het niet hoor. Vroeg me alleen af wat dat betekent. Hoe zei je dat ook alweer?’
‘De WDMKKDVO. “Wat De Man Kan Kan De Vrouw Ook”.’ 
‘Ah, op die fiets.’
‘Fiets?’
‘Ja, nu snap ik het. Emancipatie van de koude grond.’

‘Ach ja, vroeger was ze lid van de WDVKKDMO. Maar daar is ze op teruggekomen.’
‘Wat de vrouw kan kan de man ook?’, raadde hij. Maar daar is ze mee gestopt?’
‘Ja, volgens de reglementen moest ik dan koken. Was geen succes.’

Bart

maandag 14 oktober 2024

De droom

De droom

‘Je lag te dromen’, fluisterde Truus in mijn oor nadat ze mij had wakker geschud.
‘Ja, klopt’, bevestigde ik nadat ik mijn tong uit het nachthok had getrokken en onder controle had gebracht.

‘Je ging nogal tekeer.’
‘Ja, dat moest ook wel!’
‘Werd je achtervolgt?’
‘Nee want ik droom niet meer over je moeder.’

‘Wat was er dan?’
‘Inbrekers in de garage.’
‘In de garage?’
‘Ja. Ze waren van plan om onze fietsen te jatten.’
‘Kijk, gelukkig heb ik dan een stoere vent naast mij liggen.’ Ze kneep in mijn bovenarm.

‘Stelletje schooiers’, mompelde ik.
‘Kon je ze tegenhouden?’
‘Ik flikkerde van de trap.’
‘Vandaar dat je schreeuwde’, grinnikte ze.’
‘Wat dacht jij dan. Weet je hoe zeer dat doet?’

‘Gelukkig was het maar een droom, ga maar weer lekker slapen.’ Ze streek door mijn haar.
‘Slapen? Om de dooie dood niet. Ik ga naar de garage. Ik denk echt dat ze zijn gejat.’

‘Bart, het was toch een droom?’
‘Ik baal als een stekker’, gaapte ik.
‘Balen?’
‘Ja, als je mij gewoon had laten slapen had ik ze kunnen pakken. Nu ben ik vast te laat.’

Bart


Doof

Doof

‘Bart, misschien moet je binnenkort je oren weer eens laten testen.’
We zaten net aan het ontbijt en dan moet je bij mij niet met zulke boodschappen aankomen. 

‘Mijn oren testen? Of ze nog goed vastzitten?’, vroeg ik op onnozele toon. ‘Ik ben niet doof!’
‘Dan verdenk ik je ervan dat je mij met opzet niet hoort oftewel selectief doof bent.’
‘Hoe kom je daarbij?’
‘Dan ben je dus doof’, concludeerde ze. 

‘Wat bedoel je nou?’, vroeg ik geïrriteerd.
‘Dat is toch duidelijk?’, riep de overkant.
‘Truus, het ene moment vind je dat ik mijn oren moet testen op doofheid om vervolgens op voorhand al te tetteren dat het de Oostindische variant betreft.’

‘Ja, jij vindt dat je niet doof bent dus stel ik vast dat je selectief bent in het bedienen van je gehoororganen.’
‘Sorry Truus, ik ben net wakker.’
‘Gisteravond ook?’
‘Hoezo?’

‘Ik heb drie keer aangegeven dat ik zin had.’
‘Zin had? Dat heb ik helemaal niet gehoord.’ 
‘Nee, dove, daarom heb ik het stuk appeltaart zelf maar opgegeten.’

Bart


zondag 13 oktober 2024

Rianne

Rianne

‘Rianne is ook weer op bezoek’, stelde ik na een korte straatinspectie vast.
‘Wie?’
‘Rianne. schoondochter van die grijze duif van het begin van de straat.’
‘Ken je die dan?’, vroeg Truus.
‘Of ik Rianne ken? Natuurlijk ken ik Rianne.’

‘Waarvan dan?’ 
‘Zij was ooit de schoondochter van Marius.’
‘Marius?’
‘Ja, ach, die moet jij ook kennen’, vond ik.
‘Ken ik niet hoor.’
‘Dat is raar. Ken je je moeder nog wel?’
‘Bart, zwam niet.’

‘Wie is Marius.’
‘Marius is de man van eh.. hoe heet ze ook alweer…. Zo’n roodharig type. Beetje ordinair.’
‘Waar woont die dan?’
‘Geen idee. Vroeger woonden ze in Rotterdam.’
‘Ja, vroeger. Het gaat om nu!’
Ze raakte geïrriteerd. Dat merk ik altijd aan haar stem.

‘Ik ben de weg kwijt. Geen idee waar je nu in je verhaal zit’, riep ze.
‘Dat weet ik nu ook niet meer, ben even verdwaald’, bekende ik. 

‘En hoe nu verder?’, vroeg ze.
‘Hm, ik denk dat je het beste zelf even naar Rianne gaat om te informeren. Trouwens, je bent te laat: ze rijdt net weg.

Bart

Schoonmaak

Schoonmaak

‘Hé Joop, aan de wandel?’, riep ik naar onze passerende buurtgenoot. Ik stond te vegen.

‘Ja, Annie moet schoonmaken en dan loop ik graag een straatje om’, lachte hij terwijl hij bij onze oprit stopte. 
‘Dus jij laat je zomaar je huis uitgooien?’
‘Er is geen sprake van enig gooien hoor, want ik ga geheel vrijwillig. Ik loop niet veel maar áls ik loop, schijn ik enorm in de weg te lopen.’

‘Kijk, dat herken ik wel. Ik heb ook zo’n Miep die de stofzuiger als bulldozer gebruikt en mij naar buiten duwt.’
‘We hebben het slecht Bart.’
‘Klopt Joop. Mijn vader overkwam dat niet. Die bleef op zijn stoel zitten’, lachte ik. 
‘Standvastig mannetje die vader van jou. Nee ik lijk erg op mijn vader. Beetje onderdanig.’
‘Ligt aan de direct leidinggevende Joop.’ 

‘Annie is wat dat betreft een echte kenau. Zij heeft bij ons de broek aan.’
‘O kijk, daar hebben we Mieke van Someren. 
‘Mogguh Mieke, welkom bij de klaagmuur. Ook aan de wandel?’, vroeg ik.
‘Ja, Richard heeft me eruit gegooid!’
‘Dat meen je’, riep ik ontzet.

‘Ja, hij moet schoonmaken en dan loop ik volgens hem altijd vreselijk in de weg.’

Bart

vrijdag 11 oktober 2024

Vervelend

Vervelend 

‘Goh Annie, dus je dochter heeft een nieuwe relatie’, merkte Truus op. Annie was op koffievisite.
‘Ja, hij heet Rudolf. Een leuke man. Hij is dertig en zijn vorige relatie was uitgeblust.’

‘Goh, dertig en dan al uitgeblust? Was vast maar een klein vuurtje’, bemoeide ik mij er tegenaan.
‘Moet jij niet vegen?’, sneerde Truus.
‘Is al klaar.’
‘Ga dan maar grasmaaien of zo.’
‘Ben ik nu aan het doen.’
‘Wat aan het doen?’
‘Ik ben druk met de “of zo”.’

‘Bij jullie staat de boel zo te horen nog regelmatig in de fik’, lachte Annie.
‘Ach ja, dat gebemoei’, mopperde mijn eega.
‘Nou bij ons ook hoor. Joop kan er ook wat van.’

‘Over Joop gesproken, zit hij thuis?’
‘Nee, hij is met onze kleinzoon eendjes voeren.’
‘Ah leuk.’

‘Ja ik ben blij toe. Hij was zo vervelend.’
‘Ja, dat heb je met kinderen’, vond ik zinvol om toe te voegen.
‘Kinderen? Nee het ging over Joop! Ik heb hem met Pietertje en een zak brood naar buiten gegooid.’

Bart

donderdag 10 oktober 2024

Paperclips

Paperclips

‘Hoort u bij deze winkel?', vroeg ik een dame die in niet alledaagse kleding was gestoken en naar een leeg schap stond te staren.
Ze keek op.

Ik hoor niet bij de inventaris en ben ook geen eigenaar. Ik probeer hier slechts mijn dagelijks brood te verdienen.'
'Ah, kijk, dan mag ik u vast wel iets vragen ', probeerde ik.
'Als het winkelgerelateerd is wel.' ze glimlachte wat zuinig.

'Winkelgerelateerd. U bedoelt dat mijn vraag over uw assortiment moet gaan?'
'Ja, dat is winkel...' 'Gerelateerd', vulde ik aan.
'Juist.' ze keek me nu vol aan.
'Oke. Eh...'
'Vraagt u maar', moedigde ze aan.

'Paperclips, een doosje, waar kan ik die vinden?'
'Een doosje paperclips’, herhaalde ze peinzend. Er ontstonden enige zichtbare rimpels op haar gezicht.

‘Dat is toch een winkelgerelateerde vraag?’
‘Daar twijfel ik over meneer’, antwoordde ze.
‘Vanwaar deze twijfel?’
‘Omdat wij geen kant-en-klare paperclips verkopen.’

‘Geen kant-en-klare?’
‘Nee, maar wel bouwpakketjes met ijzerdraad. Kunt u ze zelf op maat buigen en vouwen. Dit is namelijk een hobbyzaak.’

Bart


woensdag 25 september 2024

tuinmeubels

Tuinmeubels

‘Ik hoorde vanmorgen van Ans dat Henny en Sjon overwegen om hun tuinmeubels te verkopen. Misschien iets voor ons?’, vroeg Truus.
Ik kon het niet helemaal plaatsen en zei het.
‘Ik kan je verhaal niet snappen. Ik sta blijkbaar nog niet goed aan. Wie zijn Ans, Jenny en wie is Sjon?’, vroeg ik.
‘Ook goedemorgen. Ans woont begin van de straat. Ze rijdt op zo’n elektrische scooter. En die Henny en Sjon zijn dat stel van de feestjes. Waar jij vanwege de herrie om klaagt.’

‘Oké, en die Ans verkoopt tuinmeubels?’
‘Nee, Henny en Sjon. Ans vertelde het mij. Vandaar.’
‘En hoe weet die Ans dat dan?’
‘Van Henny.’
‘En wat was de rol van Sjon? Die komt ook in je verhaal voor.’
‘Sjon is de man van Henny. Dat leg ik net uit, Bart. Gaat beetje moeizaam vandaag, hè?’

‘Maar wat is nu de bedoeling?’, wilde ik weten.
‘Volgens Ans is het een mooi setje. Zo goed als nieuw.’
‘En waarom koopt Ans die dan zelf niet?’
‘Omdat ze al een oogje op een andere set heeft.’
‘Welke dan? Ook hier in de buurt?’
‘Ja, klopt. Ook in de buurt.’

‘En waarom kopen wij die dan niet? Die Ans op het oog heeft’, wilde ik weten.
‘Omdat we er niks mee opschieten.’
‘Hoe weet jij dat dan? Zei die Henny dat?’
‘Nee, ikzelf.’
‘En mag ik daar ook wat van vinden?’, vroeg ik.
‘Jazeker mag dat. Kijk maar in de tuin.’

Bart

griepje (1)

Griepje

'Ik ben niet helemaal fit', meldde ik toen ik beneden de huiskamer binnenliep.
'O, en wat heb je nu weer?', vroeg Truus.
'Wat heb je nu weer? Ik heb griep. Ach wat vervelend voor je Bart. Ben je er erg ziek van?', mopperde ik.
'Ach ja, dan komt er vandaag ook weer niks van de tuin', riep ze teleurgesteld.

'De tuin? Ik weet nergens van.'
'Man, hebben we het gisteren nog over gehad. Je zou gras maaien, schoffelen, heg knippen...'
'Goh, ja. Vervelend. Dat wordt dan niks. Maar volgende week, als ik weer beter ben, dan kan dat alsnog, toch?'

'Heb je koorts? Laat eens voelen?' Ze legde haar hand op mijn voorhoofd.
'Van handoplegging word ik niet beter hoor!'
'Zwam niet. Je hebt geen koorts, je bent niet verkouden. Wat voel je dan?'
'Beetje slapjes op de benen, hoofdpijn. Gewoon niet fit.'

'Oké, hier heb je twee molletjes, neem je een beetje water, knap je zo weer op.' Ze legde de mollen voor mij op het aanrecht.
'Dan gaat het wel erg geforceerd', vond ik.
'Wat bedoel je met "geforceerd"?'
'Nou ja, mijn moeder zei altijd dat je rustig uit moet zieken.'
'Dat zal, maar je moeder had geen tuin, hoefde het gras niet te maaien, niet te schoffelen of een heg te knippen.'

Bart

woensdag 7 augustus 2024

Een hond

Een hond.

'Onze blonde hittepetit liep net ook weer voorbij', riep ik terwijl ik mijn handen waste.

'Wie is "hittepetit", reageerde Truus vanuit de kamer.
'Wie denk je?'
'Ik denk nu even niet. Ik heb pauze en zit aan de koffie.'

'Het begint met CAR en eindigd op LA', riep ik.
'Wat moet ze?'
'Ze loopt met een hond.'
'Een hond?'
'Ja, een hond.'

'Wat voor hond?'
'De Porsche onder de honden. Acht letters.'
'Hazewind?'
'Nee, een Labrador.'
'O, ze komt weer terug. Goh, wat ziet ze er weer poepig uit.'

'Hoezo poepig?'
'Kort rokje, zwarte netkousen en hoge hakken.'
'Heeft ze de hond nog bij zich?'
'Ja, maar hij neemt nu ook pauze. Hij is op zijn rug gaan liggen. Ik denk voor een inspectie.'

'Inspectie?'
'Ja, of er een ladder in haar kousen hangt. Hij heeft trouwens ook een dekje om. Staat zelfs een tekstje op.'

'Tekstje?'
'Ja, "niet aaien. BG Hond".'
'BG Hond?'
'Ja, Blonde Geleide Hond.'

Bart

vrijdag 10 mei 2024

Een luchtje

Een luchtje

'Dag mevrouw, even een vraagje: kunt u mij helpen?' Ik stond bij de toonbank van een drogistachtige winkel.
'Jazeker kan ik u helpen', antwoordde ze vriendelijk. 'Zegt u het maar.'
'Ik wil voor mijn schoonmoeder een lekker luchtje aanschaffen, maar het spul staat achter slot en grendel. Bovendien heb ik er geen verstand van. Dus...'
Ze glimlachte. 
'Ja, het moet achter slot want er wordt veel gestolen. Enig idee wat u zoekt?'
'Nou, ik gaf mijn eigen moeder met Moederdag altijd een flesje 4711 en daar was ze ontzettend blij mee.'
'Is het voor een speciale gelegenheid?', informeerde ze. 
'Nou nee, niet bepaald. Het gaat om de geur.'
'De geur', herhaalde ze. 'Eh... Iets van parfum?'
'Kan, wat heeft u in huis?'
Ze opende een vitrine, graaide iets van een minuscuul flesje en een strookje papier. Ze spoot er iets op en hield het mij voor. Ik rook. 
'Ruikt prima. Dat gaat wel werken. Kost het?', vroeg ik nieuwsgierig.
'Tachtig euro vijftig', antwoordde ze.
'Pardon?', riep ik geschrokken.
'Tja, we hebben ook een ander soort.'
'Dat zal best. Wat kost die?'
'Vanaf veertig Euro. Dat is dan geen parfum.'
'Wat is het dan?'
'Eau de toilet', zei ze.
'Water voor in het toilet? Nee, dank u. Doe dan toch maar een flesje 4711.'

Bart

zaterdag 4 mei 2024

Mopperen

‘Morgen Bart, hoe gaat ie?’, vroeg Joop van der Heuvel. Hij liep met een boodschappentas over de weg. Ik stond net even te leunen op de bezemsteel.

‘Hoor je mij mopperen, Joop?’, vroeg ik.
‘Nee, nog niet. Hoezo?’
‘Nou gewoon. Omdat ik niet mag mopperen.’
‘Die snap ik niet’, antwoordde hij.

‘Ja, jij vraagt hoe het met mij gaat. En dan antwoord ik met de opmerking dat ik niet mag mopperen.’
‘Van wie niet?’
‘Van de burgemeester niet. Pffft Joop!’
‘Wat heeft die met jou te maken?’, vroeg hij.
‘Wie bedoel je?’
‘De burgemeester.’
‘Niks. Het ging helemaal niet over de burgemeester. Het ging over mij.’

‘Je bent altijd zo’n verwarrend tiep, Bart.’
‘Ben ik mij niet van bewust.’
‘Je probeert altijd een ander op het verkeerde been te zetten. Het is net of je dat expres doet.’
‘Wie zegt dat?, vroeg ik.
‘Mijn Annie vindt dat ook.’

‘Oké Joop. Nog iets voor de rondvraag?’, lachte ik.
‘Nee, ik niet. Jij?’, vroeg hij.
‘Ja, even vanuit gemeende belangstelling. Hoe gaat het met jou?’
Hij keek mij verbaasd aan.
‘Prima Bart, ik mag niet mopperen.’

Bart


maandag 29 april 2024

Tijd

Tijd

'Heb jij even tijd?', vroeg Truus.
'Dat ligt eraan', zei ik. 
'Waar moet dat aan liggen?'
'Aan datgene waar tijd voor moet worden vrijgemaakt.'

'Zwam niet, Bart.'
'Hallo, mijn agenda is overvol', klaagde ik. Ik vond dat ik daar recht op had.

'De mijne ook.'

'Ik snap hem al', lachte ik. 'Je wilt iets van jouw agenda naar de mijne verschuiven.'
'Nee, ik vroeg of je even tijd hebt.'
'Dat bedoel ik dus, Truus. Bij dat soort vragen vrees ik het ergste.'

''Wat doe je toch moeilijk vanmorgen.'
'Ach ja, ben net wakker en dan gaat het alweer over mijn agenda.' Ik slaakte een diepe zucht.

'Man je zit al een uur op je tablet te staren. Hoezo "net wakker"?'
'Truus ik heb gewoon een momentje voor mijzelf nodig.'
'Jij altijd met je momentjes...'

'Wil je trouwens ook koffie?', vroeg ik. Ik heb namelijk bij dit soort gesprekjes altijd een enorme behoefte aan koffie.
'Ja, lekker Bart. Dubbele espresso met een drupje water.'

'Oké, nu heb ik even tijd', zei ik toen we aan de koffie zaten. Wat was er zo belangrijk dat ik mijn agenda op de kop moest zetten?'

Als antwoord bracht ze lachend haar kopje naar haar mond.
'Klus heb je al geklaard en hij smaakt heerlijk.'

Blijkbaar ben ik voorspelbaar.

Bart


zaterdag 27 april 2024

Een vraagje

Een vraagje

‘Verkoopt u batterijen?’, vroeg ik aan de dame die gelet op haar blauwe outfitje iets met de Appie te maken kon hebben.

‘Ik heb geen idee meneer. Maar ik neem aan van wel. Misschien ergens bij het vak overig? Lijkt mij logisch.’ Ze glimlachte. 

Ik keek en ontdekte geen gemaakte glimlach zoals je wel eens op TV ziet. Valt me vaak op bij het vrouwelijk contingent nieuwslezers. Dat er achter de camera een bord omhoog wordt gehouden met daarop de opdracht  “GLIMLACH”.

Nee, deze medewerker had zo’n bord niet nodig. Ze vertoonde een puur natuurlijke lach. Heerlijk om te zien. Wat mij betreft mocht ze zó voor de camera plaatsnemen en het wereldnieuws voorlezen. Het bordje kon dan bij de vuilnis.

‘Overig’, herhaalde ik terwijl ik een voorhoofdrimpel inzette om een nadenk-indruk te wekken. Rimpels doen het vaak goed.

‘Ik zie u denken’, lachte ze.
Bingo! Ze snapte het.

‘Weet u niet waar u de “overig” kunt vinden?’, vroeg ze vriendelijk inclusief de glimlach. 
‘Nee, geen idee. Maar u weet dat ongetwijfeld wel.’

‘Hm, ik weet hier ook niet alles te vinden’, vertrouwde ze me zachtjes toe.
‘Niet?’, vroeg ik terwijl ik op mijn horloge keek.
‘Nee hoor, eerlijk gezegd weet ik het echt niet.’

‘Oké, kunt u het niet aan een collega vragen?’, vroeg ik.
‘Dat kan, maar dat gaat wel even duren en of zij dat weet…?’ Glimlach.

Ik zuchtte. Zij hoorde hem.
‘Ja, kan er weinig aan doen. Wij werken namelijk aan de overkant. In de kapsalon.’

Bart




vrijdag 19 april 2024

Een Tikkie

Een Tikkie

‘Bart wil jij straks even een tikkie naar Annie van der Heuvel sturen? Vijftien euro veertig.’
‘Een tikkie naar Annie? Hoezo?’
‘Ik stond met haar bij de kassa van de Appie en toen bleek ze haar portemonnee te zijn vergeten.’

‘En toen heb jij haar boodschappen betaald? Kon het niet op de lat? Of had ze die ook niet bij zich?’

‘Joh, doe even niet zo moeilijk. Gewoon een tikkie. Je hebt haar nummer toch?’
‘Nummer?’
‘Ja, haar Whatsapp.’

Ik vond dat ik moest zuchten.

‘Wat loop je nou te zuchten?’, vroeg ze.
‘Ach ja, dat mens heeft altijd wat bijzonders. Zal mij benieuwen of ze direct betaald.’
‘Doe nu maar meteen, anders klaag je straks weer dat je kasboek niet klopt.’
‘Vijftien euro veertig?’, vroeg ik voor de zekerheid.
‘Ja. Annie, Annie van der Heuvel. Boodschappen Appie.’

Ik voerde de opdracht zonder verder commentaar uit.’

‘De voordeurbel, doe even open!’, gilde Truus vanaf de bovenverdieping.’ 
Ook deze opdracht voerde ik uit. 
‘Het is Annie, ze heeft het natuurlijk weer niet begrepen’, riep ik naar boven. Ik opende de voordeur.

‘Annie!’
‘Dag Bart. Truus thuis?’
‘Gaat het soms over dat Tikkie wat ik vanmorgen heb gestuurd en wat je nog niet hebt geaccepteerd?’, informeerde ik.
‘Ja, inderdaad. Heb jij dat verstuurd?’
‘Ja, hoezo?’

‘Dacht je soms dat je mij via een Tikkie een poot uit kon draaien of zo?’
‘Een poot uitdraaien?’ Mijn mond viel open.
‘Ik heb je gewoon een Tikkie gestuurd voor de boodschappen.’

‘Ja inderdaad. Voor honderd vijftien euro veertig. Dat is geen Tikkie meer, maar een enorme dreun!’

Bart




woensdag 3 april 2024

Een helm

‘Ik zag mevrouw Boerstoel net op haar elektrische fiets echt voorbij schéuren’, meldde ik Truus toen ik van buiten de keuken binnen liep.

‘Zou maar zo kunnen, die rijdt altijd hard. Daar komen nog een keer ongelukken van’, vond ze.
‘Ik snap niet waarom dat zo hard moet, ze werd door niemand achterna gezeten.’
‘Mevrouw Boerstoel is nu eenmaal een dametje met pit, Bart.’

Toen ik kort daarna naar buiten ging om nog een laatste vierkante metertje stoep te vegen, zag ik ze vanuit de verte weer aan komen spurten. Ik besloot haar aan te houden. 

‘Morgen meneer Bart’, riep ze. ‘Waarom vlagt u mij af?’
‘Morgen mevrouw Boerstoel. Ik vroeg mij af waarom u zo hard rijdt. Dat is best risicovol.’
‘Voor wie?’, vroeg ze.
‘Voor mij als bewoner en voor u als fietser.’

‘Dat valt wel mee toch?’
‘Nee, dat valt niet mee. U wilt niet weten hoeveel ongelukken er met elektrische fietsen gebeuren. En dan draagt u ook nog geen helm.’

‘O, maar ik heb wel een helm hoor. Die hangt thuis aan de kapstok.’
‘O, gelukkig. Dat maakt het een stuk veiliger’, lachte ik.

‘Hoezo veiliger?’, vroeg ze.
‘Omdat er de laatste tijd veel kapstokken van de muur vallen.’

Bart


woensdag 20 maart 2024

Een bemoeial

Een bemoeial

‘Is deze plek nog vrij?’, vroeg ze terwijl ze naar een onbezette plek naast mij op het bankje in de hoofdstraat wees.

‘Ik denk het wel, mevrouw’, antwoordde ik terwijl ik een aan mij door Truus in bewaring gegeven tas op schoot trok.

‘Ook inkopen aan het doen?’, vroeg ze vriendelijk. Ik had het meteen in de gaten: deze dame moest je niet veel wijzer maken dan ze was. En dat was niet zo heel erg veel.

‘Nee, ik zit hier gewoon. Hoezo?’
‘Omdat u een damestas vasthoudt.’
Ik keek wat ongeïnteresseerd naar de tas.
‘O, die.’

‘Is uw echtgenote bij de HEMA?’
‘Hoezo echtgenote?’
‘Uw ring, u bent getrouwd, toch?’
Ik slaakte een diepe zucht.

‘Ja, wachten duurt lang hè’, lachte ze. ‘Dat krijg je als je met vrouwen de stad ingaat.’
‘Mijn man staat bij de HEMA in de rij voor een broodje worst. Die zijn heerlijk. Klieder mosterd erop en smullen maar!’

Ik moest er op dit tijdstip niet aan denken.

‘O, kijk, daar komt uw vrouw aan. Tenminste, dat is toch uw vrouw? Met die bruine jas?’
Ik keek en herkende haar niet als degene die ooit “ja” tegen mij zei. 
‘Ach, ze heeft een saucijzenbroodje voor u gekocht’, nepte ze verder.

De dame in de bruine jas naderde nu het tafereeltje.

‘De liefde van de man gaat altijd door de maag. U bent vast een gelukkig mens’, lachte mijn buurvrouw.

‘Ik weet niet wat u bedoelt of waar u zich mee bemoeit. Maar voor uw informatie: de liefde van mijn vent gaat overal doorheen, maar zeker niet door zijn maag.’

Ze nam een hap, liep ons voorbij en verdween ergens in de menigte…

Bart




donderdag 29 februari 2024

Griepje(3)

Een griepje(3)

'Morgen buurman Bart. Hé, geen boodschappen?', vroeg de caissière zich af toen ze eerst naar de lege band keek en vervolgens mij aanstaarde.
'Nee, die heb ik van de week al gedaan. Weet jij nog wat dat was, Karin?', vroeg ik met een zware dreigstem. 

'Nee? Hoezo? Ben je het vergeten? Kan trouwens door corona komen. Mijn moeder had dat ook. Ze vroeg toen of ik wist waar mijn vader was. Man ligt al jaren op het kerkhof. Maar weet je Bart, het is echt vervelend, vooral voor de familie. Wist Truus het ook niet meer? Of heeft die ook corona? Ja, het heerst enorm. Heb je trouwens geen bonnetje meer? Dan kan je het zien. O nee, je hebt gepind natuurlijk. Misschien heb je het pinbonnetje nog? Ik had het er onlangs nog met Christien over. Dat is die vrouw met dat kleine hondje van het begin van de straat. Zij vergeet ook alles. Maar zij schrijft tegenwoordig alles op. Ze heeft een hele lijst in het keukenkasje hangen. Ik zag dat toen ze op vakantie was en ik op de plantjes mocht passen.'

Ze boog zich nu iets in mijn richting waarna de waterval verder klaterde.

'Ze heeft zelfs opgeschreven wanneer ze seks heeft gehad. Sta je verbaasd te kijken zeg. En dat op die leeftijd. Ik moet er niet aan denken Bart. Jij? Twee keer per week! En dan ben je eind zestig. Man, er zijn toch ook nog andere leuke dingen? Ik had het er vorige week nog met Annie over. Annie van der Heuvel. Die begreep het ook niet. Maar goed, dat ligt vast aan ons.' 

Er schoven nu boodschappen over de band richting haar afwerkplek. 

'O, kijk, klanten. Helaas heb ik je niet kunnen helpen met je vraag, Bart. Maar, zoals ik al zei kun je het beste een lijstje maken. O, trouwens, als jullie dat weekje Griekenland gaan doen, wil ik de plantjes wel water geven hoor. Ik overleg wel met Truus. Lijkt me echt leuk.'

Huilend verliet ik de winkel.
Bart




Griepje (2)

Griepje(2)

'Morgen Bart.' Annie van der Heuvel kwam mij tegemoet. Ik liep net een rondje wijk om weer wat aan te sterken na mijn griepje.
'Momentje, dan loop ik eerst met een boogje om je heen.' Ze glimlachte naar me tijdens het nemen van het "boogje".

'Wat is er aan de hand?', vroeg ik verbaasd.
'Haha, niks hoor. Ik ben alleen voorzichtig. Ik ben weliswaar ingeënt maar onze Trees was ook ingeënt en heeft het toch opgelopen.'
'Wat opgelopen, chlamydia? Zeker op een vieze WC bril gezeten. Wat bedoel je Annie?'
'Ik weet niet wat gladdemidia is, maar ze heeft toen wel Corona opgelopen.'

'En wat heeft dat met mij te maken?', vroeg ik nieuwsgrierig.
'Nou ja, Karin Krul vertelde gisteren dat jij vorige week een tweetal coronatesten hebt gekocht. Zij zat toen aan de kassa van de super.'
'Wacht even, gaat mijn medicijnaankoop bij jou thuis over de keukentafel?', vroeg ik nijdig.
'Nee hoor, niet bij ons. Ik moest even bij Jenny Boerstoel een geleend kopje suiker terugbrengen en toen zat Karin daar.'

'Trouwens, ben je weer wat opgeknapt?'
'Het gaat weer uitstekend Annie.' 

'Weet jij trouwens of die van Krul vandaag weer achter het orgel zit?'
'Dat denk ik wel. Het is maandag. Dan werkt ze.'
'Dat komt dan goed uit. Dankjewel Annie, en nog een fijne dag gewenst.'

'Wat moet je met Karin?', vroeg ze ietwat ongerust.
'O, niks bijzonders. Ik ga haar iets uitleggen.'
'Dat klinkt gevaarlijk', vond ze. 
'O nee hoor, helemaal niet gevaarlijk. Voordat ik met de uitleg begin, prop ik namelijk eerst een mondkapje overdwars in haar mond.'

Bart



Slakkenjacht

Slakkenjacht

'Wij hebben last van slakken', meldde Truus toen ze vanuit de tuin binnenliep.
'We?', vroeg ik met een zucht. Ik zag weer een klus aankomen.
'Ja, "we". Of je moet nu spontaan roepen dat je een hekel aan de tuin hebt.'
'En wat dan?', vroeg ik.
'Dan krijg je een gebiedsverbod', lachte ze.

'Wat is nu precies het probleem?', wilde ik weten.
'Dat ze me de planten opvreten. Kijk maar eens goed!', riep ze.
'Wat is "goed kijken"?' 
'Je ogen openen, op de knieën gaan liggen en naar de planten kijken.'
'En dan zie ik ze voorbij rennen?'

'Ik hoorde van Annie van der Heuvel dat je het beste een schoteltje bier tussen de planten kunt zetten. Daar komen ze op af.'
'Wacht even Truus: mijn bier gaat niet op een schoteltje de tuin in.'
'Het mag ook in een glas', zei ze.
'Ook niet. Ik pluk ze er wel tussenuit.'

'Heb je al beet?', vroeg ze wat later. Ik lag op mijn knieën tussen het groen.
'Er zitten helemaal geen slakken', riep ik geïrriteerd.
'Je hebt geen geduld.'
'Doe maar een fles bier', zuchtte ik terwijl ik langzaam en vooral krakend overeind kroop.'
'Kijk, nu ben je verstandig. Annie heeft echt gelijk hoor Bart. Bier helpt.'
'Dat weet ik ook wel. Maar of ik na het biertje nog op slakkenjacht kan valt te bezien.'

Bart 

De verjaardag

De verjaardag

'Nou Bart, nog gefeliciteerd hè', riep een langsfietsende buurtgenoot.
'Waarmee?', riep ik hem na.
Hij kneep in de remmen, keerde behoedzaam en kwam terugfietsen.

'Je was toch jarig? Afgelopen zondag?'
'Ik weet niet hoe het met je bioklok is gesteld, maar het is inmiddels dinsdag.'
'Ja èn?'
'Dat is te laat. Het condoleance-register is inmiddels gesloten. Volgend jaar weer.'

'Condoleance-register? Is het zo erg?', lachte hij.
'Ik zie mijn verjaardag als het feest der medeleving. Vandaar.'
'Man, doe niet zo dramatisch. Je hebt er weer een jaartje bij. Dat is toch iets om te vieren?'
'Nee', zei ik.

'Maar je had wel visite, toch?'
'Jazeker. Vrienden, kinderen, kleinkinderen.'
'Nou kijk, dat is dan toch genieten?'
'Ja hoor, dat was echt leuk', zei ik.

'Maar dan ben je toch je verjaardag aan het vieren? Of ben ik nou gek?', vroeg hij.
'Ik heb geen idee', grijnsde ik.
'Geen idee?'
'Nee, maar ik denk het laatste.'

Bart


Spanning

Spanning

'Wat ben je toch aan het doen?', vroeg Truus vanuit de deuropening van de garage.

'Ik ben noodgedwongen aan het opruimen', riep ik. 
'Ik zocht een speciaal schroevendraaiertje. Een zogenaamde spanningzoeker.'
'Is er geen spanning dan?', vroeg ze.
'Dat weet ik niet.'
'Waarom niet?'
'Waarom denk je dat ik dat dingetje nodig heb', mopperde ik. 

Het was weer zo'n A-technisch gesprek tussen een A-technische vrouw en een technische man.

'Ligt hij niet in de tas?', vroeg ze hulpvaardig.
'In de koffer bedoel je', zei ik geërgerd.
'Als jij dat uitgezakte verzamelding als koffer wel betitelen...'
'Schat, daar zit mijn hele technische historie in. Beetje respect graag.'

'Dat dingetje zit er dus niet in', constateerde ze droogjes.
'Nee, dat is er dus uit en daarom ben ik nu aan het opruimen.'
'Best nodig', vond ze.

'En, heb je de spanning weer gevonden?', vroeg ze uurtje later in de keuken.
'Nee, hij is weg.'

'Raar, hoe ziet hij eruit?'
'Als een schroevendraaier. Tien centimeter, handvat doorschijnend en als je goed kijkt zie je een lampje.'

'O, een schroevendraaier. Eh, die ook handig zijn als je iets uit een gaatje moet pulken.'
'Dat weet ik dan niet. Hoezo?', vroeg ik.
Ze trok de keukenla open.
'Je bedoelt toch niet deze? Ze hield mijn spanningzoeker hoog.'

'Gloeiende gloeiende. Waarom ligt dat ding hier?', vroeg ik nijdig.
'Omdat ik moest pulken!', riep ze.
'Nou bedankt!'
'Ja, jij ook bedankt', zei ze.

'Hoezo bedankt?', wilde ik weten.
'Dat je eindelijk die zooi in de garage hebt opgeruimd. Weet je eigenlijk wel hoe lang ik naar dit ding heb moeten zoeken?'

Bart


Rare slaap

Rare slaap

'Ik heb een beetje raar geslapen', meldde ik tijdens het ochtenlijk "keer terug op aarde" moment.
'Je lag gewoon op je linkerzij', wist Truus. 'Hoezo raar?'
'Gedroomd. Ik zat in het bejaardenhuis', gaapte ik.
'Bij je ouders op bezoek?'
'Nee, als bewoner. Kamer zestien, begane grond.'

'Hoe oud?'
'Wat bedoel je?'
'Hoe oud je was. Dat is belangrijk voor het verhaal.'
'Hm, onze kleinkinderen hadden al kinderen. Die kwamen op bezoek.'

'En ik? Deed ik ook mee?', vroeg ze.
'Nee, jij was er niet.'
'Waar was ik dan? Ik ben wel nieuwsgierig.'
'Je leefde nog wel, want de kinderen gingen ook nog bij jou langs.'
'O, dan zat ik op een andere kamer.'
'Nou, dat geloof ik niet hoor. Het was volgens de kinderen nog wel een eindje fietsen. Tenminste, dat zeiden ze.'
'Dan woonde ik nog gewoon hier.'

'Dat zou natuurlijk kunnen. Maar wel met een andere vent.'
'Andere vent? Hoe kom je daar nou bij.'
'Dat hoorde ik vertellen.'
'Door de kinderen?'
'Nee, door Karin Krul, onze buurtroddelaarster.'
'Karin Krul? Wat kwam die dan doen?'
'Die werkt toch achter de kassa bij de super? Die kwam de boodschap brengen.'

'Hm, dat was dan wel een rare droom.'
'Klopt, hoe kun je nou in Godsnaam gaan samenwonen met Hans Vruggink.'

Bart

Wolkje

Wolkje

'Uw hondje tikt', waarschuwde ik een buurtgenote die met haar marmot langs kwam sukkelen. Ik stond in de tuin.

'Wat is er met Wolkje?', vroeg ze nadat ze het dingetje op de keien had geduwd.

'Wolkje tikt als ze loopt.'
'Wat tikt er dan?', vroeg ze ietwat ongerust.
'Het lijkt net alsof er een takje tussen de spaken steekt', zei ik ter vergelijking.

'Takje? Spaken?', herhaalde ze met verbaasde stem mijn opmerking.
:Ja, dan tikt het ook zo.'

Ze keek me aan. Iets van Keulen en een donder.

'Of heeft hij soms een loshangend nageltje?'
'Nu weer een nageltje? U bent wel bezig, meneer Bart.'

'Ik zou Wolkje toch even nakijken', adviseerde ik.
'Nakijken? Ik zou als ik u was mijn oren maar eens na laten kijken', riep ze nijdig. 

'Nou ja zeg. Ik zeg het niet voor niks!', antwoordde ik verontwaardigd.

'Beste meneer Bart, Wolkje mankeert niks, hij heeft nergens last van.' Ze trok het dingetje in de zitststand.

'Wolkje heeft misschien nergens last van. Maar ik wel.'
'O, u wel?', vroeg ze nog steeds opgewonden.

'Ja, want voordat je het in de gaten zijn de straatklinkers stuk en ligt het straatwerk er weer weken uit.'

Bart

Klachten

Klachten

'De buurt vraagt zich af of er met jou wat aan de hand is', vertelde Truus nadat ze de boodschappentas met een zucht op het aanrecht had geplaatst.
'En wie is de buurt?', vroeg ik quasi belangstellend.
'De medemens hier uit de straat.'

'En waarom vragen ze zich dat af?'
'Omdat je de laatste tijd zo naar doet tegen buurtgenoten. Mevrouw Vloet, van dat hondje Wolkje, begon er over. Het schijnt dat je gisteren beetje raar hebt gedaan.'
'Ging over dat klotehondje. Die tikte zo irritant met een te lange nagel op de straatkeien. Dan denk ik bij mijzelf: doe er wat aan.'

'En die man van Roemer heb je voor gek verklaard. Omdat hij je feliciteerde met je verjaardag.'
'Hij dramde door. En dat moet hij niet doen. Verder nog iets? Of kan ik op de totaalknop duwen', vroeg ik.

'Misschien moet je gewoon een beetje rustiger leven en wat meer respect tonen voor de medemens.'

'Zat Krul achter de kassa?', vroeg ik.
'Hoezo? Ik heb het over jouw gedrag. Niet over Krul.'
'Maar zat ze er?', vroeg ik nu wat steviger.
'Nee, hoezo?'
'O, nee, zomaar.' 

Ik zag het lijk al drijven. Dat die roddeltante er ook iets van vond.

'Is ook zoiets. Je maakt je zo vreselijk druk over Karin Krul. Dat valt ook op en vindt men irritant.
'Hm, ik vroeg alleen maar of ze aan de kassa zat.'
'Nee, ze zat niet aan de kassa, Bart. Ze had pauze.'
'Gelukkig maar', zuchtte ik.

'Inderdaad, had ze teminste tijd om even mee te kletsen.'

Bart

Gedrag

Gedrag

'Morgen Bart', hoorde ik achter mij. Het was de stem van Annie van der Heuvel. Ik draaide mij om.
'Goedemorgen Annie', begroette ik haar enorm enthousiast.

'Aan de veeg?', vroeg ze terwijl ze bleef staan.
'Ja, het was echt weer nodig Annie. Hoe gaat het met je?'
'Goh Bart, leuk dat je het vraagt. Het gaat. Zeker na mijn recente blessure.'
'Blessure? Jij? Wat is er gebeurd dan?', vroeg ik vanuit wat geforceerde nieuwsgierigheid.

'Ik stond van de week bij de super met jouw Truus, mevrouw Vloet van hondje Wolkje en Karin Krul te praten, toen mijn ondergebit uit mijn mond schoot.'
'Dat meen je. Goh, Annie, en was hij stuk?'
'Nee, dat niet. Maar toen ik hem wilde oprapen schoot het mij in mijn bil.'
'Een spierblessure? Dat is vervelend zeg!'

'En wat nu? Naar de dokter geweest?'
'Nee, Joop heeft er een zalfje op gesmeerd. Maar het helpt niet echt.' 

Ze keek me onderzoekend aan. Ik keek terug.

'Is er iets?', vroeg ik.
'Niet dat ik zie. Maar ik merk wel iets aan jou.'
'Wat merk je aan mij, An?', vroeg ik vriendelijk.
'Je bent zo anders, zo netjes, zo meegaand en zo geïnteresseerd. Heel bijzonder.'
'Dat kan kloppen Annie. Ik moest mij van Truus wat positiever opstellen richting buurt.'
'Zie, dat dacht ik al. Normaal had je heel anders op mijn blessure gereageerd.'

'Hoe dan?', lachte ik.
'Nou, dan had je overdreven naar de omvang van mijn kont gekeken en vastgesteld dat daar heel veel pijn in zou passen.'
'Ja, maar dat doe ik dus niet meer, Annie.'
'Zo jammer Bart. Wordt maar weer snel de oude!'

Bart


Een vlekje

Een vlek.

'Bart! Wat heb je nou weer gedaan!!', riep Truus toen we aan tafel zaten.
'Mens, ik schrik me de vinkentering. Wat is er?', riep ik terug.
'Je shirt! Een vlek!'

'Een vlek?', vroeg ik terwijl ik met mijn kin op mijn borst de vlek probeerde te ontdekken.
'Op je borst. Kijk dan! Man, je bent soms net een klein kind!'

Al zou ik ter plaatse door de grond zakken. Ik kon niks ontdekken.

'Waar dan?', vroeg ik.
'Kom hier, dan wijs ik het aan!'
Ik stond op en liep langs de tafel naar de overkant.

'Kijk dan, hier!' Ze wees naar een dingetje waarvan ik dacht dat het in het patroontje hoorde.
'Chocola! Heb je aan de chocola gezeten?'
'Chocola? Hebben we dat dan?', blaatte ik.
'Hadden we. Zit nu op je shirt!'

'Truus, nu moet je echt ophouden hoor.'
'Waarom? Want wie moet het weer wassen? Moi!' Ze prikte ter ondersteuning met haar vinger op haar borst.
'Jaja, wassen. Deurtje open, shirt erin, kloetje zeep erin, deurtje dicht, knopje aan en klaar. Hoezo moet jij het wassen?'
'Het gaat om het idee. Let toch eens een beetje op. Met eten veroorzaak jij altijd problemen.'

Ik trok mijn shirt nu uit.

'Wat doe je? Hou het nu maar aan. Helpt toch niet meer.'
'Lieve schat, kijk nou eens goed naar die zogenaamde vlek.'
'Hoezo? Ik heb het toch gezien?'
'Truus, het gaat over minder dan één procent van mijn shirt. Dat betekent dat ruim negen-en-negentig procent nog schoon is. Wie veroorzaakt hier nu een probleem?'

Bart

Een nostalgisch blikje

Een nostalgisch blikje

'Wat moet ik met dat trommeltje?', vroeg Truus. Ze hield een stuk roestig blik omhoog.

'Daar moet je niks mee. Ja, laten staan.'
'Dat wil ik niet. Het hoort hier niet', vond ze.
'Schat, dat trommeltje is een stukje antiek. Is van mijn vader geweest.'
'En daarom moet het op het kastje staan? Onzin.'
'Waar heb je het trouwens vandaan?'

'Van zolder geplukt. En het moet daar staan omdat ik er enorm aan ben gehecht.'
'Waarom weet ik dat niet dan?'
'Omdat het niet jouw vader was. Jij hebt dat gevoel niet.'

'Ik vraag mij af, Bart, wat de relatie tussen een roestig blik en jouw zogenaamde hechting is.'

'Daar woonde langdurig de weduwe van Van Nelle in.'
'Weduwe van Van Nelle?', vroeg ze verbaasd. 
'Ja, zware shag. Dat rookte hij.'

'Gatverdamme. Zware shag. Joh, gooi dat blik alsjeblieft weg.'
'Nee hoor, ik vind het een leuk aandenken.'

'Wees trouwens blij dat het een shag trommeltje is '
'Hoezo? Waarom moet ik blij zijn?'
'Omdat er op zolder ook nog een ander blikje staat.'
'Wat dan?', vroeg ze.

'Hij is na zijn shagperiode gaan pruimen. De afgewerkte pruimen kwamen in dat blikje terecht.'

Bart

Scheiden

Scheiden

'Morgen Bart', riep buuf Agnes terwijl ze over haar oprit naar haar auto liep. Ik stond iets met de kliko's te overleggen.
'Morgen Ag, ga je aan de laatste werkdag van de week beginnen?'
'Ja, het is alweer vrijdag. Tijd vliegt, niet?'
'Niks gezien', grapte ik.

'Komt de vuilnis vandaag?', vroeg ze terwijl ze haar pas inhield.
'Nee, hoezo?'
'Omdat je bij de kliko staat.'
'O, dat. Nee, ik ben aan het scheiden. Dat moet van de gemeente.'
'Klopt. Dat is ons nieuwe beleid.'

'Ons?', vroeg ik.
'Ja, ik werk toch bij de gemeente?'
'Natuurlijk. Dat is ook zo. Dan kun je mij misschien wel even helpen.'
'Waarmee?'
'Nou, ik zit hier met een ernstig scheidingsprobleem.'
'Wat moet je scheiden dan?'
'Kijk, deze verpakking lijkt op papier maar is volgens de beschrijving gemaakt van propypyoleen of zoiets.'

'Eh... ik zou zeggen twijfelgeval.'

'Dan heb ik hier een folie waar Truus een paar afgewerkte papieren zakdoeken in heeft gestopt. En een bananenschil.' Ik hield het hoog.
'Geen idee Bart, ik zou zeggen restafval. Of je moet het folie uit elkaar halen en dan de inhoud weer scheiden.'

'Oké, dan heb ik hier een melkpak. Waar moet dat in? En dit wijnpak?'
'Joh, op de gemeentepagina staat de afvalwijzer. Misschien die even raadplegen?'
'De computer kan ik niet meenemen naar buiten.'
'Even uitprinten', adviseerde ze met een lach.
'Of jou vragen' 

'Jij werkt toch bij de gemeente?'
'Hallo, niet bij de reiniging, ik ben maatschappelijk werker.'
'Zie dan kan je me toch helpen', vond ik.
'Hoe helpen?'
'Nou, na deze vermoeiende bijna niet te snappen klus, ben ik wel toe aan een goed opbeurend gesprek.'

Bart


Een rib

 Een rib 

‘Goedemorgen meneer, mevrouw. Wat kan ik voor u betekenen?’, vroeg een in een Apple-reclamejasje gestoken verkoper.

‘O, nog niet, we kijken even rond’, zei ik voorzichtig. Ik heb ervaring met dit soort verkopers.

‘Mens wat een geld’, riep ik ontzet terwijl ik naar een tablet staarde.

‘Maar het is wel een betere dan je had’, meldde Truus. Ze keek over mijn schouder mee.

‘Kan je hem ook als serveerblad gebruiken?’, wilde ik weten.

‘Meneer, het is een multifunctionele tablet, maar hem als serveerblaadje gebruiken?’ Ik zag hem zijn glimmende haardos schudden.

‘Met de oude ging dat wel. We drinken namelijk altijd thee op bed. Daar lees ik ook de krant. En dan is zo’n serveertablet handig.’

‘Als je hem mooi vindt, waarom neem je hem niet?’, spoorde Truus mij aan. Ze houdt niet van twijfelen.

‘Te duur. Die andere is de helft goedkoper.’

‘U kunt natuurlijk ook een echt dienblad gebruiken. Zet u de thee dáárop en legt u uw nieuwe tablet ernaast.’

‘Nou kijk, dat is een goed idee, Bart.’

‘Jij wil maar dat ik dat dure ding koop, hè? Heb je soms een nieuw jurkje op het oog?’, lachte ik.

‘Hier blijf ik buiten’, besloot de afdeling verkoop.


‘Tja’, zei ik.

‘Tja’, zei Truus.

‘Tja’, zei de verkoper.


‘Goh, heb je het in de rug? Je loopt zo scheef’, vroeg Truus nadat we met de dure aanwinst het pand verlieten.

‘Vind je het gek?’, vroeg ik. ‘Ik mis nu een rib uit mijn lijf.’

‘Hm, dan koop ik ook maar dat jurkje wat ik heb gezien’, zei ze.

‘Toe maar. En waarom zou je dat nu doen?’, vroeg ik.

‘Zo ruk ik er bij jou aan de andere kant ook een rib uit. Loop je weer recht.’

 

 Bart

 

 

 

Afrikaantjes

'Goedemorgen Bart.' 
'Ook goede morgen mevrouw Boerstoel. Zo vroeg al aan de wandel?'
'Wedervraag: zo vroeg al aan het schoffelen?' Ze lachte vrolijk.
'Jazeker, dat moet ook.'

'Hahaha, heeft Truus je aan het werk gezet?'
'Nee, dit is puur eigen initiatief. De Afrikaantjes moeten altijd voordat de zon fel gaat schijnen beschoffeld worden.'
'Hoezo? Ik heb ook Afrikaantjes in de tuin, maar die schoffel ik nooit.'

'Nou, het ligt eraan uit welk deel van Afrika ze komen. Welke heeft u?'
'Goh, Bart, ik zou het echt niet weten. Ik heb ze hier bij het tuincentrum gehaald.'
'Dan zijn dat de West-Afrikaanse. Dat wordt oppassen, mevrouw Boerstoel. Die zijn heel gevoelig.'

'Hoezo gevoelig? Hoezo gevoelig?'
'Voor de West-Afrikaanse steekworm. Dat zijn miniscule wormpjes en die nestelen zich in de wortels. Begin september worden die actief.'
'En wat dan?', vroeg ze.
'Dan worden ze gestoken en verdwijnt de kleur.'

'O? En wat kan ik eraan doen?', vroeg ze verontrust.
'Het beste kunt u ze met een borsteltje licht afborstelen. Daar kan de steekworm niet tegen.'
'Goh, dat wist ik echt niet. Fijn dat we een groene buurman in de buurt hebben.'

‘Hebben we een groene buurman in de buurt?’, vroeg Truus die de tuin in kwam lopen.
‘Ja, jouw man. Hij waarschuwde me net voor de West-Afrikaanse steekworm.’
‘Ja, inderdaad. Pas maar op dat je niet gestoken wordt’, lachte Truus. 
‘Steekt hij ook mensen?’
‘Jazeker, Bart is er ook door gestoken. Hij kraamt sindsdien alleen nog maar onzin uit.’

Bart